‘Leraren moeten geen solisten zijn’

Onderwijs

Scholen verschillen sterk in kwaliteit, stelde de inspectie deze week. Vier bekroonde leraren over wat een goede docent kenmerkt.

Jasper Rijpma, docent geschiedenis op het Hyperion Lyceum in Amsterdam. Rijpma was ‘Leraar van het Jaar’ in 2014. Foto Rink Hof / Hollandse Hoogte

De onderwijsinspectie was duidelijk deze week: de kwaliteit van scholen verschilt enorm. Op de ene basisschool krijgt een kind een vmbo-advies, terwijl op een andere school een even slim kind naar het vwo mag. En op middelbare scholen is het verschil ook groot. Op de ene school heeft een scholier 75 procent kans om voor het eindexamen te slagen, op de andere 100 procent.

Hoe dat kan, weet niemand. De inspectie schrijft in het rapport Staat van het Onderwijs dat scholen die het goed doen, hoe kan het ook anders, goede leerkrachten hebben. NRC ondervroeg vier ‘Leraren van het Jaar’ – een jaarlijkse prijs van beroepsvereniging Onderwijscoöperatie aan leerkrachten uit de hele sector – naar hun visie. Wat maakt een leraar een goede leraar?

Lesgeven op maat

Als leerkracht moet je kunnen differentiëren. Kinderen die moeite hebben met de stof voorzie je van meer uitleg, en wie al wat meer kan, daag je nog verder uit, zegt Wouter Siebers (30) van de Caeciliaschool in Amersfoort en winnaar in 2015. „Goed kijken naar wat de leerling nodig heeft.” Maar het is meer dan dat, zegt hij. Je moet een duidelijke instructie geven, uitleggen wat het doel is van de les en na afloop controleren of de boodschap is overgekomen.

Dat geldt ook voor leraren op de middelbare school. Joke de Jong (54 jaar), docent drama op Het Schoter in Haarlem en winnaar in 2016: „Je wilt het beste uit iedere leerling halen. En dat betekent dat je niet voor het gemiddelde moet gaan en alleen de middenmoot moet bedienen.” Zorg ervoor dat een goede havo-leerling naar het vwo kan, zegt ze. Het is lastig, dat differentiëren, weet De Jong. „De lerarenopleiding moet hier meer mee doen. Laat docenten in spe aan den lijve ondervinden hoe het is om voor een groep van 32 pubers iedereen te voorzien van aandacht.”

Sociaal-emotionele ontwikkeling

Kinderen moeten zich op school sociaal-emotioneel ontwikkelen. Ze daarbij helpen, is van cruciaal belang, zegt Wouter Siebers. Leerlingen moeten leren wat hun sterke en zwakke kanten zijn. Die leren zien bij klasgenootjes. En daarop anticiperen.

Dat een goede band met een leerling de basis is, heeft Jasper Rijpma (33), geschiedenisdocent op het Hyperion Lyceum in Amsterdam en winnaar in 2014, geregeld meegemaakt. Hij had een „explosief meisje” op school. „Moeilijk opvoedbaar, met een lastige thuissituatie. Zij werd een van de leerlingen die na de lessen bij mij in de klas kwamen chillen, of huiswerk maken. Toen we de connectie hadden, kwam ook het leren.”

Goed contact vergroot de effectiviteit van leren, zegt Joke de Jong. Leerlingen presteren beter als ze lekker in hun vel zitten, zich veilig voelen in de groep, vertrouwen hebben in zichzelf en in elkaar. Ook orde en rust zorgen voor betere prestaties.

Feedback

Kijk bij elkaar in de klas. Niet één keer per jaar, maar elke week. Dat ontbreekt op veel scholen, zegt Wouter Siebers. Terwijl je elkaar helpt om te groeien. Het is lastig om kritiek te geven en te ontvangen. Maar je bent samen de experts van je school en verrijkt elkaar met kennis, is Siebers’ boodschap.

Daisy Mertens (29), van De Vuurvogel in Helmond en winnaar in 2016, is ook een groot voorstander van feedback. „Elke dag ben ik op zoek naar hoe ik het morgen beter kan doen, zegt ze. Dan is feedback van collega’s belangrijk. Neem een lastig oudergesprek. Achteraf bedenk ik hoe de communicatie beter kan. Dat het een vreedzame dialoog moet blijven, en dat emotioneel worden niet helpt. Dan helpen gesprekken met collega’s waarin ik me kwetsbaar opstel.”

Passie

Je moet als leraar de drang hebben om kennis over te dragen. Intuïtie. En het gevoel om je te verbinden met de kinderen, zegt Jasper Rijpma. „Je moet de ambitie hebben het maximale uit elke les te halen. En de wil moet er zijn om samen te werken met leerlingen en collega’s. Want onderwijs wordt ten onrechte vaak gezien als een solistische bezigheid.”

Assertief

We zitten nog te veel op school met „een aangeleerde hulpeloosheid”, zegt Daisy Mertens. Volgens haar kunnen veel pabo-studenten assertiever worden. „Ze doen op school wat ze denken dat goed is, omdat collega’s dat zo doen. Maar: zeg het als je het ergens niet mee eens bent, voer de professionele dialoog, zeker ook met andere scholen. Blijf steeds over de schutting kijken.”

Contact met ouders

Zorg dat je de ouders mee krijgt in het onderwijs. Goed contact is belangrijk. Jasper Rijpma spreekt van een driehoek: kinderen, leraren en ouders. „We hadden een jongen die ongemotiveerd was en vastliep, ook door ADHD. Mede door de betrokkenheid en het meedenken van zijn ouders is hij aan het leren geslagen.”