Opinie

Ik ben geen bange Turk. Hou erover op

Waarom moet telkens uitleggen of ze voor of tegen Erdogan is? Ze benadrukt liever de overeenkomsten met Nederlanders. „Ondernemerschap vormt een sterke band tussen Nederland en Turkije.”

Onlangs werd ik gebeld door een publieke omroep. Ze waren op zoek naar Turken die niet naar Turkije willen. Ik zei dat ik binnenkort naar Turkije ga. Het werd stil aan de andere kant van de lijn.

We weten nu wel wat Nederland vindt van ‘de lange arm’ van president Erdogan en de daarmee samenhangende loyaliteitszorgen. Ik stoor mij in ieder geval aan dezelfde plaat die telkens wordt afgedraaid.

Onlangs was ik te gast bij RTL Late Night, om een vraag te stellen aan onze premier Mark Rutte, over de Nederlands Turkse jongeren die slaags waren geraakt met de Rotterdamse politie tijdens het ongewenste bezoek van een Turkse minister aan die stad.

„Waarom ontfermt u zich niet over hen?”, vroeg ik. Onze koninklijke hoogheid Máxima vertelde destijds dat de Nederlander niet bestaat. Bestaat de Nederlandse Turk wellicht ook niet?

Enkele dagen na de uitzending was ik in Rotterdam op een Turks feest met zo’n honderd Nederlandse Turken. Ik vroeg per tafel wat zij van de protesten bij het Turkse consulaat en de daaropvolgende diplomatieke rel vonden.

Deze mensen houden én van Nederland én van Turkije. Hun thuisland is in Nederland – met een Turkse touch, dat wel. Ze zijn niet bang om naar Turkije te gaan, sterker, ze hebben een hele sterke binding met Turkije. Ze zijn ook niet bang om hun eigen moederlandgenoten aan te spreken op hun onfatsoenlijke gedrag, wanneer zij rellen tegen de Rotterdamse politie.

Deze groep, die bestaat uit ondernemende en actieve mensen, is het zat om in twee kampen te worden verdeeld: of voor Erdogan of zó tegen dat ze niet meer naar Turkije durven te gaan. Deze ondernemende mensen houden van en-en, niet van of-of.

De Nederlands-Turkse liefde heeft een voorgeschiedenis. In 1612 kwam de eerste Nederlandse ambassadeur, Cornelis Haga, naar Istanbul. Vanaf de 17ste eeuw vestigden zich honderden handelaren uit de Lage Landen in de belangrijkste Ottomaanse steden. In Izmir stonden in de tweede helft van de 17e eeuw vijftien Nederlandse handelshuizen – enkele Nederlandse families bleven tot in de 20ste eeuw in Izmir handel drijven.

Nederlanders hadden een bevoorrechte positie binnen het Ottomaanse Rijk: ze betaalden bijvoorbeeld geen belasting. In 1924 sloot Nederland een vriendschapsverdrag met Turkije; in 1935 werd onder koningin Wilhelmina en president Ataturk een Nederlands-Turkse vereniging opgericht.

Nog altijd vormt ondernemerschap een sterke band tussen Nederland en Turkije. Het oer-Rotterdamse oliebedrijf Vitol koopt 1.700 tankstations à 1,368 miljard euro van het Turkse Petrol Ofisi en wordt zo marktleider in Turkije. Vitol beschouwt Turkije als een groeimarkt, met een stijgende behoefte aan energie – vandaar. Yildiz Holding neemt de Britse koekjesfabrikant United Biscuits over voor meer dan 2 miljard euro. Daarmee komt ook het Nederlandse Verkade in Turkse handen. De meisjes van Verkade worden nu de Turkse meisjes.

Turkse gastarbeiders gaven vanaf 1964 een nieuwe impuls aan de Nederlands-Turkse relatie. Mijn opa, Necati Candan, werkte jarenlang voor scheepsbouwer Van der Giessen-De Noord. Maar omdat hij ook iets ‘moest’ doen met zijn ondernemerschap, opende hij de eerste islamitische slagerij in Rotterdam.

Zijn doorzettingsvermogen en kracht gaf hij door aan zijn kinderen. Zo ontstond een dynastie van nazaten, gemengde huwelijken en bi-culturele achterkleinkinderen met goudblond haar en lichte ogen.

Als hij niet beter zou weten, dan zou ‘de Nederlander’, voor zover hij al bestaat, bijna gaan denken dat het Nederlands-Turkse huwelijk nu lijkt te eindigen.

Ja, het is een pittige tijd met wrijving aan beide kanten. Maar zonder wrijving geen glans. Want waarom wordt er zoveel handel gedreven tussen Hollanders en Turken? Waarom worden we er beter van als we samenwerken, samen bouwen aan onze toekomst? Wat ons bindt is het ondernemerschap en het creatieve brein.

We houden van Nederland én we zijn trots op onze Turkse touch. Ook al stroomt de Maas niet over in de Bosporus: ons Turkse gevoel en ons Nederlandse verstand zijn één.

Bir Elin nesi var, iki elin sesi var. (Eén hand heeft niets, twee handen hebben geluid).