De zoekers naar het land van mammoet en Neanderthaler

Van versteende drollen van grottenhyena’s tot vuistbijlen van Neanderthalers – vrachtwagens vol fossielen en prehistorische gebruiksvoorwerpen komen uit de Noordzee. Dat is te danken aan ‘zoekers’, die decennia lang als enige oog hadden voor de rijkdom van het verdronken Noordzee-land. Vier van hen vertellen hier hun verhaal.

Dick Mol in zijn loods in Urk, waar een deel van zijn collectie fossielen is opgeslagen. Olivier Middendorp

„Een enorm gebied met aangetoonde archeologische potentie”, schreven Nederlandse archeologen en geologen in 2014 in een rapport over de Noordzee. Sinds 8.000 jaar staat het onderzoeksgebied alleen tijdelijk onder water. En daarom leven de meeste archeologen en paleontologen van Nederland met de rug naar zee. Maar niet de amateur-archeologen en -paleontologen van Nederland. Decennialang waren degenen die het meest oog hadden voor de Noordzee, geen professionele onderzoekers. Het waren ‘zoekers’ op het strand, en vissers die de fossielen vingen, uit interesse of bijverdienste. Hier vier van deze zoekers.

Dick Mol: ‘Ik kan thuis nog net bij ons bed komen’

Dick Mol (1955), is douanier op Schiphol, maar ook een internationaal bekend mammoetkenner. Hij schreef acht boeken en een kleine honderd wetenschappelijke publicaties. Zijn collectie (35.000 fossielen en 8.000 mammoetkiezen) staat grotendeels bij hem en zijn vrouw thuis. Wat daar niet paste, staat in deze loods in Urk.

Dick Mol. Olivier Middendorp

„Als jongetje zocht ik fossielen in de steengroeves bij Winterswijk. We woonden daar vlakbij. Op mijn dertiende deed ik mijn eerste grote vondst: een fossiele walvis. Dat jaar werd ik lid van de Werkgroep voor Tertiaire en Kwartaire Geologie.Vanaf het begin was ik geïnteresseerd in de Noordzee. Ik wist dat boomkorvissers er vaak mammoetkiezen opvisten, en zelfs hele schedels. Maar in de werkgroep haalde men daar toen nog de neus voor op. Want de fossielen die uit de Noordzee kwamen, waren ex situ gevonden, niet in de oorspronkelijke aardlaag. Je kon er niets mee, vond men.

„Ik leerde in 1980 visser Piet van Es uit Stellendam kennen, en hij gaf me alle fossielen die hij opviste. Sinds begin jaren negentig kwamen daar de vondsten uit het netwerk van andere boomkorvissers nog bij.

„We hebben daar zoveel van geleerd. Dertig jaar geleden wisten we niet eens dat de zuidelijke mammoet hier had geleefd. Die leefde 2 miljoen jaar geleden waar nu de Noordzee was, in een subtropisch klimaat met nijlpaarden. Daarna kwam de steppe.Ik heb boven tweeduizend kisten vol fossielen, ik kan nog net bij ons bed komen. En er staan nog eens duizend kisten in een opslag. Ik heb alles geïnventariseerd, de kaartjes hangen eraan. Doordat ik zo’n grote collectie heb, kunnen we er op andere manieren onderzoek mee doen. Het is dan niet zo erg om bijvoorbeeld een slagtand open te zagen voor onderzoek, om groeilijnen te tellen.

„Als ik het kan bekostigen, huur ik zelf een kotter met bemanning om fossielen te verzamelen. Dat heb ik nu 41 keer gedaan. Vaak zijn er tv-zenders die een documentaire over me willen maken, en in ruil daarvoor de boot betalen. Zij krijgen de beelden, ik de botten.

„Ik hou nauw contact met verzamelaars die op het strand zoeken. Ze whatsappen me, of ik ga langs. Ik wil dan altijd ook hun doos met rotzooi zien. Daar zitten altijd de interessantste dingen tussen.

„Sommige van mijn grote fossielen, zoals een mammoetschedel, zijn veel geld waard, maar in verkopen heb ik geen interesse. Ik doe in principe niets weg. Want dat doet pijn.”

Peter Soeters met enkele van zijn vele ‘spitsen’, die werden gebruikt als jachtgerei
Olivier Middendorp

Peter Soeters: ‘Ik heb ook nog acht handspitsen van Neanderthalers’

Peter Soeters (1960), heeft de grootste collectie ‘spitsen’ van Nederland. In het Mesolithicum (11.700-7.000 jaar geleden) waren zulke spitsen, vastgemaakt aan een speer of harpoen, waarschijnlijk het belangrijkste jachtgerei. Doordat spitsen van been of gewei gemaakt zijn, vergaan ze snel: ze zijn vrijwel alleen in het water van de Noordzee bewaard gebleven. Van de 789 spitsen die uit Nederland bekend zijn, verzamelde Soeters er ruim 300. Ze liggen bijna allemaal thuis in zijn appartement midden in Delft.

„Ik ben vrijwilliger bij de archeologische vereniging, ik speel drums – niet professioneel hoor – en eens in de paar weken zoek ik nog naar fossielen en artefacten op het strand. Meestal ga ik naar Hoek van Holland. Het zoeken geeft een prettige spanning. En als je iets vindt, heb je het gevoel dat je iets vasthoudt uit een ‘vroegere werkelijkheid’.

