Column

Identiteit

Het is misschien wel het grootste misverstand: dat identiteit iets is dat vaststaat, iets waar je een lijntje om kunt trekken – dat je precies weet wie of wat je bent. In werkelijkheid is identiteit wisselvallig en vloeibaar. Wat je je voelt, komt meestal helemaal niet van binnenuit, maar wordt al te vaak door de buitenwereld bepaald, veelal door mensen die iets tegen je hebben – of van wie je denkt dat ze iets tegen je hebben.

Voorbeeld: stel dat een man in gezelschap van vrouwen iets smerigs zegt over vrouwen in het algemeen, dan voelen de vrouwen zich anders vrouw dan even daarvoor. Kijk wat Trumps grab them by the pussy met je doet. Het kan ook positief: als er een mijlpaal door een x wordt bereikt, wanneer de eerste x het toch maar mooi ver schopt, dan voel je best trots als x. Limburger, Jood, Marokkaan, homo, moslim, tokkie, bijstandsmoeder, PVV’er, Rotterdammer – het zijn knoppen die gemakkelijk door anderen kunnen worden ingedrukt. Een lastig besef, omdat je toch vooral zelf wilt bepalen wie je bent.

Maar vaak genoeg is het niet je identiteit die wordt bedreigd – je omarmt dan een identiteit omdat je je bedreigd voelt. Des te vaker iemand je een smerige x noemt, des meer je een trotse x wordt.

De politiek maakt er genadeloos gebruik van. Poetin, Erdogan, Trump – trots en eigenwaarde staan nu vrijwel geheel in het teken van angst, woede en miskenning.

Twee VVD’ers stelden deze week Kamervragen over een artikel in het AD waarin beweerd werd dat er Haagse christelijke basisscholen zijn die christelijke symboliek, zoals een kruisje op een Palmpasenstok, aanpassen omdat men moslims niet voor het hoofd wil stoten. „Is hier sprake van zelfcensuur? Hoe wordt er op deze scholen omgegaan met gesprekken over Nederlandse normen en waarden?” En: „Wat is de stand van zaken van de eerder aangekondigde wettelijke aanscherping om de burgerschapsopdracht van het onderwijs aan te scherpen? (sic) Bent u het met de VVD eens dat scholen een taak hebben om integratie te bevorderen?”

Dat laatste zeker! Maar in dezelfde week dat we het paasfeest door Haagse moslims verwaterd zagen – al of niet door zelfcensuur – stemde het parlement over twee moties van SP’er Jasper van Dijk. De eerste stelt sancties in voor scholen die weigeren aandacht te besteden aan seksuele diversiteit. Dat is sinds 2012 verplicht, maar een op de vijf scholen vertikt het. De motie was bedoeld om de wet haar op de tanden te geven. De tweede motie stelde voor lessen over ‘LHBTI-acceptatie’ in het mbo verplicht te stellen.

Beide moties werden aangenomen.

De VVD stemde tegen. Tegen beide moties.

Hoe valt dit te rijmen? Is een weggehaald kruisje op een palmpasenstok van kinderen belangrijker dan het tegengaan van hardnekkige maatschappelijke vooroordelen en het uitdragen van het gelijkheidsprincipe? Moet voor de eerste kwestie speciaal de wet worden aangescherpt in het belang van ‘burgerschap’ en ‘de integratie’, terwijl het in het geval van de moeizame kwestie van homo-acceptatie op scholen, zeker ook onder moslims, bij fraaie woorden mag blijven? De PVV is hier tenminste consequent – Wilders brieste over het bedreigde paasfeest, maar hij stemde ook voor de moties van Van Dijk.

De verklaring? Het ‘bedreigde’ paasfeest gaat over identiteit. Veel liberale Nederlanders die het paasfeest als louter folklore zien, maken er ineens een identitaire halszaak van wanneer vermeend klagende moslims op een basisschool een kruis uit de processie krijgen. Dan wordt Pasen ineens heel groot.

Net zo bracht Mark Rutte in zijn brief aan alle Nederlanders homoacceptatie als bedreigde eigenheid: „Mensen die zich niet willen aanpassen, afgeven op onze gewoontes en onze waarden afwijzen. Die homo’s lastigvallen, vrouwen in korte rokjes uitjouwen…”

Dáár zit ’m de kneep: de huidige VVD maakt onze waarden ondergeschikt aan onze identiteit. Rutte en de zijnen hebben allang door dat het trekken van de identiteitskaart aanslaat als je roept dat die identiteit bedreigd wordt. Pasen dat zijn wij! Voor de rest zoeken die waarden het zelf maar uit. Mensen die iets aan reële problemen willen doen, zoals Jasper van Dijk, die verlichtingswaarden als het gelijkheidsprincipe willen uitdragen, waarden die voor iedereen gelden en waar we trots op kunnen zijn, worden ijskoud in de steek gelaten.

Het gaat immers om een geweldige politieke afzetmarkt: identiteit louter als bedreigde identiteit. Trots alleen als bedreigde trots. Het is even handig als cynisch.

Bas Heijne schrijft elke week een column.