Cultuur

Interview

Interview

‘Slechte journalisten hebben Trump groot gemaakt’

Harold Evans

Harold Evans, zijn leven lang geëngageerd journalist, geeft de pers de schuld van Trump en de Brexit. „Dit gebeurt als journalisten zwijgen, of desinformatie verspreiden.”

Als Sir Harold Evans televisie kijkt of de krant leest, maakt hij voortdurend aantekeningen. De Brits-Amerikaanse journalist, 88 jaar, let scherp op woorden. Het is een erfenis uit de tijd dat hij nog elke dag een krant maakte. „De taal is het enige echte wapen dat de journalist heeft”, zegt hij. Goede woorden onthullen iets, ze omschrijven de werkelijkheid. Maar, en hij trekt zijn forse, accent circonflexe-vormige wenkbrauwen omhoog, er zijn veel slechte woorden. Dat zijn de woorden die de werkelijkheid verhullen. Donald Trump misbruikt de taal elke dag. Zijn aantekenboek zit er vol mee.

Evans viel onlangs iets kleins op, dat verder nergens werd opgemerkt. Kellyanne Conway, een adviseur van Donald Trump, kreeg op televisie de vraag wanneer de president zoals beloofd zijn belastingaangifte openbaar zou maken. Ze zei: „We hebben erover geprocedeerd [we litigated it], de mensen boeide het niet.”

Evans: „Maar er was niet geprocedeerd, het was een holle frase, bedoeld om indruk te maken op de tv-kijker. Ze had moeten zeggen: ‘We hebben een draai gemaakt. We doen het toch niet’. Hetzelfde gebeurde toen ze het over ‘alternatieve feiten’ had. Nee: het zijn leugens. Zo verandert de betekenis van woorden. En wordt de taal betekenisloos. Dat is gevaarlijk. Het is geen toeval dat de Trump-regering juist de taal misbruikt. Hij ziet de pers als zijn vijand. Het enige wapen van de pers is de taal. Woorden dienen nu niet langer om iets te verduidelijken, maar om verwarring te zaaien.”

Harold Evans is klein van stuk, draagt sportkleren, en dartelt rond in zijn appartement op Manhattan, New York. Daar woont de vermoedelijk meest gelauwerde Britse krantenjournalist met zijn vrouw Tina Brown, oud-hoofdredacteur van The New Yorker. Voortdurend staat hij op om te spitten in zijn grote boekenkast. Op hoge leeftijd moet je niet meer op je geheugen vertrouwen, zegt hij.

Harold Evans was veertien jaar hoofdredacteur van de Britse Sunday Times, totdat Rupert Murdoch, zijn latere rivaal, de krant in 1981 kocht. Evans maakte er een krant van die gedreven werd door onderzoeksjournalistiek. Engagement hoort bij journalistiek, vindt hij nog altijd. Om die reden is hij juryvoorzitter van de European Press Prize, die op 20 april in De Balie wordt uitgereikt. En daarom heeft hij nóg een keer een boek geschreven, deze keer over zorgvuldig taalgebruik, dat in mei wordt gepubliceerd.

In 1984 vertrok Evans naar de Verenigde Staten, het land dat in zijn ogen een betere versie van het Verenigd Koninkrijk was. Evans, die zelf opgroeide in een working class-gezin in Manchester, verfoeide het Britse gevoel voor hiërarchie. Nadat hij de top in zijn vak had bereikt, werd hij tot zijn afgrijzen ‘elitair’ genoemd. Amerika was geen klassenmaatschappij, dacht hij. Hier krijgt iedereen gelijke kansen. In 1993 naturaliseerde hij tot Amerikaan.

