Column

Poetin ziet provocaties en geeft Trump geen millimeter

Zijn na de Amerikaanse luchtaanvallen op Syrië de Verenigde Staten en Rusland langs de ‘rand van oorlog’ gescheerd, vraagt Hubert Smeets zich af.

De Russische minister Sergej Lavrov (rechts) en Rex Tillerson woensdag in Moskou. Foto Ivan Sekretarev/AP

Met een salvo van 59 kruisraketten, gelanceerd vanaf de Middellandse Zee, dacht president Donald Trump orde in de Syrische chaos te scheppen en terug te keren op het Midden-Oosten-toneel. Anderhalf jaar geleden veroverde president Vladimir Poetin het initiatief in Syrië op vergelijkbare manier. Namelijk door exact op zijn 63ste verjaardag 26 kruisraketten vanuit de Kaspische Zee af te vuren op anti-Assad-rebellen in Syrië.

Denkend aan Kennedy en Chroesjtsjov drong een angstige vraag zich op.

Waren Amerika en Rusland langs de ‘rand van oorlog’ gescheerd, zoals premier Dmitri Medvedev zei? Hadden de Russen, krap aan geïnformeerd door het Pentagon, nog net maatregelen kunnen nemen, zodat ze geen ‘Lading 200’ (lijkkisten) naar huis hoefden te sturen? Zo ja, dan zou een volgende confrontatie in de lucht boven Syrië wel eens geen narrow escape meer zijn.

Of trokken beide landen een rookgordijn op ter wille van de ‘deal’ die Trump in het vooruitzicht had gesteld? Waarom anders hielden beide landen zich op de vlakte over de resultaten van de aanval op luchtmachtbasis bij Homs? Volgens de Amerikanen hadden 58 tomahawks doel getroffen, volgens de Russen slechts 23 van de 59. Fysicus-politicoloog Aleksandr Chramtsjichin opperde daarom in de Nezavisimaja Gazeta dat Russische gevechtsvliegtuigen een aantal Amerikaanse raketten tijdig hadden uitgeschakeld.

Geen van beide theorieën valt te verifiëren. Wel staat vast dat Rusland al een week geen sjoege geeft over de eigen verantwoordelijkheid. De activistische Russische ambassadeur in Londen zette de toon. De gifgas-doden waren pionnen in een actie om president Assad in een kwaad daglicht te stellen, zoals ook de MH17-ramp drie jaar geleden op touw was gezet om Rusland een kunstje te flikken. Ambassadeur Aleksandr Jakovenko schreef op 6 april: „Zoals het neerhalen van het Maleisische vliegtuig boven Oost-Oekraïne in juli 2014 was bedoeld om Berlijn aan boord te krijgen voor het westerse sanctiebeleid tegen Rusland, is dit keer de nieuwe Amerikaanse regering het doel. Waarom vraagt niemand wie er profiteert van zulke getimede incidenten?”

Zijn president borduurde een kleine week later voort op deze redenering. In een interview met Mir24 (Wereld24), een Russische wereldomroep die zich richt op alle vijftien voormalige Sovjetrepublieken die tot 1992 vanuit Moskou werden bestuurd, zei hij over het gifgas: „Gewoon een opzetje, dat wil zeggen: een provocatie, een voorwendsel om druk uit te oefenen op de wettige Syrische regering.”

Dezelfde dag onderhield Poetin zich bijna twee uur met Amerikaanse minister Rex Tillerson van Buitenlandse Zaken over de „treurige toestand” van de bilaterale betrekkingen. Tillerson was eerder vijf uur door collega Sergej Lavrov onderhouden: voor 99 procent over Syrië en voor 1 procent over Oekraïne.

Tillerson verliet Moskou vervolgens met lege handen. Zelfs foto’s en tekst van zijn gesprek in het Kremlin werden niet aan de pers vrijgegeven. Het kan zijn dat de president er te bleek uit zag. Denkbaar is ook dat dit een geintje is om de minister van Trump klein te houden.

Voorlopige conclusie een week na dato. De verwarring houdt aan. Zeker tot maandag 8 mei. Dan is bekend wie de president van Frankrijk wordt en kunnen de kaarten voor de machtsverhoudingen in Europa opnieuw worden geschud.

Oost-Europa-expert Hubert Smeets schrijft om de week met redacteur geopolitiek Michel Kerres over de kantelende wereldorde.