Interview

‘Ik laat mij niet alles in de schoenen schuiven’

Joop Munsterman oud-voorzitter FC Twente

Twee jaar na zijn vertrek komt hij met zijn memoires in het boek Rood Bloed. Joop Munsterman liet FC Twente volgens hemzelf in stabiele staat achter, een jaar voor de club aan de rand van de afgrond belandde. „Iedereen vindt van alles. De waarheid is kennelijk niet belangrijk.”

Foto Merlijn Doomernik

Hij is zoals hij altijd was, Joop Munsterman. Amicaal, converserend op voornaambasis. Provocerend – net als je denkt dat enige bescheidenheid zijn zaak publicitair goed zou doen. Dan weer geïrriteerd, korzelig. In anderhalf uur zegt hij tot drie keer toe: „Zullen we dan maar stoppen met dit interview?” Vijf minuten later is het: „Nog een kop koffie? De sfeer is er wel naar!” En dan beent hij lachend naar het koffiezetapparaat.

Hier zit, in het kantoor bij zijn woning in het Overijsselse Hengelo, zeker geen gebroken mens. Munsterman (66) is twee jaar na zijn vertrek door de achterdeur bij FC Twente weer in de publiciteit getreden. „Ik ben geen beklagenswaardig man hoor, zoals geschreven wordt. Maar ik ben wel 2 miljoen kwijt” – privégeld dat hij heeft moeten afschrijven als onderdeel van schuldsanering voor de club.

Zelfs nu, na de garantstelling van de gemeente Enschede en de kwijtschelding van ruim 20 miljoen aan leningen om de club overeind te houden, wil Munsterman er niet aan dat hij de club in problematische toestand achterliet begin 2015. „Ik ben verantwoordelijk voor veel zaken. En ik neem de verantwoordelijkheid voor dingen die anderen fout hebben gedaan. Maar dat geeft niet iedereen het recht mij alles in de schoenen te schuiven.”

Munsterman beschrijft de opkomst en ondergang in het afgelopen week verschenen boek Rood Bloed. Opgetekend door de Hengelose ondernemer en schrijver Frank Krake, die bij het gesprek aanschuift. De opbrengst is voor een nader te bepalen goed doel in de regio. „Je schrijft zo’n boek – 360 pagina’s – en dan berichten media op zo’n totaal verschillende manier”, zegt Krake. De Telegraaf schrijft ‘Munsterman steekt hand in eigen boezem’, Tubantia hier uit Twente schrijft dat hij zijn straatje schoon veegt. Zo raar.”

Munsterman schaterlacht: „Hij zei: ‘Joop, hebben ze soms twee verschillende boeken gelezen?’”

U zei op de nieuwjaarsborrel in 2015, bij de aankondiging van uw afscheid, dat de club stabiel is. Hoe kijkt u daar op terug?

Munsterman: „Ik heb geschetst wat ik op basis van op dat moment beschikbare data kon schetsen. Wat kan ik dan doen? Dat er na mijn vertrek liquiditeitstechnisch zaken anders lopen, wil je mij daar even buiten laten? En wil je mij er ook even buiten laten dat de omzet na mijn vertrek is gedaald van 40 naar nu 28 miljoen?”

Krake: „Als ik even mag inhaken. Ik heb dat uiteraard ook gevraagd: hoe kan je een relatief positief verhaal naar buiten brengen op die nieuwjaarsspeech als daarna, laat ik zeggen, de pleuris uitbreekt…”

Munsterman: „Volstrekt onnodig!”

Krake: „Dan denk je: of hij zuigt het uit zijn duim, of hij baseert zich ergens op.” Hij laat een document zien van accountantskantoor BDO, dat op verzoek van de gemeente eind 2014 FC Twente financieel doorlichtte. Conclusie: het risicoprofiel voor de lening van de gemeente aan de club hoefde niet te worden bijgesteld.

Munsterman: „Dus ja, dan ga ik met een gerust hart weg bij de club. En vertel ik dat dus in die speech.”

Spelers waren verpand, de omzet daalde. De schuld was torenhoog. Er was ruzie over een extra commissie van 1,8 miljoen aan de zaakwaarnemer van speler Dusan Tadic. Hoezo stabiel?

Munsterman zucht. „Dan houdt het op. Eigenlijk valt mij dat te verwijten, zegt u dan. U kunt de cijfers van mijn laatste halfjaar in het boek lezen. Ik dacht dat u zou zeggen: jullie zaten mooi op de begroting dat halfjaar. En kijk, die 1,8 miljoen euro werd niet erkend door de raad van commissarissen. Vecht het eerst maar uit dan onderling. Wat moet ik dan? Nee, dat is een schone zaak voor mij.”

