Een goede stad werkt ook voor kinderen en ouderen

Mobiliteit in de stad

Met de internationaal vermaarde stadsplanner Gil Penalosa op de fiets door Rotterdam.

Woningen aan het Afrikanerplein. Foto Lex van Lieshout/ANP

„Doe iets aan die scooters”, verzucht Gil Penalosa, als hij mismoedig uitkijkt over de ingewikkelde kluwen wegen, fietspaden en tunnels met hier en daar een verlept excuusstruikje op Zuid, aan de Pleinweg. „Als je hier aan kinderen op lagere scholen vraagt waarom ze niet graag fietsen in de stad, garandeer ik je: scooters.” Ze zijn vies, lawaaiig, en ze gaan veel te snel, zegt de urban planner. „Ze hadden dat probleem tien jaar geleden stevig moeten aanpakken. Want inmiddels hebben scooters natuurlijk status voor kinderen, en fietsen niet.”

De afgelopen week was Gil Penalosa in Rotterdam voor een landelijk congres over mobiliteit. De Colombiaanse Penalosa adviseert wereldwijd steden over manieren om hun stad gezonder, leefbaarder en ‘inclusiever’ te maken. Hij bedacht het concept 8-80 steden: als steden voor kinderen van 8 en ouderen van 80 aantrekkelijk en toegankelijk zijn, zijn het goede steden voor iedereen. „Het centrum moet niet alleen een fijne plek zijn voor atletische dertigers”, zegt Penalosa herhaaldelijk. Dat bereik je in de praktijk met door ruim baan te maken voor voetgangers en fietsers, en door goed openbaar vervoer, zegt hij.

En voor wie dat niet meteen ziet: fietsen en wandelen zijn slechts middelen, zegt hij. De achterliggende doelen zijn groter. Gezondheid, sociale samenhang en economie worden allemaal beter van fietsende, wandelende burgers in stad. „Rotterdam doet het natuurlijk al goed voor fietsers en voetgangers, maar het kan nog veel beter. De stad moet zich spiegelen aan de beste steden, zoals Parijs en Kopenhagen, en niet bang zijn!”

Penalosa komt oorspronkelijk uit Bogotá, een door auto’s gedomineerde, verpauperde stad waar hij zich als bestuurder bezighield met de publieke ruimte en vervoer. Hij maakte verwaarloosde stadsparken aantrekkelijk voor wandelaars, fietsers en kinderen, en legde fietspaden aan. Ook was hij betrokken bij de ciclovia: op zondag en op feestdagen worden wegen die de parken verbinden afgesloten voor auto’s, en fietsen en skaten honderdduizenden Colombianen door de stad. „Natuurlijk waren de automobilisten niet blij. Die waren ook niet blij toen de burgemeester van Parijs bij de introductie van de witte fietsen in de stad 5.000 parkeerplaatsen voor auto’s schrapte. Maar de stad is voor mensen, niet voor auto’s.”

De ideeën van Penalosa stroken met de ambities van dit college om de leefbaarheid in de stad te verbeteren. Rotterdam was altijd bij uitstek een autostad. Tijdens de wederopbouw overheerste een onsentimentele hang naar functionaliteit en grootschaligheid, en de gedachte dat de mens zich voortaan toch vooral per auto zou vervoeren. Het gevolg was snelwegen dwars door de stad, zoals de Coolsingel, de West-Blaak, de ’s-Gravendijkwal, de Pleinweg op Zuid, en de Maasboulevard.

Het college is bezig dat te keren. De (binnen)stad wordt aantrekkelijker gemaakt voor fietsers en wandelaars, met programma’s met fraaie namen als citylounge en happy streets. Juist deze maand is de gemeente begonnen met het transformeren van de Coolsingel van snelweg naar aantrekkelijke boulevard voor wandelaars en fietsers, waar auto’s twee van de vier banen moeten inleveren. Wethouder Pex Langenberg heeft zelfs de ambitie uitgesproken om van Rotterdam de fietsstad bij uitstek te maken.

De stadsexcursie met Gil Penalosadoor het Essenburgsingelpark en Rotterdam Zuid.

Rotterdam, 12 april 2017
Stads excursie door het Essenburgsingelpark en Rotterdam Zuid met Gil Penalosa. ( witte jas )
Foto: Walter Herfst
Rotterdam, 12 april 2017
Stads excursie door het Essenburgsingelpark en Rotterdam Zuid met Gil Penalosa. ( witte jas )
Foto: Walter Herfst

Oeververbindingen

Daarbij komt dat de hele Randstad grote problemen heeft met mobiliteit. Het verkeer loopt nu al vast tussen en in steden, en de komende jaren krijgt de zuidelijke Randstad er honderdduizenden inwoners bij. In een manifest van begin dit jaar pleiten de vier grote steden gezamenlijk voor een integraal vervoerssysteem voor de randstad, waarin openbaar vervoer en fiets de hoofdrol spelen. Ze willen daarvoor tenminste een miljard van het komend kabinet.

Komende donderdag wordt weer iets duidelijker hoe het de mobiliteitsambities van dit college vergaat. Dan bespreekt de gemeenteraad het Stedelijk Verkeersplan 2016-2030+. Het college wil nieuwe oeververbindingen om Zuid meer bij de stad te betrekken en het centrum te ontlasten, betere vervoersmogelijkheden voor alle Rotterdammers, en ruimte voor experimenten om de druk van het autoverkeer te verminderen. De discussie zal vooral gaan over de vraag wat voorrang krijgt: een autoverbinding in het westen van de stad, of een verbinding van Feijenoord met het oosten.

Links: de Maasboulevard. Gil Penalosa vindt het ongbegrijpelijk dat de mooiste plek van de stad, de rivieroever, als snelweg wordt gebruikt. Foto Walter Herfst

Natuurlijk, Rotterdam doet het goed, wereldwijd bezien, zegt Penalosa. Hij adviseert ook steden waar überhaupt geen stoepen zijn, laat staan separate fietspaden, en dan is Rotterdam een lichtend voorbeeld. Maar ook hier is nog veel te doen. Wat hem na een paar dagen rondfietsen en lopen opvalt: weinig kinderen in het centrum, weinig kinderen op de fiets. Rijen auto’s geparkeerd langs waterkanten. Een snelweg langs de rivier, in plaats van fietsers en wandelaars. Scooters.

Ook zijn het openbaar vervoer en de fietspaden op Zuid niet zo goed als in Noord. Op Zuid heerst, zoals dat heet, ‘vervoersarmoede’, een probleem dat ook het college onderkent in zijn verkeersplan. Dat is niet goed, zegt Penalosa. Dat is geen moreel oordeel, zegt hij – hoewel je er iets over kunt vinden – maar ongelijke toegang tot vervoer is slecht voor de stad. Het remt de armere inwoners in hun ontwikkeling, en daarmee de economische groei van de stad. Maar het gaat verder. Een onprettig leefklimaat, met verpauperde stadsdelen, betekent dat mensen van buiten zich niet in de stad willen vestigen. Uit Nederland, maar ook niet uit andere landen. „Steden als Rotterdam concurreren met andere steden als vestigingsplaats voor bedrijven en mensen. En die willen wonen in een stad waar het goed wonen is.”

Het zijn grote beslissingen, weet Penalosa. Bruggen zijn duur, en automobilisten laten zich niet in hun vrijheden beknotten. „Het komt neer op moed.” Natuurlijk, mobiliteit heeft te maken met slimme oplossingen en innovatie, maar het is hoofdzakelijk politiek. „Verandering is niet unaniem. Als je gaat schaven en afzwakken tot iedereen het ermee eens is, is het geen verandering meer.”