Opinie

Europa moet China meer als partner zien, niet als rivaal

Verkoeling tussen Amerika en China is goed voor Europa, denken , en van het Leiden Asia Centre. Ook rond Nederland zijn er verwachtingen.

In januari arriveerde de eerste rechtstreekse goederentrein uit China in Londen. Foto Facundo Arrizabalaga/EPA

De recente ontmoeting tussen de Amerikaanse president Donald Trump en zijn Chinese collega Xi Jinping viel samen met oplaaiende geweldsdreiging in verschillende delen van de wereld. De beide Korea’s voerden rakettesten uit, de Filipijnen stuurden militairen naar eilanden in de Zuid-Chinese Zee, en in Mar-a-Lago verraste Trump zijn eregast met een raketaanval op Syrische regeringsdoelen.

Ondanks de door de beide wereldleiders getoonde cordialiteit, onderstrepen deze gebeurtenissen de verstrekkende gevolgen van de fundamentele breuklijnen tussen Amerikaanse en Chinese beleidsdoelen. China verzet zich tegen het weer oplaaiende Amerikaans unilateralisme. Beijings omarming van de vrijhandel botst met het protectionisme van Washington. Xi roept op tot een mondiale oplossing voor het klimaatvraagstuk, waarvan Trump het bestaan ontkent.

Maar tegelijkertijd biedt dit een geteisterd Europa een nieuwe kans. Onze recente rondgang bij Chinese beleidsmakers en waarnemers leert dat, hoewel de Europese Unie er in hun ogen slechter voor staat dan ooit, het strategisch belang van Europa en de bereidheid tot samenwerking toenemen. Chinese leiders en staatsmedia blijven, ondanks teleurstellingen over ontwikkelingen in Europa, een welwillende toon aanslaan jegens de EU.

Dat Xi op weg naar zijn eerste ontmoeting met Trump deze maand een staatsbezoek bracht aan het sterk op vrijhandel gerichte Finland en aanmoedigende woorden sprak over de EU, was dan ook een bewust diplomatiek signaal. Het is nu zaak dat Europa dit signaal oppikt en in haar eigen voordeel aanwendt.

Een grotere bemiddelende rol voor de EU is misschien zelfs wel noodzakelijk in Oost-Azië en Zuidoost-Azië als Trump slepende conflicten in de regio op scherp stelt. De relaties tussen Noord-Korea, Zuid-Korea, Japan, Taiwan en China zelf zijn te gespannen en complex, en de betrokkenheid van de VS te beladen, om vertrouwen te hebben in een ‘unilaterale’ oplossing vanuit Washington, zeker gezien het nucleaire potentieel van Noord-Korea.

Zie China meer als partner

Ook rond Nederland zijn er verwachtingen. Ons land staat in China bekend als een invloedrijke en goed presterende EU-lidstaat met een gezonde, open economie. Juist nu het liberale Britse geluid binnen de EU op het punt staat weg te vallen, hoopt Beijing dat Nederland zich in Brussel sterk zal blijven maken voor een open handelsbeleid. Andersom zijn wij gebaat bij een open maar slagvaardige Unie, die namens de lidstaten een lans kan breken voor betere toegang en een eerlijker speelveld voor Europese bedrijven in China. Duurzaam constructieve betrekkingen met Beijing vergen echter wel een heroverweging van bestaande beleidsuitgangspunten.

Het zou lonen China méér als partner te zien, en China’s opkomst minder als bedreiging. Er heerst vaak een negatief beeld rondom de groeiende Chinese aanwezigheid in Europa, met onvoldoende aandacht voor de positieve bijdragen van Chinese bedrijven, studenten, kennismigranten en toeristen aan onze economie en maatschappij. Hetzelfde geldt voor doemdenken over een onvermijdelijke oorlog met China als agressor. Oorlog is op geen enkele manier in China’s belang. Beijing zal zich tot het uiterste inspannen een oorlog te voorkomen, ook in de Zuid-Chinese Zee.

Voortbouwend op de constructieve samenwerking in het kader van de door China geleide Aziatische Infrastructuur Investeringsbank, zou Nederland zich samen met andere lidstaten kunnen inspannen voor een duurzame multilaterale inrichting van dit project die recht doet aan Europese belangen en wensen. Daarin kan aandacht worden besteed aan duurzaamheid, waarborgen voor maatschappelijk verantwoord ondernemen en belangen van het midden- en kleinbedrijf. Nederland kan substantiële goodwill tonen door volgende maand in Beijing op het hoogste niveau vertegenwoordigd te zijn bij het forum ‘Belt & Road’, een project om Azië en Europa fysiek en elektronisch nauwer economisch te verbinden.

Politieke wil tot samenwerking

Tot slot verdienen enkele grondslagen van het China-beleid heroverweging. Brussel en Den Haag moeten zich afvragen wat (en tegen welke prijs) er valt te bereiken met de hardnekkige nadruk op de projectie van de eigen kernwaarden, waar China het juist tot zijn ultieme kernbelangen rekent om ongevraagde externe politieke invloeden buiten de deur te houden.

Door de Chinese Communistische Partij niet als geloofwaardige partner te zien, maar als obstakel voor gewenste verandering, wordt enkel aangestuurd op conflict. Juist op dit punt zou een Europese benadering anders moeten zijn dan de Amerikaanse, waarin China als strategische rivaal wordt gezien.

In een tijd van verschuivende geopolitieke realiteiten is het wenselijk om de oude paradigma’s omtrent China eens goed tegen het licht te houden. China’s internationale ambities zijn kenbaar, consistent en tot op heden niet excessief. Hoewel het politieke systeem en de voortgaande opkomst van het land gepaard zullen blijven gaan met meningsverschillen en spanningen, betekent dit niet dat China geen waardevolle partner kan zijn. Op voor Nederland en Europa relevante internationale terreinen, waaronder handel en klimaat, is sprake van toenemende gelijkgezindheid. Dit moet zich vertalen in aangepaste, realistische beleidsuitgangspunten en politieke wil tot samenwerking. Het komende kabinet doet er goed aan hier werk van te maken.