Cultuur

Interview

Interview

Foto Frank Ruiter

Micky Hoogendijk: ‘Ik maak iets moois van pijn’

Ze was al actrice, fotomodel en presentator, nu is Micky Hoogendijk ook fotograaf – en exposeert ze in museum Jan van der Togt. „Mijn moeder leerde me dat ik kan zijn wie ik wil zijn.”

De favoriete foto van Micky Hoogendijk (46) is een portret dat ze maakte van een meisje van een jaar of 13. Flaporen, serieuze ogen, wangen waaruit het kindervet net is verdwenen. Het gezicht is bedekt met een masker van digitale diamanten, een beetje zoals bij die beroemde diamantschedel van kunstenaar Damien Hirst. Elk diamantje, zegt Micky Hoogendijk, staat voor wat dit meisje nog mee moet maken voor ze een vrouw is. „Een eerste liefde, een eerste gebroken hart, verlies, teleurstelling. Een nieuwe liefde.”

Ze bewerkte de foto achter de computer, thuis aan de keukentafel. „Ik had mezelf leren photoshoppen, vooral om te verhullen dat ik nog niet zo goed kon fotograferen.” Ze had de camera net gekregen van haar moeder vlak voor die overleed, in 2009. Na haar moeders dood was Micky Hoogendijk naar Amerika vertrokken met haar nieuwe liefde Adam Curry, radiomaker en internetondernemer. „Ik had niet veel om handen daar. Fotograferen werd mijn ding. Hele dagen liep ik door de stad foto’s te maken.” Ze woonden een jaar in San Francisco, een jaar in Los Angeles en toen drie jaar in Austin, Texas. Ze had geen studio, geen professionele lampen, was nauwelijks technisch onderlegd. En toch „ontstond” ineens dit beeld van het diamantmeisje. „Ik riep Adam erbij en zei: volgens mij … is dit écht iets.”

Misschien een tikje overdreven om te zeggen dat ze plotsklaps van Goede Tijden, Slechte Tijden-actrice, fotomodel en presentator veranderde in een fotokunstenaar, maar het ging wél snel. Een (Nederlandse) galerie lijfde haar in, binnen een maand hing het diamantmeisje met nog acht andere foto’s bij de Los Angeles Art Fair. „Twee stands naast die van Damian Hirst himself.” The Washington Post publiceerde daarop de foto, en de ene na de andere werd verkocht. „Pas toen dacht ik: misschien moet ik mijn foto’s eens serieus gaan nemen.” Nu is er een fotoboek, én vanaf deze week heeft ze een solotentoonstelling in museum Jan van der Togt in Amstelveen. Gewéldig natuurlijk, voor het eerst in een museum. „Maar ik heb van tevoren wel getwijfeld. Kan ik dit doen? Kan ik dit aan? Ik ben nog maar zo kort bezig.”

Mijn vrienden zijn er nog niet over uit of ze me nou heel naïef of heel stoer moeten vinden

De drie maanden dat de tentoonstelling duurt, logeert ze in Amsterdam. Sinds haar scheiding van Adam Curry woont zij in Los Angeles. We spreken af bij het American Hotel op het Leidseplein in Amsterdam. De stad waar ze is geboren, en waar ze naar terugkeerde toen ze op haar zestiende op kamers ging. We wenken, we wuiven tot de ober ons in de gaten krijgt. Zalmfilet voor haar, geen brood, en groente in plaats van friet. „Ja, waarom, waarom?”, antwoordt zij op de vraag waarom haar moeder haar een camera gaf. „Ze moet geweten hebben…” Dat er een kunstenaar in haar school? Ze haalt haar schouders op, zoekt naar de Nederlandse woorden. „Ik ben grootgebracht in een creatieve omgeving.” Haar grootvader Hoogendijk was kunsthandelaar, haar moeder binnenhuisarchitect, haar stiefvader Roelof Frankot schilder. Wat haar ‘echte’ vader deed of was, weet ze niet. Ze is een van de eerste KID-kinderen. Ontstaan door kunstmatige inseminatie met zaad van een donor (dat mocht in 1970 nog anoniem). „Het ziekenhuis waar het gebeurde is afgefikt en de arts die mijn moeder behandelde, is van een berg gestort. Ik zal nooit te weten komen wie mijn vader was.” Ze was haar moeders wens. „Ik was haar project. Zij leerde me dat ik kan zijn wie ik wil zijn.”

Opgroeien zonder vader

In het fotoboek staat een essay van fotorecensent Pim Milo. Wie zonder vader opgroeit, schrijft hij, blijft altijd op zoek naar de missende component, het ontbrekende deel van de identiteit. „Zulke” kinderen worden vaak acteur of fotograaf, zegt hij. Micky Hoogendijk werd allebei. Allebei zonder plan vooraf en zonder opleiding. „Het gebeurde”, zegt zij. Twee jaar lang – tussen 2000 en 2002 – speelde ze de rol van slechterik in een dagelijkse soapserie, en pas toen besloot ze „het acteren eens serieus te nemen en het eens echt te leren”. Vanaf de set van Goede Tijden Slechte Tijden boekte ze een ticket naar Los Angeles, om daar een opleiding method acting te doen. Zo maar?, vraag ik. Ze knikt. Kende ze daar iemand? Nee, schudt ze. Had ze geld? „Ik had een schilderij uit mijn verzameling verkocht. En met een soapserie verdien je goed geld.” Kon ze daar ergens wonen? Ze lacht. „Mijn vrienden zijn er nog niet over uit of ze me nou heel naïef of heel stoer moeten vinden.”

