Recensie

Hier wordt een nieuwe generatie vogelaars geboren

Natuur Bibi Dumon Tak is de Freek Vonk van de jeugdliteratuur: zij weet van vogelbeschrijvingen onweerstaanbaar leesvoer te maken.

Wat zegt u, meneer Nozeman? Dat het een idioot boek is, Het heel grote vogelboek van Bibi Dumon Tak? Nou nou, kom kom. Dan toch zeker het merkwaardigste vogelboek dat er ooit gemaakt is? Ja, daar moeten we u misschien wel gelijk in geven.

Wacht, ik moet misschien even aan de mensen – aan u, lezers – uitleggen tegen wie ik het heb: meneer Cornelis Nozeman is de man die als een spook door dit (inderdaad heel grote) vogelboek waart. Hij was een achttiende-eeuwse dominee, die samen met vader en zoon Sepp het initiatief nam tot een boek dat Nederlandsche Vogelen ging heten – een schatkist van een boek. Grote, gedetailleerde platen staan erin, met beschrijvingen van de ‘karakters’ van de vogels. Bibi Dumon Tak – kinderboekenschrijfster – sloeg het boek, inmiddels een museumstuk, open en maakte zich klaar om een update te gaan maken, en dat resulteerde in Het heel grote vogelboek. Nog steeds uitzonderlijk groot van formaat, met de oude tekeningen, maar met fonkelnieuwe teksten. Met dank aan meneer Nozeman, aan wie ze soms nog even denkt, want ze treedt in zijn illustere voetsporen.

De jeugdliteraire Freek Vonk

Dieren portretteren, dat is Bibi Dumon Tak (1964) wel toevertrouwd: al talloze boeken schreef ze waarin ze dat deed. Ze kreeg ooit de Gouden Griffel voor Winterdieren (2011) en zij is nog altijd met afstand de beste dierenschrijver die we hebben. Dat ze wel eens de David Attenborough of de Freek Vonk van de Nederlandse kinderliteratuur is genoemd, is echt niet overdreven. Haar verteltoon is alsof ze voor een klas met kinderen staat, hun spanning en opwinding geheel in zich opzuigt en de optelsom van dat alles in gouden zinnen, met een energie van orkaansterkte, over haar toehoorders uitstort.

En dan vertelt ze, over vogels. Nooit saai. Integendeel. Het begint al met de gaai die een ‘herrieschopper’ is, en een paar pagina’s later gaat het over de grote bonte specht, die natuurlijk ook een tamelijk krankjorume gewoonte erop nahoudt: ‘Er zijn zelfs spechten die tegenwoordig als headbangers tegen een verkeersbord aan rammen, omdat dat zo lekker metal klinkt.’ Verderop gaat het over de danskwaliteiten van de fuut, over de zangkwaliteiten van de nachtegaalmannetjes – en de kritische toehoorders die de nachtegaalvrouwtjes zijn. ‘Niet een beetje kritisch, maar Olympische-Spelen-onderdeel-rekstok-jurykritisch’, aldus Dumon Tak. ‘Maar de vrouwtjes zijn echt niet onder de indruk van zo’n losbol die in het wilde weg laat horen wat hij kan.’

Eigentijdse aanpak

Werkt dat, zulke eigentijdse tekst bij die klassieke tekeningen? Dat was de grote vraag, maar het volmondige antwoord is: ja. En dat komt doordat Dumon Tak zich er ook daadwerkelijk over ontfermt, over die combinatie van oud en nieuw. Ze neemt het oude boek een nieuwe eeuw mee in, en slaat echt een brug met de geschiedenis. Meneer Nozeman mag over elke vogel in ouderwets Nederlands in één zin zijn zegje doen (over de roek, die er als een schitterend lelijke piraat bij afgebeeld staat: ‘Het is zeker, dat men in ons land, op de Koornlanden alle vlyt aanwendt, om dit schadelyk Roofgedierte te verdryven.’). En Dumon Tak zorgt er vervolgens wel even mooi voor dat een publiek van nu dat kan verhapstukken. Soms met een terechte sneer naar Nozeman – ze laat ook zien wat voor potje Nozeman en Sepp, en de eigenwijze voortzetter van het overzichtswerk meneer Houttuyn, ervan maakten.

Maar een zooitje blijft het, dus al te gesteld op systematiek moet je niet zijn – de kwaliteit van Het heel grote vogelboek is verwondering, verrassing, enthousiasme voor de wonderen van de natuur. En dat telt: Dumon Tak weet van vogelbeschrijvingen onweerstaanbaar leesvoer te maken. Sterker nog: ik maak me sterk dat ze hiermee voor elkaar krijgt dat, hoezeer ook stadskind of wifiverslaafd, een nieuwe generatie vogelaars geboren wordt.

Dus omdraaien in het graf, nee, dat zou toch onterecht zijn, meneer Nozeman.