Ebola

Ernst van de ziekte loopt niet in de pas met ebolavirus in het bloed en de afweerreactie

Microscoopbeeld van ebolavirus Foto EPA

Een besmetting met het ebolavirus en de reactie van het afweersysteem daarop verloopt anders dan eerder werd gedacht. Dat schrijven onderzoekers die het verloop van de besmetting van dag tot dag volgden bij een 34-jarige Amerikaanse hulpverlener die in maart 2015 in een ebolakliniek in Sierra Leone besmet raakte (Science Translational Medicine, 12 april). De man werd in allerijl geëvacueerd naar een ziekenhuis van het National Institutes of Health in Bethesda in de VS. Hij kreeg geen experimentele vaccins of speciale medicijnen tegen ebola, omdat die toen erg schaars waren. Hij doorstond een zeer kritieke periode van ruim een week, met uitval van meer organen, maar herstelde op eigen kracht. Hij kon 33 dagen nadat hij voor het eerst merkte dat hij besmet was het ziekenhuis weer verlaten.

Behalve de concentraties virusdeeltjes, afweercellen en afweerstoffen maten de onderzoekers ook de genexpressie van witte bloedcellen van dag tot dag. De piek van het aantal virusdeeltjes in de witte bloedcellen (op dag 9) ging vooraf aan een bijna fatale verslechtering van de conditie van de patiënt. De eerste fase ging gepaard met een toename van opruimcellen van het afweersysteem. Dat suggereert dat het virus in eerste instantie efficiënt wordt opgeruimd, en dat een heftige afweerreactie uiteindelijk de grote levensbedreigende schade in het lichaam veroorzaakt. Diarree, koorts en bloedingen verdwenen maar diverse organen vielen uit. De conditie van de patiënt verbeterde weer nadat er antilichamen in het bloed verschenen.

Bij deze patiënt trad geen ‘cytokinestorm’ (een explosie van ontstekingsfactoren) op, waardoor de afweer op tilt kan slaan. Maar of dat doorslaggevend was voor zijn overleving, is niet duidelijk. Tijdens de ebola-epidemie in West-Afrika tussen 2013 en 2015 raakten zeker 28.000 mensen besmet, waarvan er ruim 11.000 overleden.