Recensie

Dansante lijnen in Rotterdamse Matthäus

Dirigent Nathalie Stutzmann staat voor het eerst voor het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Haar zangervaring hoor je terug in haar Matthäus-interpretatie.

Dirigent Nathalie Stutzmann Foto Simon Fowler

Nathalie Stutzmann (alt) zong talrijke operahoofdrollen. Sinds enkele jaren timmert ze ook aan de weg als dirigent. Met succes: na een recent directiedebuut bij het London Philharmonic (vier ballen in The Guardian) staat ze deze week met Bachs Matthäus voor het eerst voor het Rotterdams Philharmonisch Orkest.

Stutzmanns zangervaring klonk door in haar Matthäus-interpretatie. Exemplarisch: het extreem hoge tempo in O Mensch bewein dein Sünde gross, dat de langgerekte cantus firmus van het kinderkoor een sterke melodische spankracht gaf. In het openingskoor hield Stutzmann een transparant spelend RPhO aan een elastiekje met bijna dansante fraseringen, waardoor er ademruimte vrijkwam voor de dichte koorpartijen. Vreemd genoeg deed de orkestklank in de aria’s soms zwaarlijvig aan.

Het Laurens Collegium liet horen hoe je de tekst van het Mattheus-evangelie tot leven kust. Herr, bin ich’s? groeide van verschrikt fluisteren uit tot een ontstelde uitroep, Lass ihn kreuzigen klonk bijtend giftig. Ontroerend: het ingetogen koraal Wenn ich einmail soll scheiden. De kleine solorollen waren wisselend, net als de solistencast. Met zijn donkere timbre en heldere klankprojectie was bariton Leon Kosavic een ontdekking; zijn O süsses Kreuz maakte Christus’ bloed, zweet en tranen voelbaar. Minder overtuigend was alt Aude Extrémo. Jeremy Ovenden hield als expressieve en theatrale Evangelist de vaart in het verhaal, maar klonk soms wat dun in de hoogte. Bas Vincent Le Texier (Christus) heeft een prachtig geluid, maar fraseerde erg zwaar en plechtig.