„Tot een paar jaar geleden zocht ik intensiever. Ook in de jaren 90 waren er regelmatig zandsuppleties langs de kust, en kon je fossielen en archeologische resten vinden. Dat was toen niet algemeen bekend. De meeste spitsen vond ik bij Rockanje in 2004 en 2005. Dat was een goede opspuiting en ik was daar toen de enige. Nu lopen er zoveel mensen op het strand dat de kans om iets te vinden kleiner is. Daarom ga ik nu minder vaak

„Archeologiestudent Merel Spithoven heeft voor haar scriptie mijn hele collectie spitsen vastgelegd. En de gedeeltelijke schedel van een reuzenhert die hier op de kast staat, was een tijd tentoongesteld in het Natuurhistorisch Museum Rotterdam.

„De meeste andere dingen zijn nog niet door onderzoekers bekeken. Ik heb onder andere ook nog een collectie bijlen van gewei, en acht handspitsen van Neanderthalers. Die heb ik in de jaren 90 gevonden in een zandberg van een zandzuigerij. Ze zijn opgezogen voor de Engelse kust. Ja, handspitsen zijn vuistbijlen, maar ik vind ‘vuistbijl’ geen geschikte naam. Alsof je er alleen mee kon hakken.”

Foto Olivier Middendorp
Walter Langendoen met een door hem gevonden fossiel van een hyena-drol
Olivier Middendorp

Walter Langendoen: ‘Op de Tweede Maasvlakte ben ik in mijn element’

Walter Langendoen (1965), vond in 2014 op de Tweede Maasvlakte twee van de oudste stukjes menselijke schedel van Nederland. In nog geen vijf jaar verzamelde hij op de Maasvlakte een grote collectie fossielen. Op zijn versteende hyenakeutels is hij het trotst: hij heeft er inmiddels 130. Het zoeken begon als liefhebberij tijdens het wandelen, maar hij maakte er zijn werk van.

„Het is een uit de hand gelopen hobby. De ‘ellende’ begon in mei 2012, toen de eerste 7,5 kilometer strand van de Tweede Maasvlakte werd opengesteld. Ik woonde vlakbij, in Oostvoorne. Ik had toen nog een elektronicazaak en werkte twaalf uur per dag. Om te ontspannen ging ik ’s ochtends vroeg en ’s avonds op het strand wandelen met mijn honden. Ik zag iets geels liggen: een stuk barnsteen. De volgende dag ga je toch anders kijken.

Bekijk ook een videoportret van Walter Langendoen

Al snel had ik een kist vol botresten. „Ik zette al mijn vondsten op Facebook. Op een dag in 2013 belde Naturalis, dat ze geïnteresseerd waren in enkele van mijn vondsten. De ‘coprolieten’ bleken extreem zeldzaam. Met de inhoud van de keutels doen ze onderzoek naar het leven in de ijstijd. „Ik leerde steeds meer over mijn fossielen door ze online aan kenners te laten zien. Twee Noordzee-fossielen van een sabeltandkat heb ík gevonden, en in 2014 twee stukjes menselijke schedel van bijna tienduizend jaar oud.

„Op de Tweede Maasvlakte was ik in mijn element, en mijn zaak liep niet best. In de zomer van 2014 dacht ik: rijk word ik toch niet, ik ga doen wat ik leuk vind. Nu werk ik hier. Ik leid excursies voor het Havenbedrijf en ik werk in Futureland, het bezoekerscentrum. In de weekenden komen er soms wel vijftig man fossielen zoeken. En mijn vrouw, die kunstenares is, schildert met kinderen mammoeten op stenen.”

Ivan van Marrewijk met een stukje vuursteen dat hij op het strand heeft gevonden.
Olivier Middendorp

Ivan van Marrewijk: ‘Ik vind het leuk om buiten te zijn en te scharrelen’

Ivan van Marrewijk (16 jaar). Is door zijn leeftijd een uitzondering. De meeste ‘zoekers’ naar fossielen en archeologische resten zijn van middelbare leeftijd. Op zijn slaapkamer in het Zuid-Hollandse dorp Kwintsheul staan twee vitrinekasten en een ladenkast met zijn vondsten, van grote mammoetkiezen tot een bunzingkaakje en de tandjes van baby-mammoeten. Ivan doet dit jaar eindexamen havo.

„Vanaf mijn huis is het een half uur fietsen naar de zee, als ik doorfiets door de bossen. Ik ga in het weekend, en vorig jaar ging ik ook vaak door de week, na school.

„Het begon toen mijn oma een foto liet zien van een mammoetkies op de Zandmotor, de zandopspuiting hier vlakbij. Toen zijn we ook gaan kijken. De eerste keer vonden we niets. Maar ik bleef gaan. Ik ben serieus begonnen in 2015. Kijk, dit is het opperarmbeen van een walrus. Als je het niet meteen herkent, dan is het meestal speciaal. Als ik iets vind, zet ik het op fossiel.net. Dan kunnen anderen helpen om je vondst te determineren.

„Je hebt ook mensen die dat juist niet doen. Want als je iets moois meldt, gaan anderen er achteraan. Zo’n mammoetkies die ik in januari heb gevonden – die vind je echt niet zo vaak. Soms staan ze ’s ochtends al te zoeken voordat het licht wordt, met zaklampen. Is heel het strand al leeg als je komt.

„Door mijn eindexamen heb ik er nu wat minder tijd om te zoeken dan vorig jaar. Ik had laatst tentamenweek. Dan ga ik daarna juist, om te ontspannen. Ik vind het sowieso al leuk om buiten te zijn en te scharrelen. En bij de laatste tentamenweek had mijn vader beloofd dat we naar de Maasvlakte zouden gaan om te zoeken, als ik een acht zou halen. Had ik drie achten! Dus nu gaan we drie keer.”