Harold Evans wil op een warme lentemiddag praten over de beroerde staat van zijn vak. Slechte journalistiek, zegt hij, heeft Donald Trump groot gemaakt. Slechte journalistiek heeft de Brexit in gang gezet. „It stinks. De Angelsaksische journalistiek is gecorrumpeerd door geld en machtshonger. De pers dient een politiek doel, of het commerciële belang van de eigenaren. Het publieke belang is ondergeschikt gemaakt. Ik heb het zelf zien veranderen. Ik ben geen journalist geworden om rijk te worden.”

Nu we de Brexit en Trump hebben meegemaakt, weten we wat er gebeurt als journalisten zwijgen, of desinformatie verspreiden.

Waarom bent u wel journalist geworden?

„Ik wilde bloody goede verhalen schrijven. Ik maakte me snel kwaad, en wilde dingen veranderen. Waarom repareert de gemeente een kapot verkeerslicht niet, terwijl er vijftien mensen dood zijn gereden? Dat maakte me woedend, emoties dreven me. Niet mijn belangen in een verkeerslichtenbedrijf. Niet campagnejournalistiek zoals we tijdens de Brexit zagen.”

Heeft campagnejournalistiek de doorslag gegeven in de Brexit?

„Ja, de pro-Brexitpers speelde een dominante rol. Negatieve gevolgen van een uittreding uit de Europese Unie werden niet gemeld, en al helemaal niet onderzocht, op een paar media na. Voor en na de stemming wakkerden journalisten negatieve sentimenten over Europa aan, met verhalen over migranten. Het was eenzijdig. Het volk is misleid.

„Nu we de Brexit en Trump hebben meegemaakt, weten we wat er gebeurt als journalisten zwijgen, of desinformatie verspreiden. Het zijn geen angstbeelden, het is echt.”

Nepnieuws is geen nieuw fenomeen voor Harold Evans. Hij maakte er al kennis mee als kleine jongen. In de zomer van 1940, rond zijn twaalfde verjaardag, bracht hij de vakantie door aan zee, in Wales. Terwijl hij met zijn ouders langs het strand liep, lagen overal om hen heen de uitgemergelde en uitgeputte soldaten die net de evacuatie uit Duinkerken hadden overleefd. Evans’ vader, een treinmachinist, begon met de soldaten te praten. Ze waren gedesillusioneerd, voelden zich schuldig, omdat ze hun leven te danken hadden aan de soldaten die de aftocht met hun leven hadden beschermd.

Maar toen hij even later de Britse kranten las, zag Evans alleen maar juichverhalen over de „heroïsche” evacuatie. The Daily Mirror kopte: „Bloody Marvellous!” Evans haalt Winston Churchill aan, die er later over zei: „De waarheid is zo kostbaar, dat ze bewaakt moet worden door een garde van leugens.”

Evans: „Deze gebeurtenis heeft mijn kijk op de journalistiek bepaald. Ik geneerde me voor mijn vader, die al die soldaten afliep. Maar hij wilde per se de waarheid achterhalen. De kranten wilden alleen maar het moreel bevorderen. Ik was verbijsterd. Ik wilde al journalist worden, maar alleen om romantische redenen. Maar vanaf dat moment had ik een missie.”

De post-waarheidssamenleving is dus van alle tijden?

„Het proces is geëscaleerd. Er werd altijd al gelogen. Maar wat echt veranderd is, is dat waarheid relatief is geworden. Waarheid is een mening geworden. Hannah Arendt zag dit gevaar al.”

Hij pakt een boek uit de kast, en citeert Arendt: „De politieke leugen opent de deur naar een politiek die niet alleen feiten ontkent, maar feiten van hun kracht probeert te ontdoen, om zo de schepping van een coherente, fictieve wereld mogelijk te maken.”

Hij klapt het boek dicht. „Het is niet correct Trump alleen maar een leugenaar te noemen. Hij verandert het onderwerp, hij verandert de taal. Hij is een meester in de misleiding.”

U kent Donald Trump al jaren persoonlijk. Voorspelde u daarom al in juli vorig jaar dat hij zou winnen?