Bij method acting wordt acteurs geleerd emoties niet te acteren, maar op zoek te gaan naar eigen ervaringen en herinneringen en de bijbehorende emoties op te roepen. Ze trekt de mouw van haar witte blouse op. Kippenvel op haar arm. „Als ik verdriet of wanhoop wil oproepen, hoef ik in mijn hoofd alleen maar terug te gaan naar de ziekenhuiskamer. Ik herinner me de ruimte, de geur, de kleuren en meteen ben ik daar weer. ” In die kamer beviel ze in 1993 van Pepijn. Het jongetje was, na een voldragen zwangerschap, in haar buik overleden. Het jaar erop trouwde ze met de vader, kunstenaar Rob Scholte. Raakte opnieuw zwanger, maar kreeg een miskraam toen de auto waarin ze samen zaten, werd opgeblazen door een handgranaat. De toedracht van die aanslag in 1994, waarbij Scholte zijn beide benen verloor, is nooit opgehelderd. En Micky Hoogendijk, toen 24, heeft sindsdien nooit meer niet in de belangstelling gestaan. We volgden hoe ze van vrouw-van ex-vrouw-van werd. Ze werd vereenzelvigd (en gehekeld) met de bitchy Cleo die ze speelde, haar uitgaansleven als creatief directeur van de Supperclub werd breed uitgemeten. Ze trouwde en scheidde nog een keer vol in de schijnwerpers.

Al met al nogal wat ervaringen en emoties om uit te putten. „Van de pijn maak ik werk. Als acteur, en nu als fotograaf. Angst voor pijn is veel erger dan de pijn zelf. Bang zijn verlamt me. Ik maak iets moois van wat ‘au’ doet.” En ze denkt dat haar moeder haar daarvoor het instrumentarium heeft aangereikt. Een camera. Een goed portret is een reflectie van de fotograaf, schrijft recensent Milo. De fotograaf spiegelt zich aan anderen. Zie ook de titel van het boek en de tentoonstelling: Through the eyes of others I see me. Zijn het zelfportretten? „Net als bij method acting gebruik ik wat er in me naar boven komt. Dat probeer ik te vangen in beeld. Soms begrijp ik pas achteraf wat de betekenis is van sommige beelden.” Neem de serie Marriage die ze maakte van een naakt stel op houten stoeltjes tegenover elkaar. „Terwijl ik die maakte, was ik al aan het scheiden, alleen wist ik dat toen nog niet.”

Een kinderstoel, twee wiegjes

Van Austin, waar ze met Adam Curry woonde, verhuisde ze in 2015 naar Los Angeles, waar ze eerder haar acteursopleiding volgde en waar ze nog altijd woont. „Bij de verhuizing kwam ik een doos tegen die mijn moeder me twintig jaar eerder had gegeven, maar die ik altijd ongeopend had gelaten. Poppenhuis, stond erop. Erin zaten de meubeltjes die hoorden bij het poppenhuis waarmee ik als kind speelde. Muziekinstrumenten, een kinderstoel, twee wiegjes. Stukken speelgoed die me confronteerden met de dingen die in mijn leven niet waren gebeurd. Dromen die geen werkelijkheid waren geworden. Daar zat ik dan, in een leeg huis, gescheiden, kinderloos, mijn moeder dood, geen broers en zussen. Ik had niets en niemand meer.” Het poppenhuis is ze gaan fotograferen. Leeg en gemeubileerd, bij zon- en maanlicht.

„Vrienden zeiden tegen me: ‘Nu moest je misschien maar eens een baan zoeken.’ Geen idee hoe ik dat had moeten doen. Ik heb nog nooit een echte baan gehad.” Ze stortte zich eens te meer op wat ze het liefste deed. Foto’s maken. „Ineens kwam alles eruit. Alle beelden en verhalen die blijkbaar al die tijd in me zaten opgeslagen.” Het resultaat is een verzameling beelden: van vrouwelijke mannen, en masculiene vrouwen; van een klein meisje in een groot verwaarloosd huis; van vrouwen in melkmeisjeskledij. Ze maakt hooguit twaalf foto’s per jaar, en van elk drukt ze een beperkte oplage.

„Het is keihard werken en loodzwaar, ook financieel.” Ze heeft steun van een paar vriendinnen met „fijne huizen” in Los Angeles die haar hun garage of zwembad als fotoset lenen. Haar acteursvrienden uit de tijd dat ze er studeerde, poseren graag voor haar, ook naakt. Of ze plukt modellen van de straat, zoals het 13-jarige diamantmeisje Heather, dat ze aansprak bij Forever21, een modewinkel. Haar foto’s hangen op verkooptentoonstellingen in galeries van Mexico tot Japan en nu dus in een het museum Amstelveen. Wat ze verdient, investeert ze weer in nieuwe lenzen of lampen.

Op het scherm van haar telefoon scrollen we door haar foto’s. Onderwateropnames van een naakte vrouw die probeert dwars door een muur te zwemmen. Autobiografisch? Vast. „Maar belangrijker nog dan wat ik erin heb willen leggen, is wat anderen erin zien. Zij kopen het, tenslotte.” Nog een onderwaterfoto van iets wat lijkt op een zeldzaam zeedier dat naar de bodem zinkt. Een kwal? Nee, een jurk. „De trouwjurk van mijn eerste huwelijk en de sluier van mijn tweede.” Amerikaanse vrouwen, zegt ze, maken een hele happening van die jurk als ze scheiden. „Ze verscheuren of verbranden hem. Dat doe ik niet hoor.” Ze grinnikt. „Ik laat hem heel zachtjes verdrinken.”