Wat je wel en niet mist in een week zonder smartphone

Mediaredacteur Peter Zantingh gebruikte een week de Light Phone, een telefoon waarmee je niks kan behalve bellen. Wat doet dat met je?

De wedstrijd is afgelast. Ruim een uur geleden in de WhatsApp-groep gezet. 'Ik hield er geen rekening mee dat iemand dat níét zou zien.' Foto Francis Black / Getty Images

I: Het gras in Amstelveen

Met een papieren routebeschrijving loop ik woensdag aan het begin van de avond door Amstelveen, waar we een uitwedstrijd spelen. Ik bestudeer het A4’tje en kijk om me heen. Is dit de rotonde van het blaadje? Er loopt geen blauw stipje met me mee. Uiteindelijk vind ik de voetbalclub, en blijk ik zelfs de eerste van het team te zijn. Ik bestel een tosti in de kantine en ga bij het raam zitten.

Het idee voor een week zonder smartphone was er al langer. ‘Dichterbij leven’, zo verwoordde ik mijn goede voornemen in januari. Meer bezig zijn met wat er om me heen gebeurt en minder met alles wat van ver, via dat scherm, tot me kan komen. Creatiever en gelukkiger worden door niet elke vrije gedachte af te kappen met een door Silicon Valley aangeleerde hunkering naar status-updates.

Kijken: Dit is waarom je alwéér op je smartphone kijkt

In februari zag ik de film Paterson. De hoofdpersoon is een buschauffeur die op vrije momenten gedichten schrijft. Hij heeft geen smartphone. Hij rijdt zijn passagiers door de stad terwijl hij geamuseerd naar hun gesprekken luistert. In de lunchpauze zit hij op een bankje bij het water en schrijft hij wat dichtregels. Hij lijkt nooit haast te hebben of gestresst te zijn, en de ellende van de wereld heeft geen schijn van kans tegenover zijn gemoedelijke dagelijkse routine.

Op internet vond ik de Light Phone. Het is een telefoontje kleiner dan een bankpas, waarmee je alleen kunt bellen en gebeld worden. Geen sms’jes, geen mail en al helemaal geen apps met nerveuze rode balletjes in de bovenhoek. Je koppelt hem aan je smartphone, zodat bellers worden doorgeschakeld maar al het andere je niet afleidt.

„It’s not just a phone”, schreven de bedenkers op de website, „it’s a way to experience life”. Toe maar.

Hij werd bezorgd in een fotoboek. Uitgestrekte landschappen, een bos, een zee met een dobberend bootje. Alle mooie dingen van het leven, begreep ik, die je weer gaat zien als je eenmaal bent afgekickt van je smartphone. Achterin stonden de enige twee woorden van het hele boek: enjoy now. Ernaast, in een uitsnede van de pagina, lag het telefoontje.

Aan het begin van de week veranderen kleine dingen. In de trein lees ik een boek. Ik ben alerter bij vergaderingen. De kleine schokjes die ik ervaar als ik mij realiseer dat ik mijn smartphone niet bij me heb (ik ben ontmand!) zwakken af. Briljante ingevingen heb ik nog niet, laat staan dat ik bij een beekje heb zitten dichten, maar dat komt misschien nog.

Het mooiste moment tot dan toe is die woensdagavond. Vanachter het kantineraam kijk ik naar een trainingspartijtje van pupillen. De beste van het stel lobt een bal van twintig meter in het doel. Ouders juichen. Het gras is helder groen. Het is lente.

Vijf over zeven, tien over zeven. Er is nog niemand van mijn team, en de wedstrijd begint om half acht. Dus ik bel onze aanvoerder.

„Paul, waar ben je?”

Afgelast, zegt hij. Ruim een uur geleden in de WhatsApp-groep gezet. Er zijn al zo’n tachtig berichtjes over heen en weer gegaan. „Ik hield er geen rekening mee dat iemand dat níét zou zien.”

Ja, dit was een stom plan.

X likes your photo: zo ziet dat er dus uit. Twee liefdeloze tikjes op het scherm ergens tussen Breukelen en Abcoude

II: Overdrijven we niet een beetje?

Maar ik geef niet op. Donderdagochtend in de trein zie ik hoe mensen emotieloos door hun Instagram-feed scrollen en schijnbaar willekeurig ‘likes’ uitdelen. X likes your photo: zo ziet dat er dus uit. Twee liefdeloze tikjes op het scherm ergens tussen Breukelen en Abcoude, als huiswerk, als een belastingaangifte. Het ergert me.

Wat heb ik halverwege de week geleerd? Ten eerste hoeveel van mijn leven ik normaliter documenteer. Ik neem foto’s, check in op Foursquare, kijk hoeveel stappen ik zet met Moves en gebruik RunKeeper om de voortgang van mijn hardloopschema te meten. De quantified self loopt dagelijks met me op, en ik geloof dat ik dat prettig ben ga vinden. Zo prettig dat het voelt alsof ik ergens níét geweest ben als mijn smartphone het bewijs ervan niet bewaart.