„Sterker: ik heb, toen ik uitgeverij Random House leidde, nog een boek van hem uitgegeven [Surviving at the Top, 1990]. Hij heeft wat aan me te danken, en we hadden een grappende manier van praten. Als mens vond ik hem een opschepper, een ondernemer die lucht verkoopt. Maar ik zag wel dat anderen iets in hem zagen. Ik schreef in juli vorig jaar dat ik Trumps naam al in rode letters boven de ingang van het Witte Huis zag hangen.”

Hoe verklaart u Trumps aantrekkingskracht?

„Ik begin Trump langzaam te begrijpen. Van de Trump-kiezer begrijp ik nog altijd niks. Alle waarden waarop onze democratieën zijn gebaseerd, waarheid, respect voor de rechtsstaat, individuele vrijheid, betekenen niets voor hem. Hoe kunnen zijn kiezers dat thuis goed hebben gepraat? Het zijn bloody dwazen, ze gaan hier zelf de hoogste prijs voor betalen.”

Harold Evans (midden) in 1967 als redacteur van The Sunday Times. Foto Dennis Oulds/Central Press/Getty Images

U was opgelucht dat u kon ontsnappen uit de Britse klassenmaatschappij. Bent u alsnog teleurgesteld in uw nieuwe thuisland?

„Ja. Dit was voor mij het land waarin je vooruit kunt komen in het leven. Afkomst telt hier niet, werd er gezegd. Ik heb nu wel door dat de ongelijkheid hardnekkig is in Amerika. Deze samenleving is niet eens in staat fatsoenlijke wegen of bruggen te bouwen. Het is om woest van te worden.”

Formuleert u nu niet precies het succes van Donald Trump? U deelt de desillusie over de Amerikaanse Droom met veel van zijn kiezers.

„De droom is een droom gebleven, ik snap die woede wel. Ze zijn opgelicht. En toch: ik heb op Hillary Clinton gestemd, niet op Trump.”

Houdt u nog van Amerika?

„Dit land vertegenwoordigt het beste van de planeet: sommige goede kranten, de rechtspraak. Maar ik ken ook het diepe racisme, dat ik als jonge journalist in het Diepe Zuiden meemaakte. Er zit ellende in de samenleving, die weer boven is gekomen. Wat mij bezighoudt, is dat de journalistiek daarin een rol in heeft gespeeld. Met de kwaliteit van de Amerikaanse pers is het treurig gesteld. Vreselijk.” Er schiet hem iets te binnen. „Wacht even.”

Hij loopt opnieuw naar de boekenkast. Hij haalt er een boek uit, bladert wat, en wijst naar een portretfoto. „En dat komt door deze man.” Het is een foto van Rupert Murdoch.

De paden van Harold Evans en Rupert Murdoch kruisten elkaar in 1981. Mediamagnaat Murdoch kocht in dat jaar The Sunday Times, ondanks verzet op de redactie. Murdoch veranderde in die jaren het Britse medialandschap op een manier die doet denken aan zijn verovering van de Amerikaanse markt. Hij maakte van zijn kranten podia voor Margaret Thatcher. Zijn tv-zender Fox News en kranten als The New York Post en The Wall Street Journal zijn op een vergelijkbare manier spreekbuizen voor conservatief Amerika geworden.

Harold Evans werd door Murdoch aangesteld als hoofdredacteur van The Times. Na een jaar vertrok hij met ruzie. Hij wilde van zijn krant geen vehikel van de Tories maken, de Engelse Conservatieve Partij. Evans noemde Murdoch ooit „cynisch”, en „boeiend, zoals Lucifer het boeiendste karakter in Paradise Lost van Milton is”.

Maar de rivaliteit tussen beide mannen, die beiden op Manhattan wonen, gaat dieper dan een persoonlijk conflict, zegt Evans nu. „Het gaat om een manier van journalistiek bedrijven.”

Hoe heeft Rupert Murdoch voet aan de grond gekregen in Amerika?

