Jack Prins: ‘Ze konden me niet kapot krijgen’

Oorlogsherinneringen

Een toevallige ontmoeting in een Mexicaanse trein resulteerde in de publicatie van het bijzondere oorlogsverhaal van Jack Prins: Alfabet van de Afgrond.

Overlevende Jack Prins en vertaler Iris van der Lee voor de HH. Laurentius- en Elisabethkathedraal. De twee ontmoetten elkaar in een trein in Mexico. Foto Rien Zilvold

Zeven jaar oud was Jack Prins toen hij de bommen op Rotterdam zag vallen vanuit Katendrecht. Zijn jeugd stond toen al volledig in het teken van de Tweede Wereldoorlog en kenmerkt zich door een lange reeks van vluchten en onderduiken. Dat zijn verhaal nu wordt gepubliceerd kent zelf een bijzondere geschiedenis.

Het begint met een ontmoeting in een Mexicaanse trein. De Rotterdamse Iris van der Lee was daar op reis: „Het was oktober 2004 en ik zat in de trein in het Kopergebergte te midden van een bont gezelschap: Amerikaanse mannen met Poolse importbruiden, circusartiesten en goochelaars. Terwijl ik foto’s stond te maken op het balkon werd ik aangesproken door de vrouw van Jack Prins, Marguerite, die mijn Nederlandse accent herkende van haar man.” De twee raken al snel aan de praat over Rotterdam en Van der Lee bleek op een steenworp van het kindertehuis te wonen, waar Prins in de oorlog verbleef. Prins: „Eindelijk sprak ik met iemand die begreep wat onderduiken betekent. Amerikanen denken meestal dat het een soort watersport is.”

Nipte ontsnappingen

De ontmoeting leidde tot een vriendschap en meerdere bezoeken over en weer, waarbij Prins en zijn vrouw op zoek gingen naar alle plaatsen die hij zich van zijn jeugd kon herinneren. In het Oorlogsverzetsmuseum in Rotterdam raakt hij geïnspireerd om zijn levensverhaal op te schrijven, waarin de stad een bijzondere rol speelt.

Prins: „Ten tijde van de Hongerwinter was ik weer in Rotterdam beland. Ik liep langs de Laurentiuskerk op de Mathenesserlaan, waar een koor kerstliederen zong. Daar kreeg ik een tip die ervoor zorgde dat ik naar het platteland kon vluchten.” Het boek is een aaneenschakeling van nipte ontsnappingen, bijzondere avonturen en tragische gebeurtenissen. Zo verloor Prins zijn moeder en grootouders in de kampen en keerde zijn vader beschadigd terug uit Duitsland. Zelf kreeg hij greep op zijn leven door te gaan boksen, waar hij zo goed in was dat hij met het verdiende geld in de VS wiskunde kon gaan studeren, waar hij later in zou promoveren.

Hij woont gedeeltelijk in Austin, Texas, waar hij lid is van een actiegroep tegen de Amerikaanse president Donald Trump. „Zijn retoriek over moslims doet me steeds meer denken aan die van Hitler over Joden. Het zorgt er zelfs voor dat ik weer nachtmerries heb over de Tweede Wereldoorlog. Ondertussen lijkt de situatie in Nederland met Wilders steeds meer op de Verenigde Staten, dat baart me zorgen.” Zijn actiegroep heet ‘Het Verzet’. „Dat is ook mijn boodschap in het boek, dat ze me niet kapot konden krijgen. En ik wil laten zien hoe een kind zich voelt in oorlogstijd, als het continu het land wordt doorgeloodst.”

Een artikel in De Havenloods over de geschiedenis van Jack Prins zorgde ervoor dat Iris van der Lee werd benaderd door een uitgever. De afgelopen drie jaar was ze bezig met de vertaling van het eerste deel van het boek, dat zich in Nederland afspeelt, de eindredactie was in handen van Arie van der Krogt. Burgemeester Aboutaleb neemt woensdag 19 april het eerste exemplaar van ‘Alfabet van de Afgrond’ in ontvangst.