Recensie

Jane Gardam nodigt uit tot binge reading

Met lef en verbeelding verknoopt Gardam losjes uiteenlopende levens tot een verrassende roman.

Tekening Paul van der Steen

Het begin is een kerstverhaal. Edward Feathers, voormalig advocaat en rechter, heeft zich na zijn pensioen teruggetrokken op het Engelse platteland. Zijn vrouw is overleden, zijn nieuwe buurman blijkt een vroegere collega, Terence Veneering, met wie hij in de rechtszaal vaak de degens heeft gekruist en die ook een affaire met zijn vrouw heeft gehad. Feathers negeert de man, maar als hij zichzelf op een koude kerstdag buitensluit, ziet hij zich toch gedwongen bij zijn oude tegenstander aan te bellen, en dat eerste, omzichtige bezoek leidt tot een voorzichtige vriendschap.

Eind goed al goed, behalve dan dat we nog maar aan het begin staan van Een onberispelijke man, de tragikomische, ontroerende en bij vlagen aangrijpende roman van Jane Gardam die oorspronkelijk in 2004 verscheen onder de titel Old Filth. Gardam (1928) debuteerde in 1971 en schreef sindsdien vele romans, kinderboeken en korte verhalen. In Engeland is ze een bekende naam, nu breekt ze eindelijk ook door in het buitenland.

Edward Feathers, de oude rechter, legendarisch vanwege zijn bijnaam Filth (een acroniem voor Failed In Londen, Try Hongkong), heeft zo op het oog een geslaagd, onberispelijk leven geleid. O ja, dat type ken ik wel, denk je als lezer: typisch Engels, stiff upper lip, gevoelens onderdrukt of ontkend. Maar Gardam doet niet aan types, ze maakt een individu van Feathers. Ze zet ons zijn hele leven voor, van zijn geboorte (waarbij zijn moeder sterft) tot zijn laatste ademtocht.

Hij wordt geboren in Brits-Maleisië, als vierjarige wordt hij met twee nichtjes ondergebracht bij een gastgezin in Wales. Daarna volgt een kostschool. Wanneer de Tweede Wereldoorlog uitbreekt, wil zijn afstandelijke vader dat hij terugkeert naar het Oosten. Na de oorlog begint Feathers als advocaat. Het begin is moeizaam, later, als hij zich in Hongkong gevestigd heeft, wordt hij uiterst succesvol.

Deze verre van volledige opsomming doet het boek geen enkel recht, al was het maar omdat Gardam haar verhaal niet chronologisch vertelt en regelmatig van perspectief wisselt. Ze concentreert zich op Feathers’ laatste jaren en maakt van daaruit sprongen terug in de tijd, niet al te systematisch, en juist dat geeft de roman een uiterst levendig karakter. Het vakmanschap waarmee Gardam die sprongen uitvoert zorgt ervoor dat je de draad geen enkel moment kwijtraakt.

Feathers is een harde schil, gegroeid over een gapend gebrek aan liefde. ‘Ik ben mijn hele leven, vanaf mijn vroege kindertijd, verlaten, of gedumpt, of gescheiden door de dood, van iedereen van wie ik hield en die om me gaf’, bekent hij als oude man. De diepste wonden zijn geslagen in zijn jonge jaren, zo blijkt.

Hoogtepunt van het boek is de lichtelijk manische rit naar het noorden van Engeland, die de bejaarde rechter vlak na de begrafenis van zijn vrouw maakt. Hij heeft zelden meer aan ze gedacht, maar nu wil hij de twee nichtjes zien met wie hij als jongetje in Wales bij een gastgezin zat. Gruwelijke jaren, waarin iets verschrikkelijks gebeurde dat later in het boek uiteindelijk wordt opgebiecht. Een hectische, vervreemdende reis, door Gardam mooi verwoord in korte zinnen en flarden monologue intérieur.

Gardam wordt wel vergeleken met Jane Austen en Muriel Spark, en daar kan Penelope Fitzgerald aan worden toegevoegd, vanwege Gardams laconieke, montere stijl en vanwege het feit dat ze haar scènes zorgvuldig uitkiest. Opvulling ontbreekt. Na afloop heb je de indruk dat je een boek hebt gelezen dat veel dikker is dan de 320 pagina’s die het telt.

In haar nawoord schrijft Gardam dat Een onberispelijke man ooit is begonnen als kort verhaal – over, inderdaad, twee gepensioneerde rechters die naast elkaar blijken te wonen en een voorzichtige vriendschap beginnen. Dat verhaal werd een roman en ook dat was nog niet genoeg: op hoge leeftijd schreef Gardam nog twee vervolgromans, die ook in vertaling zullen verschijnen: The Man in the Wooden Hat en Last Friends. In de tweede roman staat Feathers echtgenote Betty centraal, in de derde zijn grote rivaal in werk en liefde, Terence Veneering.

Kleine tegenstrijdigheden doen vermoeden dat Gardam dit project niet van te voren als trilogie heeft ontworpen, maar dat is alleen maar een voordeel, het geeft het geheel een zekere losheid.

Bij het lezen over de levens die vanuit verschillende perspectieven worden beschreven word je dikwijls aangenaam verrast. Niet alleen vanwege het excentrieke gedrag van de personages, maar ook omdat Gardam over een vrolijk soort schrijverslef beschikt. Ze beschrijft realistische levens in realistische decors, maar kan opeens personages en situaties introduceren die uit andere genres afkomstig lijken, uit mythen, sprookjes, spionageromans.

Wanneer Feathers bij het begin van de oorlog terugkeert naar het Oosten komt hij op de boot de Chinese dwerg Albert Loss tegen, mysterieus, ambivalent, en ondanks zijn geringe lengte larger than life – hij zal een beslissende rol in Feathers’ leven gaan spelen. De beschrijving van de Londense straat waar de pas getrouwde Feathers en Betty in The Man in the Wooden Hat wonen doet denken aan een opgewekte musical waaraan alleen de liedjes ontbreken. En de jeugd van Veneering in Last Friends doet merkwaardig sprookjesachtig aan, met de vader uit Odessa die als acrobaat (of spion?) in het noorden van Engeland is beland.

Deze drie romans nodigen uit tot binge reading. Er valt iets voor te zeggen om pas aan de trilogie te beginnen wanneer je alle delen in huis hebt, om ze dan achter elkaar uit te lezen, zodat je niet meer weet welke informatie in welk boek stond. Dan zie je pas goed hoe al de door Gardam beschreven levens door elkaar lopen en in elkaar grijpen. Pas dan zie je hoe scènes elkaar aanvullen en spiegelen, pas dan wordt duidelijk dat er van personen en levens geen definitieve versies bestaan, pas dan zie je dat je ook je eigen leven nooit helemaal zal kennen, omdat het deel uitmaakt van het leven van anderen en dat het uiteindelijke, volledige beeld alleen zichtbaar is voor goden en lezers.