„Als ik met hem zou schaken, zou hij altijd winnen. Hij is slim, charmant, energiek. Een strateeg. Maar boven alles is hij een uitstekende leugenaar. Als morele restricties je niets doen, heb je enorm veel vrijheid. Hij zou nog wegkomen met moord. Ik bewonder hem. Een complexe man. Op een dag wordt hij wakker en ontdekt hij een kant van zichzelf, een meer menselijke kant. Ook Murdoch moet zien dat Trump een narcistische demagoog is, die platte retoriek verkoopt.”

Ik ben niet tegen roddel of klein nieuws. Maar dit is oneerlijk.

U werkte met Murdoch samen. Hoe kijkt u terug op uw eigen rol?

„Ik verwijt die mezelf. Als het me gelukt was zijn koop van The Times en The Sunday Times tegen te houden, was het heel anders gelopen. Dat is het beslissende moment in zijn carrière geweest. Het gaf hem controle over 37 procent van de Britse pers, het maakte hem gigantisch rijk, en het gaf hem de positie om een politieke rol van betekenis te spelen. Politici werden bang voor hem. Thatcher wilde zijn steun. De verstrengeling van politiek en journalistiek werd opeens tastbaar.”

Hoe heeft Murdoch de journalistiek veranderd?

„Wat de Murdoch-pers doet, geïmiteerd door sites als Breitbart, is haat verspreiden met een politiek en commercieel doel. Daar verzet ik me tegen. Ik ben niet tegen roddel of klein nieuws. Ik heb lang genoeg kranten geleid om te snappen dat dat erbij hoort. Maar dit is oneerlijk. Het is razend knap bovendien, want hij heeft de pers blijvend veranderd.”

Wat is de oplossing? Nepnieuws opsporen? Meer factchecks?

„Dat moet zeker gebeuren, maar het tilt journalistiek niet naar een hoger niveau als er niet een missie achter zit. Nauwkeurigheid is niet hetzelfde als waarheid. Er moet een morele energie achter zitten.”

We hebben het over de blijvende invloed van uw rivaal gehad. Wat laat u de journalistiek na? Hij denkt lang na. Dan zegt hij: ,,Volharding. Doorspitten, ook als de macht het niet wil.” Evans begint over het thalidomide-schandaal, dat The Sunday Times in de jaren zeventig na omvangrijk onderzoek blootlegde. Zeker 370 Britse slachtoffers van het medicijn, die geboren waren met ernstige afwijkingen, hadden nooit een compensatie gekregen van de fabrikant. Evans zette een team op de zaak, dat jarenlang onthullingen over de affaire bracht. Hij procedeerde tot aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens voor de slachtoffers, met succes. Evans: „Ik was geen hoofdredacteur die mijn journalisten orders toeschreeuwde. Op de krant heerste een eensgezinde sfeer om de waarheid boven tafel te krijgen. Veel collega’s van toen zijn dood, en hun harde werk is nooit opgevallen.” Hij schiet vol, en staart een tijdje voor zich uit. „Ik had het geluk dat de eigenaren van The Sunday Times onderzoeksjournalistiek waardeerden. Ik was een onverantwoordelijk kind. Ik smeet met geld, maar zij zagen het algemeen belang.”

De journalistiek faalt, vindt u?

„Ja, en dat gaat verder dan Murdoch. CNN heeft Trump voor miljoenen aan gratis zendtijd geboden. Als Clinton ergens sprak, werd dat niet of nauwelijks uitgezonden. Trump kreeg alle ruimte. Na de aanval op Syrië vorige week zag je hoe sterk media de publieke opinie bepalen. Alle Amerikaanse tv-stations werden weer helemaal verliefd op Trump, omdat ze van machtsvertoon houden.” Hij zet een luide stem op. „USA! USA! USA! De Amerikaanse televisie is soms net een gekkenhuis.”