Wie werkt er nog in dienst van God?

Carrière in de kerk

Kerken lopen leeg, toch kozen deze jongeren voor een baan als predikant. Op hun manier geven ze invulling aan het vak. „Ik had ook veel geld kunnen verdienen in het bedrijfsleven, maar het gaat niet om mij of mijn ego.”

Maarten Boersema (30): „In veel gezinnen zijn jongeren afgehaakt. Ze willen harde bewijzen dat God bestaat.” Foto Kees van de Veen

Als dominee Maarten Boersema (30) op zijn racefiets over het Friese platteland snelt, ziet hij in elk voorbijtrekkend terpdorpje een fraaie, oude kerk boven het maaiveld uitsteken. Veel van die kerken staan leeg, weet Boersema. „Misschien dat er eens in de maand voor een vergrijsd clubje mensen een kerkdienst wordt gehouden. Of ze hebben al een andere bestemming gekregen.”

Boersema’s racende observatie is illustratief. Door ledenverlies – vooral door vergrijzing en sterfte – komen veel kerken leeg te staan, krijgen een andere bestemming of worden afgebroken. Onlangs becijferde het Centraal Bureau voor de Statistiek nog dat steeds minder jongeren gelovig zijn. Het aandeel jongeren van 15 tot 25 jaar dat zich tot een kerkelijke gezindte of levensbeschouwelijke groepering rekent, is gedaald van 49 procent in 2010 naar 41 procent vijf jaar later.

De terugloop is inmiddels stabiel, maar het afnemend aantal kerkelijk actieve jongeren is weinig hoopgevend. De kerken lopen leeg. Wat bezielt jonge mensen die er toch voor kiezen hier hun brood te verdienen?

Ik zag ik thuis hoe mooi het is om dichtbij God te leven en dichtbij mensen te staan

Achterafdorpje

De kerkbanken van Boersema’s gereformeerd-vrijgemaakte kerk in het Noord-Friese Blije zijn iedere zondagochtend én -middag nog gevuld. De gemeente telt 169 zielen, afkomstig uit de regio Blije, waarvan er zo’n honderd ter kerke gaan. Ook hier worstelen jongeren met geloofsvragen, weet hij. „In veel gezinnen zijn jongeren afgehaakt. Ze willen bijvoorbeeld harde bewijzen dat God bestaat, maar niet alles is te verklaren. Ik ben zelf gelovig opgevoed en raakte er steeds meer zelf van overtuigd dat God een levende realiteit is die kracht, hoop en liefde geeft.”

Hoe ze moeten bidden weten ze nog niet, maar de saamhorigheid spreekt aan. Twintigers ontdekken de hippe kerk

Doordat zijn vader predikant is, wist Boersema wat het werk zou inhouden. „Mijn vader heeft me de liefde voor het vak bijgebracht. Ik zag ik thuis hoe mooi het is om dichtbij God te leven en dichtbij mensen te staan.”

Toch was het geen uitgemaakte zaak dat Boersema ook theologie ging studeren. „Als scholier ging ik ook naar open dagen van geneeskunde, internationale betrekkingen en internationale organisaties en zelfs van een pilotenopleiding. Aan de Theologische Universiteit in Kampen werd gezegd: ‘Jullie zijn nodig om in nieuwe woorden het oude verhaal door te geven’. Dat was voor mij een omslagmoment.”

Krijgt Boersema, inmiddels ruim twee en een half jaar predikant, weleens verbaasde reacties als hij vertelt dat hij dominee is? „Jazeker, dan hoor ik: wie doet dat nog? Maar ze vinden het meestal wel mooi dat er nog mensen zijn die zich aan een hoger doel verbinden. Als studenten grapten we soms: je zou maar in zo’n achterafdorpje terecht komen… Inmiddels vind ik het juist heel mooi om verbonden te zijn aan een gemeenschap die hier al heel lang geworteld is.”

Verwarrend

Jantine Veenhof (31): „Een bedrijf in dit stadium zou allang gestopt zijn.”. Foto Kees van de Veen

Als Jantine Veenhof (31), sinds vierenhalf jaar protestants predikant in het Zuid-Hollandse Wateringen (500 kerkleden, waarvan er wekelijks zo’n tachtig de kerkdienst bezoeken), vertelt over haar werk, hoort ze weleens onterechte vooroordelen. „Sommigen hebben achterhaalde ideeën over de kerk. Dan zeg ik: kom eens langs, het is echt niet meer hetzelfde als veertig jaar geleden.”

Het predikantschap is voor Veenhof een tweede keus. Of roeping, zoals ze het zelf noemt. Aanvankelijk wilde ze liever dokter in het ziekenhuis worden, maar ze werd uitgeloot voor geneeskunde. Dan maar ziekenhuispredikant, dacht ze en ze schreef zich in voor een studie theologie.

Maar toen ze in de collegebanken van de Vrije Universiteit hoorde dat ze de opstanding van Jezus uit de dood niet letterlijk moest nemen, sloeg de twijfel toe. „Als dat niet waar zou zijn, wat blijft er dan nog over van het evangelie? Ik kreeg steeds meer theologische kennis, maar vond dat voor mijn geloof heel verwarrend.”

