Recensie

Zappa’s grillige stukken zijn in goede handen bij Musikfabrik

De alleskunners van Musikfabrik speelden Zappa’s unieke bandwerk uit de jaren 70. De slagwerkers excelleerden, net als de sologitarist.

Natuurlijk, Frank Zappa was een ‘serieuze’ componist, wiens werk door Pierre Boulez gedirigeerd werd. Maar de kern van Zappa’s nalatenschap is toch de unieke cross-overmuziek die hij in de jaren 70 en 80 maakte voor zijn virtuoze liveband, een wisselend burlesk gezelschap dat alles kon en dus ook alles moest spelen – rock, fusion, pseudojazz, cabaret, doowop, u zegt het maar.

Musikfabrik (ook zo’n groep die alles kan spelen) combineerde Zappa’s bandwerk uit de jaren 70 met zijn grote voorbeeld Edgard Varèse. Op Varèses briljante Ionisation voor dertien slagwerkers volgde Zappa’s legendarische drumsolo The Black Page (zwart van de noten). Halverwege het concert ging het licht uit voor Varèses ooit baanbrekende Poème électronique (1958). In de context van Zappa hoorde je hoe grappig die muziek eigenlijk is.

The Black Page, door Ensemble Musikfabrik.

Zappa’s stukken zijn grillige collages, gestikt met aanstekelijke, maar superonregelmatige en vingervlugge melodietjes. Geen probleem voor Musikfabrik, in de sterke arrangementen van componist Ali Askin. Vooral de slagwerksectie excelleerde en toonde in de uitgesponnen toegift (Echidna’s Arf en Don’t you ever wash that thing?) ook over de juiste clowneske kwaliteiten te beschikken.

Zonder geloofwaardig alternatief voor Zappa’s sologitaar geen Zappa. Dat werd gevonden in jazzgitarist Frank Wingold. In RDNZL vlamde hij in stijl. De kernband klonk weliswaar goed, maar in de geluidsregie kwamen de houtblazers en strijkers er bekaaid vanaf. De contrabas dubbelde nochtans de gitaarsolo van Inca Roads – dat had ik willen horen, en niet alleen zien.