Recensie

Nomadenvoedsel

Natuurlijk doen we iets met eieren vandaag. Maar neemt u me niet kwalijk dat het geen culinair hoogstandje wordt. Althans, niet van het soort waarvan uw paasbrunchgasten oh en ah gaan roepen omdat het er zo geraffineerd uitziet en waarvan ze gaan vragen van welke sterrenchef u dat kunstje geleerd hebt. Wel, hopelijk, gaan ze drie keer opscheppen, hun vingers likken en besmuikt vragen om het recept. Zo’n eiergerecht is shakshuka dan weer wel.

Waarom geen vloeibare eidooiers in een knapperig gefrituurd jasje van panko? Geen zijdezachte ravioli, zo dun gerold dat je er deze krant doorheen zou kunnen lezen, gevuld met een plukje gesmoorde spinazieblaadjes en een, opnieuw, perfect lopende eidooier? Geen eitjes gevat in een krokant aardappelnestje met schuimige hollandaise en geschaafde truffel? Ik gun het u maar het lukt me even niet.

Dat komt doordat ik net ben verhuisd en nog tussen de dozen woon. Geen idee waarin welke pannen zitten, laat staan de deegroller. Mijn fornuis is weliswaar aangesloten, maar ik mag de oven nog niet gebruiken omdat er eerst nieuwe fases moeten worden aangelegd. (De aannemer waarschuwde me dat zodra ik die knoppen omdraai de halve straat in het donker zit. Daarmee maak je vermoedelijk geen vrienden onder je nieuwe buren.)

Maar bovenal ben ik gewoon moe en kan het niet opbrengen om uitgebreid te koken. Het hakt er nogal in, zo’n scheiding, verbouwing en verhuizing. Als ik er straks eenmaal woon, komt er eindelijk rust, dacht ik steeds. Maar nu woon ik er en voel me nog steeds de rusteloze nomade die ik de afgelopen twee jaar was.

Het komt er op neer dat ik, zelfs als ik niks hoef, steeds maar blijf ronddrentelen. De keuken is schitterend geworden. Precies zoals ik wilde, een groot eiland midden in de woonkamer. Ik geniet ervan hoe het licht ’s ochtends vroeg zachtjes over mijn werkblad strijkt en hoe de zon ’s avonds vanaf de andere kant naar binnen gutst. Maar ik betrap mezelf erop te denken: wanneer mag ik weer naar huis?

Geen zorgen hoor. Het komt best goed met mij. Zoiets schijnt tijd nodig te hebben. Ik moet alleen nog even landen, zoals dat heet. En nogmaals sorry voor de eenvoud van dit gerecht, terwijl het Pasen is en u misschien iets spectaculairs verwacht. Het enige wat ik ter verdediging kan aanvoeren, is dat het echt lekker is.