Comfortabel kamperen voor de prijs van een hotelkamer

Glamping

De moderne kampeerder wil wel de natuur om zich heen, maar niet met een wc-rol onder zijn arm naar een toiletgebouw lopen. Campings spelen daar op in met steeds luxere accomodaties. Loek van de Loo van Vacanceselect is in heel Europa grasvelden aan het omvormen tot luxe kampeerparken.

Buiten is het guur en grijs, maar dankzij een virtual reality-bril lijkt het alsof ik over een zonnige camping loop. Ik stap de veranda op van de nieuwste kampeerinnovatie voor deze zomer: de Airlodge, een kruising tussen een tent, een blokhut en een boomhuis. Ik loop door de keuken, inspecteer de badkamer en kijk door de houten deurtjes van de bedstee. Klim de trap op, plof neer op het tweepersoonsbed en staar door de grote dakramen naar de takken van de bomen.

Wow, is dit ook kamperen? Mijn herinneringen bestaan uit slecht slapen op een dun matje in een tentje dat zo krap was dat hij de bijnaam ‘de doodskist’ kreeg.

Precies dat wow-effect, daar is campingondernemer Loek van de Loo (56) op uit. Hij is de bedenker van de Airlodge. Zijn doel: iedereen naar de camping krijgen. Ook kampeerhaters als ik.

Van de Loo is oprichter en eigenaar van Vacanceselect, een van de grootste vakantiebedrijven van Europa (omzet 63 miljoen euro in 2016, inclusief deelnemingen). Hij is altijd op jacht naar nieuwe klanten. Zijn belangrijkste tactiek daarvoor is glamping, een samentrekking van glamorous en camping.

Van de Loo is niet de bedenker van de term, maar hij is wel de man die glamping de afgelopen tien jaar groot heeft gemaakt. Door heel Europa is hij campings aan het omvormen van grasvelden met zelf meegebrachte tenten en caravans naar botanische parken met „luxe kampeeraccommodaties”, zoals hij dat noemt.

Het begon allemaal in de zomer van 1977. De toen 16-jarige Van de Loo, zoon van een bankdirecteur, werkte als vakantiekracht op een camping aan het Italiaanse Gardameer. Spelletjes voor de kinderen organiseren. Bonte avond. Bingo.

Van de Loo werd die zomer verliefd. Op de jonge Italiaanse receptioniste Chicca, nu zijn vrouw en naaste collega. En op het campingwereldje.

„Ik was gefascineerd door de campingbaas. Dan huurde hij een bus en riep: ‘Uitstapje naar Venetië! Nog twee plekken over!’ Die bus was nog leeg natuurlijk. Maar tien minuten later had hij hem vol.”

Mensen een leuke vakantie geven én geld verdienen, dat wilde Van de Loo ook. Hij ging terug naar Nederland, studeerde bedrijfskunde, en werd na wat omzwervingen bedrijfsleider op een Italiaanse camping. Hij bedong dat hij zelf tien caravans mocht neerzetten, die hij verhuurde via advertenties in Nederlandse kranten.

Die „camping binnen een camping” was eigenlijk plan B, omdat hij er niet tussen kwam om zelf grond te kopen. Maar later werd het de basis voor Vacanceselect en Selectcamp, zijn twee bedrijven. Ze verzorgen de boekingen van bijna 15.000 accommodaties op 850 campings en vakantieparken in Europa. In totaal werken er 120 vaste medewerkers en 180 vakantiekrachten.

Zelf paadjes vegen

En die eigen campings kwamen er ook. Drie, in Italië. „In de zomer draai ik daar altijd mee”, vertelt Van de Loo. „Dan pak ik een bezem en ga ik de paadjes vegen. Ik raak aan de praat met gasten zonder dat ze weten dat ik de eigenaar ben. Ik vraag altijd wat goed is en wat beter kan.”

Zo hoorde Van de Loo tien jaar geleden steeds vaker de woorden ‘luxe’ en ‘comfort’. „Mensen zeiden: we willen onze kinderen de charme meegeven van slapen in de natuur. Het geluid van regendruppels op het tentdoek. Maar we willen niet meer met onze wc-rol naar een toiletgebouw lopen.”

Hij ontwierp daarop de ‘lodgetent’, een tenthuisje met echte bedden, een wc en een douche. Toen vervolgens iemand vroeg of dit nou ‘glamping’ was, zag Van de Loo meteen nog meer luxe voor zich. Een hemelbed. Een hangmat. Een badkuip op pootjes.