Als een boom in een bos omvalt en er is niemand die het hoort, maakt het dan geluid? Als ik wandel maar er is geen app om het te registreren, heb ik die stappen dan gemaakt?

Hoewel mijn Light Phone niets anders doet dan de tijd weergeven, haal ik hem soms tóch tevoorschijn. Alsof de gewoonte is omgevormd naar de puur fysieke handeling van dat ding uit mijn broekzak pakken en naar mijn gezicht richten. Een pijnlijke constatering.

Tijdens een lunchgesprek komt een feitje ter sprake dat ik wil controleren. Ik tast naar mijn broekzak, maar realiseer me dat ik daar het antwoord niet ga vinden. Behalve een ding dat afleidt, is een smartphone óók een encyclopedie, een factcheck-rubriek. Het is mijn jongewoudlopershandboek.

Natuurlijk, zonder smartphone kun je creatiever zijn, beter nadenken, omdat juist op momenten dat de checkgewoonte de kop opsteekt – in het openbaar vervoer, in de rij voor de kassa – je gedachten nieuwe zijpaden kunnen inslaan als ze ongestoord zouden blijven. Maar het werkt ook andersom: wat als je ergens níét aan wil denken? Dan is dat scherm juist een pijnstiller.

Omdat ik met het experiment bezig ben, lees ik deze week veel andere stukken over smartphoneverslaving en pogingen om ervan af te komen. Ik merk dat ik er geïrriteerd van raak. Halleluja, je bevrijdt jezelf van de ketenen van de technologie. Je wordt weer wakker met de vogels, kijkt je geliefde diep in de ogen en ligt hele middagen op een bed van madeliefjes naar de hemel te kijken.

Overdrijven we niet een beetje? Natuurlijk, de smartphone drukt zijn stempel op onze levens, en app-makers zijn meesters van de verslavingskunde – maar kom op. Als je niet wakker wil worden met 29 nieuwe mails, laat dan ’s nachts je telefoon in de woonkamer. Als een avond samen op de bank betekent dat ieder voor zich naar een scherm tuurt, dan zit er misschien iets niet zo lekker in je relatie. Als je de vogels niet meer hoort fluiten door al die notificatiebliepjes, zet hem dan vaker op stil.

Wil je geen slaaf van de technologie zijn, gedraag je dan niet zo slaafs.

Zet je wilskracht eens aan. Dat is ook een stuk goedkoper dan 150 dollar uitgeven aan een kek telefoontje dat niets kan.

III: Mijn aandachtsspanne groeit weer

Zaterdagochtend loop ik door Watergraafsmeer in Amsterdam richting de voetbalclub. Het is half tien, de wijk wordt wakker. Een vader en zijn zoontje skaten over straat. Honden worden uitgelaten, auto’s ingeladen voor een weekendje weg. Ik snuif de lucht op. Geen moment mis ik mijn smartphone.

Ook een meevaller: de wedstrijd gaat gewoon door.

Ik ben verheugd te merken hoe snel het leven zonder smartphone went. Het verslavende is rap aangeleerd, maar stoppen blijkt ook relatief makkelijk. Mijn aandachtsspanne groeit weer. De aantekeningen die ik maandag maakte – dat ik eens in de paar minuten het gevoel had dat ik iets miste – herken ik al niet meer. Die impulsen zijn binnen zes dagen vervaagd.

Kijk, de Light Phone verkocht me natuurlijk een illusie. Als je je smartphone thuislaat, sta je niet ineens onder een waterval in Zuid-Amerika om je aan de helende schoonheid van de natuur te laven. Je zit gewoon in dezelfde trein met hoestende mannen en voordringende tieners. Je loopt langs door duiven opengereten zakken afval. Op werkdagen zit je alsnog achter een scherm, dus verandert er weinig.

Als je je smartphone thuislaat, sta je niet ineens onder een waterval in Zuid-Amerika

Maar er zit, al met al, toch een kern van waarheid in wat die telefoon me beloofde. Namelijk dat het mogelijk is om uit te staan. Je went er sneller aan dan je denkt. Ik las tijdens mijn week ongeveer 150 pagina’s in twee boeken, begon aan nieuwe tv-series, zat in de zon, ik sportte, liep, had goede gesprekken, keek om me heen.

De smartphone is een vloek en een zegen. De truc is om negatieve kanten te minimaliseren en de positieve optimaal te benutten. In Paterson krijgt de hoofdpersoon later in de film te maken met een kapotte bus. Dan blijkt dat het toch wel handig is als hij de centrale kan bellen.

Niemand werd boos op me dat ik een week niet hyperbereikbaar was, en ik miste niets. Mijn werk ging gewoon door, ik werd geen kluizenaar en ik bleef niet buitengesloten van het sociale leven.

Nou ja, ik zat woensdagavond tevergeefs in een voetbalkantine in Amstelveen. Maar dat leverde me dan weer een goed verhaal op.