Column

Niet Syrië – Oekraïne wordt de echte test

De Russen en de Chinezen kijken met verbazing naar de zigzagkoers van de regering-Trump. Bij al hun onverwachte zetten hebben zowel Moskou als Peking een heldere visie op hun strategische belang. In het Witte Huis ontbreekt dat momenteel. Of liever: er botsen twee tegenstrijdige visies. De isolationistische America First-stroming van Steve Bannon, die de president de verkiezingswinst bracht, versus de interventionistische stroming van Amerika als globale supermacht, vertegenwoordigd door Jared Kushner en Washingtons establishment, nu aan de overhand.

Van de uitkomst van deze ideeënstrijd – in Amerika, in het Witte Huis en in het brein van Trump – hangt veel af. De mondiale stabiliteit is het beste gediend met een mix van beide: Amerika’s ferme engagement met de wereld zonder het messianisme à la Bush jr. Na Amerika’s aanval op Syrië zijn de kansen daarop niet verkeken. Realistisch internationalisme, noemde Obama het.

Als Trump zijn ‘kunst van de deal’ in de diplomatie wil beoefenen, moet zijn regering bijleren, kreeg buitenlandminister Rex Tillerson deze week in Moskou ingewreven door zijn Russische collega Lavrov. „We hebben over de geschiedenis gesproken en Rex zei dat hij nieuw is en niet zo geïnteresseerd in geschiedenis”, zei de Kremlin-veteraan. „Hij wil de problemen van vandaag aanpakken, maar de wereld zit zo elkaar dat als je niet naar het verleden kijkt, je in het heden vastloopt.” Oftewel: een oliebedrijf runnen, zoals Tillerson deed – of een onroerendgoedfirma, zoals Trump – is iets anders dan in een geopolitiek mijnenveld opereren. Maar wie de situatie juist leest kan ook daar zaken doen.

Niet het complexe Syrië, maar Oekraïne is de test. Hopelijk hebben de Russen en de Amerikaan – Tillerson sprak ook twee uur met Poetin – achter gesloten deuren klare taal gesproken. Voor de camera’s herhaalden beide partijen dat het Minsk-akkoord uit februari 2015 moet worden nageleefd, de afspraken voor een staakt-het-vuren tussen de regering in Kiev en de pro-Russische separatisten in oostelijk Oekraïne, die tot stand kwamen na overleg tussen Poetin, de Oekraïense president Porosjenko, Merkel en Hollande. Vrede vergt echter meer dan een staakt-het-vuren: een onderliggend compromis tussen Amerika en Europa enerzijds, Rusland anderzijds, over een veiligheidsarchitectuur voor het continent.

De contouren van zo’n deal liggen besloten in het Minsk-akkoord. De zichtbare elementen: een grondwettelijke decentralisering van Oekraïne en gemonitorde lokale verkiezingen in separatistengebied (voor de liefhebbers: punten 11 en 12). Deze punten verwijzen echter naar onzichtbare, fundamentelere elementen, waarvan alle gesprekspartners in Minsk doordrongen waren maar die, indien uitgesproken, op weerstand zouden stuiten bij hardliners in Kiev en Washington enerzijds en in de opstandige Donbas en Moskou anderzijds.

Voor Rusland is de kern dat Oekraïne op korte en middellange termijn geen lid van de NAVO mag worden; in ruil zou Kiev de territoriale soevereiniteit over de opstandige regio’s in Oost-Oekraïne (maar niet de Krim) herwinnen, mits een grondwetswijziging de regio’s een soort veto over NAVO-toetreding verleent. Tot op heden ontbreken het wederzijds vertrouwen en de politieke doorzettingsmacht om deze uitruil in gang te zetten. Zolang het Oekraïense parlement in Kiev geen nieuwe grondwet vaststelt, oefent Moskou geen druk uit op de rebellen; zolang de wapens geladen zijn, valt in de Rada geen meerderheid voor een nieuwe grondwet te vinden. Zo is het conflict vastgelopen. Om er beweging in te krijgen moeten Trump en Poetin praten. Zolang de situatie vastzit, wint de Rus sowieso: zijn wil niet te verliezen is groter dan de westerse wil te winnen.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof en hoogleraar Europees recht en EU-studies (Leiden, Louvain-la-Neuve).