Kunt u echt met droge ogen zeggen dat de club er toen goed voor stond?

„Waarom wil u dit niet zien?” Hij wijst weer op de laatste halfjaarcijfers, die als bijlage in het boek staan. „Erg hoor, dat u dat zegt. Dit zijn gegevens die toen zijn verstrekt door de accountant. Wat moet ik er nog aan toevoegen? Hoe integer moet ik zijn? U wekt bijna de suggestie dat ik daar stond te liegen. Nu heeft u daar de bijlagen in het boek. Iedereen vindt van alles. Maar de waarheid is kennelijk niet belangrijk.”

U kan zeggen: het heeft niet zo uitgepakt als was voorzien of geprojecteerd.

„Ja, je kan zeggen: met de wijsheid van nu heb ik verkeerde beslissingen genomen. Maar ik geef een verklaring op basis van cijfers die mij verstrekt worden. Er is een onafhankelijk rapport van BDO, ik krijg een liquiditeitsprognose van mijn financieel manager. Die was registeraccountant hoor. Wat moet ik dan nog?”

Na die nieuwjaarsborrel brak dus ‘de pleuris’ uit. In Rood Bloed, Munstermans memoires als voorzitter van FC Twente, zegt hij „wel veertig keer” dat hij zaken anders had moeten aanpakken. Over de ruzie in de bestuurskamer, de scheuring in de raad van commissarissen in het laatste stadium, zegt Munsterman nu: „Ik heb dat niet goed gemanaged, het glipte me door de vingers.”

Op meerdere momenten zegt hij dat hij had moeten aftreden na 2010, het jaar waarin FC Twente de landstitel won en Champions League speelde. Het boek beslaat twaalf jaar voorzitterschap, al die tijd was hij statutair directeur en voorzitter van de raad van commissarissen ineen, later ook nog financier. Het seizoen 2014/15 wordt Munstermans val. „We wisten dat het dat seizoen hel zou worden met schuldaflossing”, zegt hij nu. „Maar er lag wel tien miljoen aan garanties om de liquiditeit te garanderen.”

Eerder al, eind 2013, was werkkapitaal aangetrokken via de Maltese investeringsmaatschappij Doyen, die in ruil voor 5 miljoen euro percentages van de transferrechten van spelers in handen kreeg. Bij de totstandkoming van het contract met Doyen eiste de licentiecommissie van de KNVB dat bepaalde bepalingen uit het contract gehaald zouden worden. Doyen zou anders teveel invloed krijgenop het transferbeleid van FC Twente.

Eind november 2015 dook via de website Football Leaks een document op waarin de voor de KNVB onacceptabele bepalingen alsnog in een ‘additional agreement’ leken te zijn geregeld. De KNVB strafte de club daarop met drie jaar uitsluiting van Europees voetbal. Een degradatiestraf werd ternauwernood herroepen, vorig jaar juni. De FIOD doet momenteel nog onderzoek naar transfers van FC Twente in de periode 2012-2015.

In samenhang met misleiding van de KNVB bij transfers noemde de licentiecommissie de gang van zaken „zonder omhaal van woorden frauduleus”. Munsterman herkent zich daar „totaal niet” in, zegt hij. Over het ‘additional agreement’ met Doyen verklaart hij dat hij zich „niet kan herinneren” zo’n document te hebben ondertekend.

U herhaalde die lezing deze week bij Pauw en Nieuwsuur. Een aantal ingewijden zegt: klopt niets van, hij wist ervan.

„Prima. Maar ik zeg wat ik ervan zeg.”

U tekende in 2014 een verklaring voor de licentiecommissie dat het Doyen-contract dat de KNVB had het enige Doyen-contract was.

„Ja.”

Dus als blijkt dat die ‘additional agreement’ echt is en u wist van het bestaan, heeft u valsheid in geschrifte gepleegd.

„Ik zeg: ik kan het me niet herinneren.”

Kan het allebei waar zijn: dat u eerst tekende voor de KNVB dat het er níet is, en nu dat u het niet meer zeker weet?

„Kijk, je kan ook zeggen: je moet elke bladzijde van zo’n stapel documenten lezen. Heb ik niet gedaan. Op een bepaald moment moet een contract door voor 17u, iemand komt binnen met het spul. Ja, en dan gaat het zo… [tekent routinematig wat vellen]. Ik ben ook niet betrokken bij de totstandkoming van het contract, dat is mijn ding niet. Zeg ik u eerlijk.”