Toen ze na haar studie als kerkelijk werker in Amsterdam in gesprek ging met mensen die op zoek waren naar zingeving, ontdekte ze in de praktijk – weg van de boeken – wat ze zelf geloofde. „Ja, toch ook in de opstanding van Jezus. Dat is zo’n hoopvol verhaal dat relevant is voor mijn leven nu én na mijn dood. Opstaan uit de dood is zo bizar, dat verzín je niet en daarom geloof ik het.”

De Wateringse predikant vindt het belangrijk dat jonge mensen „het verhaal van God op een nieuwe manier blijven vertellen”. Zo organiseert ze maaltijden bij twintigers en dertigers thuis met gesprekken over God, de Bijbel en het leven. En een maandelijkse bijbelstudie in de lokale bruine kroeg met zo’n tien ‘Godzoekers’. „Dat is heel ontspannen, wie wil drinkt er een biertje bij.”

Huis van de zaak

Hoe leuk dat ook klinkt, de vraag is welk toekomstperspectief je hebt als je in de kerk werkt. Veel predikanten beginnen in een dorpskerk om door te groeien naar een stadsgemeente. Boersema zou die stap ooit best willen maken. Maar, benadrukt hij, carrière maken is een beetje in tegenspraak met het vak van predikant. „Mijn groei zit ‘m vooral in waar de bijbelse profeet Micha op wijst: ‘Wees eerlijk, rechtvaardig en trouw. En denk niet alleen aan jezelf, maar leef dicht bij God’.”

Ook Veenhof vraagt zich af of carrière maken bij haar ambt hoort. „Het gaat niet om mij of mijn ego, maar om het verhaal van God en mensen. Ik denk er weleens over na waarom ik een baan heb gekozen in een kerk die over een tijdje misschien niet meer bestaat. Ik had ook veel geld kunnen verdienen in het bedrijfsleven, zoals vrienden. Mijn loopbaan is dus eerder een weg naar beneden, terwijl je in een bedrijf toe kunt werken om de hoogste baas te worden.”

Levert een kerkbaan aan het einde van de maand nog iets op of werken de jonge dominees letterlijk pro Deo? Boersema en Veenhof verdienen rond de 1.950 euro. „Ik werk dus niet voor het grote geld,” zegt Veenhof. „Soms wel jammer, maar ik heb een rijk beroep waardoor ik veel van het leven leer.”

Van oudsher is een predikantensalaris bedoeld om in het levensonderhoud te voorzien, zodat de dominee is vrijgesteld van ander werk. De salarisschalen zijn afgestemd op het aantal gemeenteleden.

Een bijzondere secundaire arbeidsvoorwaarde is dat de predikanten wonen en werken in een pastorie, de ambtswoning van de kerk. „Mijn huur wordt ingehouden van mijn salaris”, zegt Veenhof. Boersema betaalt geen huur. „Maar ik tel voor de fiscus wel een deel bij mijn inkomsten op en betaal daarover belasting.”

Veenhof houdt er rekening mee dat ze ooit niet meer betaald kan worden door een kerkgemeenschap. „Dan moet ik op zoek naar een andere baan of iets ernaast, bijvoorbeeld in de media of als zingevingsadviseur voor organisaties. Net als de apostel Paulus, hij was gemeentestichter én tentenmaker.”

Ik heb een rijk beroep waardoor ik veel van het leven leer

Flexibele werktijden

Boersema doet er nu al iets bij. Hij combineert het predikantschap met freelance tekstschrijver en fotograaf voor kranten, tijdschriften en zorginstellingen. Niet noodgedwongen – zijn vrouw werkt ook – maar vooral omdat hij het leuk vindt. „Ik vind het heerlijk dat ik dat werk ernaast heb. Dankzij mijn flexibele werktijden kan ik het goed met elkaar combineren.”

Ook heeft Boersema een eigen fotowebsite, Blijekerk.nl, met sferische en verstilde beelden van het Friese landschap, asielzoekers, gemeenteleden, geboortebezoeken, huwelijksfeesten en zelfs begrafenissen. „Dan fotografeer ik symbolisch de berg zand naast een open graf. Het zijn dus ondanks de naam niet alleen maar blije foto’s.”

Boersema begon er ooit mee omdat hij zijn predikantschap en fotografiewerk wilde samenbrengen. „Inmiddels realiseer ik me dat je door de foto’s van een Friese geloofsgemeenschap en het landschap je eigenlijk kleine, alledaagse sporen van God en zijn schepping ziet. God en geloof horen bij het leven.”

Toch is Boersema allereerst predikant en nauwelijks bezig met de vraag hoe je je boterham blijft verdienen in een geseculariseerde samenleving. „Er blijft behoefte aan mensen die zich bezinnen op geloof, religie, en zingeving. Ik twijfel niet aan de toekomst van de kerk. Het zal minder en kleiner worden, maar er blijven kerken bestaan.” Glimlachend: „Zoveel vertrouwen heb ik in onze lieve Heer.”

Ook Veenhof is hoopvol. „Een bedrijf in dit stadium zou allang gestopt zijn. Maar de kerk stopt niet omdat we geloven dat de boodschap sterker is dan de leegloop. Bovendien: er blijft gedoopt, getrouwd en begraven worden. Misschien moet de kerk zélf ook eerst sterven om daarna weer op te staan.”