Column

Tussen kind en ouders

Een in memoriam in The New York Times over de 95-jarige moeder van David Letterman? Was dat niet een tikkeltje overdreven? Nee, bleek mij al snel toen ik aan het lezen was. Lezen én kijken, want de krant had er op zijn site vermakelijke filmpjes aan toegevoegd – filmpjes die op een luchtige manier typerend zijn voor menige ouder-kindrelatie.

Lettermans moeder, Dorothy Mengering, was een regelmatig terugkerende gast in zijn talkshows en daarom voor de vaste kijkers een begrip. Hij belde haar op in haar huis (vaak de keuken) en praatte met haar over haar vakanties, het weer, haar zelfgebakken taarten en andere alledaagse zaken. Soms stuurde hij haar als een alternatieve correspondent naar het buitenland.

Zijn toon was licht plagerig, met een knipoog naar de kijker, maar zij trok zich daar niets van aan en gaf hem de nuchtere antwoorden waar de kijker om moest lachen. Haar inbreng werd een welkome, milde pendant van zijn scherpe humor. De gesprekken maakten een geïmproviseerde indruk, al zal er heus wel enige voorbereiding zijn geweest. Hoe dan ook, de combinatie genereerde nóg betere kijkcijfers.

Voor ieder kind dat contact met zijn ouders heeft gehouden, zit veel herkenbaars in deze gesprekjes. Aan de ene kant het kind, bruisend van energie en ambitie, dat op een verloren moment zijn ouder(s) belt, aan de andere kant de ouder die kalmpjes reageert op al die nieuwlichterij. Voor het kind heeft het leven nog van alles in petto, voor de ouder bestaat het uit de routine van alledag.

Zijn ouders gaan op vakantie altijd even naar Amish Country, vertelt Letterman zijn publiek. Hij belt zijn moeder. „Hoe is het weer bij jullie?” „Prima.” „Hebben jullie daar indian summer?” „Dit is indian summer.” „Beschrijf dat eens.” „Het is dan mooi, warm, zonnig weer na de eerste vorst.” „Daar gaat het om! Na de eerste vorst, toch?” „Ja.” „Waar waren jullie op vakantie?” „In Ocean City.” „Waar nog meer?” „We waren in het Winterthur Museum.” „Gingen jullie nog naar Amish Country?” „Ja, we gingen ook naar Amish Country.” Letterman springt juichend op en wijst op zijn telefoon.

Hij belt haar in februari, nadat hij het publiek verteld heeft dat zijn moeder in die periode altijd over de krokussen begint. „Goed weer, mam?” „Nee, het is een vochtige februaridag.” „Wordt het een late lente?” „Weet ik niet, maar de narcissen en de krokussen komen al op…”

Met Howard Stern, de vermaarde radiopresentator, had Letterman in 2013 in zijn show een lang gesprek. Veel gelach en geschreeuw, want ook Stern is in de eerste plaats een entertainer. Maar onder de oppervlakte sluimert een zekere ernst als Stern over zijn ouders begint. Hij had altijd hun aandacht willen krijgen, misschien was dat wel de bron van zijn ambitie.

Hij wordt beroemd en rijk en laat een prachtig huis in Florida bouwen, waar ook zijn ouders kunnen logeren. Hij belt zijn moeder en nodigt haar uit te komen. „Nee”, zegt ze, „wij blijven hier.” „Wil je echt niet komen?” „Nee, je vader en ik hebben onze routine, we doen één ding per dag. We gaan naar de winkel, en dat is het dan.” Ze komen alleen als het hun uitkomt.

Stern kan er niet bij. Hij vergeet dat zijn ouders het volste recht hebben op het houvast dat ze hun routine noemen.