In het rapport dat onderzoeker Ben Knüppe schreef over het wanbeleid bij FC Twente wordt gewag gemaakt van een mail waarin Munsterman en twee commissarissen op de hoogte zijn gesteld van deze tweede overeenkomst met Doyen. De financieel manager heeft daarnaast bevestigd dat hij het document kende. Munsterman: „Knüppe heeft mij die mails niet getoond. En het document had hij niet. Ik zei: geef het mij, Ben. Want als dat door mij is getekend, zit ik fout. Maar hij heeft het niet, niemand heeft het. En ik kan het me niet herinneren.”

Waarom begon u dan aan dit boek met een gefragmenteerd geheugen?

„Dat is uw opinie. Daar kan ik niets mee. Het is mijn waarheid.”

Anders gesteld: moet u wel een boek schrijven als u bij zo’n cruciaal moment zegt: kan ik me niet herinneren.

„Is het zo ontzéttend belangrijk?”

Lijkt me wel. De straf naar aanleiding van dat opgedoken addendum heeft bijna geleid tot het einde van FC Twente.

„Dat is wat he. Dan zou je dat als club toch aanvechten. Er is een afspraak is gemaakt dat niet te doen. Waarom? Daar heb ik een heel raar gevoel bij. Aldo ook [Van der Laan, jarenlang commissaris en Munstermans opvolger als voorzitter]. Misschien kwam dat FC Twente en de KNVB wel goed uit. De een kan zeggen: het is de schuld van die twee, de ander kan zeggen: die twee zijn opgeruimd. Maar vertel mij nou eens: wie maakt er nu een afspraak dat je geen protest mag aan tekenen voor een straf die je krijgt op basis van een document dat via een criminele website van hackers is verkregen?”

U suggereert in het boek dat het opgedoken document is gefabriceerd.

„Nee, dat zeg ik niet. Maar het is niet moeilijk om het te denken. Ik kijk ernaar, en denk: er staat ook van alles in over shirtverkoop van spelers. Weet je voor wie dat interessant is? Porto en Benfica, waar Doyen zaken mee deed. Hoeveel shirts verkochten wij nou, van Woutje Brama. Zestig per jaar? Is voor ons toch helemaal niet relevant, shirtverkoop?”

Later zegt Munsterman, als het nog eens over het ‘additional agreement’ gaat: „Ik wil geen leugenaar zijn, want dan ga je eraan. Natuurlijk is het makkelijker om te zeggen: het is wel of niet gebeurd. Publicitair is dat beter. Maar de waarheid is: ik kan het me echt niet herinneren.”

Waar neigt uw geheugen naar?

„Volgens mij zat het er niet tussen.”

Dan zegt u dus: gefabriceerd.

„Nee. Ik kan het me niet herinneren.”

De financiële crisis en bijna-ondergang van FC Twente wordt in Rood Bloed geschetst als een klassiek ondernemingsprobleem. Munsterman: „Frank heeft het goed beschreven. We zijn veel te ambitieus geweest in schuldaflossing, veel te ambitieus geweest met ons plan van aanpak om uit categorie 1 [clubs met zorgwekkende financiën] te komen. Hadden we daar maar de drie jaar voor uitgetrokken die daar voor mag nemen.”

„Maar wat doe je dan als KNVB? Helpen we elkaar in de branche, en zeg je: jongens jullie zijn wel erg ambitieus geweest. Zullen we een goed plan maken dat het in drie jaar kan? Dat gebeurde niet. Daardoor raakte [de nieuwe] directeur Gerald van den Belt zo in paniek. Die trad steeds naar buiten: ik kom geld tekort. Maar er lagen gewoon garanties.”

U stelt in het boek dat de sanering die Van den Belt doorvoerde na uw vertrek per saldo teniet werd gedaan door zijn ‘hoge salaris’. Nogal een jij-bak als u over dat salaris begint terwijl hij net was aangetreden en uw puin moest ruimen.

„Ik verdiende niks, al die jaren. Puntje bij paaltje was er een miljoen meer salaris uitgegeven aan het eind van dat jaar 2014/15 ten opzichte van het eerste half jaar. Zijn salaris, dat van een nieuwe technisch directeur en ga zo maar door. En al die adviseurs. En dat leg je bij mij neer! Heel aardig om Jeroen Heubach [oud-speler en jeugdtrainer] op straat te zetten, maar die verdiende ongeveer 12.000 euro. Dat is toch symboolpolitiek. Voor mij was toen het sociale gezicht van FC Twente kapot. Als je dat soort clubmensen in een gesprek van vijf minuten op straat zet. Heeft u ze gebeld? U heeft toch zoveel research gedaan? Bel Jan van Staa maar, bel Evert Bleuming [beide scouts] maar. Gewoon op straat gezet!