Van de Loo ontwerpt sindsdien ieder jaar nieuwe glamping-accommodaties, waarbij hij handig inspeelt in op de ijdelheid van mensen. „Iedereen wil tegenwoordig uniek zijn. Nederlanders al helemaal. Zo’n Airlodge met een dakraam om naar de sterren te kijken, die kunnen ze op Facebook zetten en daar kunnen ze likes mee scoren.”

Het succes van glamping, zegt hij, is dat „iemand van niveau” zonder schaamte op een feestje kan vertellen dat de volgende reis naar de camping gaat. Van de Loo: „We hebben de camping uit de Sjonnie-sfeer getrokken. Camping is plebs, glamping is chique.”

Daar komt bij dat de moderne mens veel afwisseling wil. De ene vakantie een roadtrip door de Verenigde Staten, de andere keer kamperen in Zuid-Frankrijk. „Mensen investeren daarom niet meer in een eigen tent of caravan. Dus boeken ze een accommodatie. Kunnen ze de volgende vakantie weer totaal iets anders doen.”

Werden er in 2008 nog 35.000 nieuwe caravans verkocht in Nederland, inmiddels is dat gedaald naar 5.000. Voor tenten zijn er geen cijfers beschikbaar, maar Van de Loo verwacht dezelfde neerwaartse trend.

„Een goedkoop tentje van de Decathlon, dat kopen mensen ze nog wel. Gooien ze het na de vakantie weg. Die mooie tenten van vroeger, van echt katoen met metalen frames, die zie je steeds minder.”

Trends in het Nederlands vakantielandschap:

Voor zijn bedrijf heeft het grote voordelen. Qua marges zijn „doe-het-zelf-kampeerders”, zoals hij mensen met een eigen tent of caravan noemt, namelijk niet zo interessant. „Een veldje met een simpel wc-hok vraagt weinig investering, maar het rendeert ook niet. En als het regent blijft iedereen weg.”

Voor „kant-en-klaar-kamperen”, waarbij alles al klaar staat op de camping – tot de tandenborstelbekers aan toe – zijn mensen daarentegen bereid prijzen te betalen die in de richting gaan van een vakantiehuisje. Van de Loo: „Hoe unieker het product, hoe meer je kunt vragen.”

Glamping vergt veel kapitaal. Die eerste lodgetent kostte 10.000 euro om te bouwen; de hybride huis-tent-boomhut-constructies zitten rond de 20.000 euro. Tel daarbij op de vaste voorzieningen die gasten verwachten op een sterrencamping, zoals een zwembad, speeltuin en restaurant, en je kijkt naar een miljoeneninvesteringen.

Keutercampinkjes

„Onze grootste uitdaging is om onze groei te financieren”, zegt Van de Loo, wiens twee zonen Alessandro en Leonardo ook in het familiebedrijf zijn gestapt. „We willen graag zelfstandig blijven. Maar banken zijn maar tot op bepaalde hoogte bereid geld te steken in campings en activa buiten Nederland.” Zijn oplossing is om de winsten te investeren in het bedrijf.

Van de Loo verwacht dat keutercampinkjes – „vuurtje bouwen, priegelen met een gasbrandertje, dat soort oergevoel” – het moeilijk krijgen. De regelgeving wordt strenger, bijvoorbeeld voor de brandveiligheid. „Kleine campings worden gedwongen investeringen te doen die ze niet meer aankunnen.”

De ondernemer mikt op steeds hogere segmenten. Op het Italiaanse eiland Elba verhuurt hij compleet ingerichte safaritenten met uitzicht op zee en 400 vierkante meter ruimte rondom. „Die kosten 1.600 euro per week. Voor een camping is dat veel, maar voor een hotel is het weinig. Het trekt publiek met Audi’s en Saabs. Van het geld dat ze overhouden gaan ze lekker uit eten in de omgeving.”

Glamping-gasten zijn veeleisend, dat wel. Het internet moet 24 uur per dag feilloos lopen, de bedden moet niet te hard zijn, en niet te zacht. „Fouten worden meteen afgestraft in reviews op internet. Dat is ook goed. Campingbazen komen er niet mee weg als ze een jacuzzi voor een oude stacaravan gooien en dat glamping noemen.”

De volgende groep die Van de Loo naar de camping wil trekken zijn rijke yuppen die graag stedentrips doen. Voor hen ontwierp hij de CubeSuite, die wordt geplaatst in de buurt van Rome, Florence en Venetië. Een vierkant blok met alles van een luxe hotelkamer: boxspring, flat screen, flesjes shampoo in de douche. Maar dan omringd door de natuur.

Ook hiervoor geldt: de gasten verwachten het allerbeste. „Mensen vertalen hun hotelwensen naar onze producten”, zegt Van de Loo.

„Eerst legden we een lakenpakket klaar op het bed. Daar kregen we klachten over. Nu maken we het bed alvast op.”