„Dan begint u nu over die passage met dat salaris. Dat is geen sneer, het is een constatering. De som van de nieuwe mensen is gefinancierd door de mensen die zijn ontslagen. Vervolgens zaten ze er nog een miljoen boven. Kun je zo in de jaarcijfers zien van 2014/15.”

Dat zijn toch ook uw jaarcijfers. U was er tot maart bij.

„Ik ben niet verantwoordelijk voor die ontslaguitkeringen in dat tweede half jaar. Maar goed: dit is vervelend. We hebben 360 pagina’s geschreven, hebben tien maanden erover gedaan om elke zin te wikken en te wegen. In het hele boek geprobeerd niemand te grieven, zin na zin. Maar dan zegt u dat dit het een sneer is. En als ik dan zeg: mensen werden er binnen vijf minuten uitgesodemieterd, dan haalt u uw schouders op. Nou, ik ben benieuwd wat dit voor verhaal wordt. We kunnen ook stoppen hoor.”

Waarom zegt u dat?

„Omdat dit een raar verhaal wordt. U zegt: kan me niet schelen dat mensen ontslagen zijn. U belt ze niet eens!”

Ik zeg alleen: u zet dat af tegen het salaris van Van den Belt, dat 150.000 euro was. Marktconform voor een stabiele club die FC Twente was, toch?

„Wat wilt u nou eigenlijk. Wat wilt u met mij? Ik draag hem dat salaris niet na, ik zeg dat de som van de maatregelen die ze getroffen hebben – daar zijn andere mensen voor ontslagen. Dat raakt me: zoals dat gegaan is. Mensen die twintig jaar bij de club zaten: ze wisten van niets.”

Waren er andere opties dan?

„Weet ik niet. Maar te zeggen dat Van den Belt zoveel bespaard heeft: nee dus. Dan moet hij ook reëel zijn en zeggen: ‘Ik had wel het grote voordeel dat Joop daarvoor twintig mensen had laten afvloeien. Dat scheelt mij vijf, zes ton. Daarnaast had Joop ook nog gezorgd dat de spelerssalarissen met 5 miljoen omlaag gingen.’”

En toch was dat niet genoeg, bleek.

„Nee, we hadden dat rigoureuzer moeten doen. Dat deed Van den Belt daarna.”

U voelt zich daar niet verantwoordelijk voor? Dat hij dat moest doen?

„Totaal niet. Ik zou het anders hebben opgelost. Ik zou niet met mijn bedrijf de straat op gaan en zeggen: ‘Ze zijn hier zo gek, al die luxe. Ze doen zelfs een vlaggetje van de tegenstander in de bitterballen.’ Terwijl, zeg dat daar ook bij dan, dat dat vlaggetje gesponsord wordt. En dat in dat segment waar die bitterballen geserveerd worden de sponsors 25.000 euro per stoel betalen.”

Had Van den Belt een keuze dan?

„Er zijn altijd keuzes. Maar één keuze is het allerbelangrijkst: hou je mond en probeer de club te redden. Ik denk niet dat het helpt als je zegt: het zou zomaar eens kunnen dat we het eind van het jaar niet halen. Zo verdampt je spelerswaarde. Net als Bert van Oostveen [toen KNVB-directeur] vorig jaar, die zei: ‘FC Twente heeft Houdini en Klok nodig om te overleven.’ Eigenlijk zegt hij tegen heel Europa: ‘Bij Twente kun je spelers gratis ophalen.’

Het verlies dat jaar waarin u opstapte, 2014/15, bleek 6 miljoen euro. Dat is u niet aan te rekenen?

„Kijk, als Cor Boonstra komt [bij Philips], heeft zijn voorganger er niks van gebakken. Dan stop je alle verliezen in dat laatste jaar. Zo gaat dat. Maar het staat allemaal in ons boek. Het boek is volledig. En FC Twente is er niet tegenin gegaan, de uitgever heeft het vooraf naar de jurist gestuurd. Er is geen directielid of commissaris die zal zeggen dat wat wij hebben geschreven, niet waar is. En ik denk dat de oude commissarissen, als ze door strijd heen kunnen kijken, zeggen: zo zou het wel eens kunnen zijn geweest.”