Alle andere scholen zitten vol, maar deze heeft halflege klassen

Schoolkeuze

Het aanmeldingssysteem bij Amsterdamse scholen is best ingewikkeld: eerst twaalf scholen kiezen, en dan hopen dat je binnen je top-5 geplaatst wordt. Scholen in stadsdelen als Zuidoost zijn weinig populair, terwijl de categorale gymnasia vol zitten.

Leerlingen op de Open Schoolgemeenschap Bijlmer in Amsterdam- Zuidoost. „Wij hebben altijd plek over.” Foto’s Tammy van Nerum

Alsof niemand hem wilde hebben. Zo voelde Bauke (12) zich nadat hij werd uitgeloot voor elk van de twaalf scholen die hij had ingeleverd bij het ‘matchingsysteem’. Hij schaamde zich tegenover zijn klasgenoten die allemaal wel op de school van hun keuze terechtgekomen waren, en durfde bijna niet meer naar school. Groter nog dan de schaamte op dat moment, voorjaar 2016, was het probleem waar hij en zijn ouders tegenaan waren gelopen. Want als je op al die scholen geen plek krijgt, waar moet je dan heen?

Dit jaar wordt in Amsterdam bij de aanmeldingsprocedure voor middelbare scholen voor de derde keer gebruik gemaakt van het matchingsysteem. Voorheen was de procedure simpel: kinderen kozen de school die ze het leukst vonden, en als daar overaanmelding was, lootte de school zelf. Nadeel was dat relatief veel kinderen daarbij werden uitgeloot. Zij konden dan in de tweede aanmeldingsronde een nieuwe keuze maken uit de scholen die nog plek hadden – vaak een school die ze in eerste instantie niet voor zichzelf bedacht hadden, ook niet als tweede of derde keus. Ander nadeel was dat kinderen soms ‘strategisch’ gingen kiezen: niet voor de school waar ze het liefst naartoe wilden, maar voor de school waar de kans op loting het kleinst was.

Minstens 12 voorkeurscholen

In 2015 werd daarom in Amsterdam het matchingsysteem ingevoerd: elk kind geeft nu meerdere voorkeurscholen op. Hoe lang de lijst moet zijn, hangt af van het advies dat het kind heeft gekregen. Voor vmbo-scholen volstaat meestal een lijst van vier scholen – daar is vrijwel altijd genoeg plek. Maar kinderen die naar het vwo willen, wordt geadviseerd om minstens twaalf scholen op te geven, want vwo-scholen zitten in Amsterdam veel sneller vol. Via een centrale loting worden de kinderen dan op een van de opgegeven scholen geplaatst. Het idee erachter is dat de kans dat je op een van je top-3-scholen geplaatst wordt op deze manier een stuk groter wordt dan wanneer je je maar op één school aanmeldt.

Het loten werkt als volgt. Alle kinderen die zich willen aanmelden op een Amsterdamse middelbare school krijgen een lotnummer. Gemiddeld zijn dat zo’n 7.500 kinderen per jaar; de lotnummers tellen dus op van 1 tot 7.000-zoveel. Met een laag lotnummer zit je vrijwel gegarandeerd goed. Maar als je, zoals Bauke, een nummer boven de 7.000 krijgt toegewezen, worden je kansen wel heel klein.

Bovendien kan het systeem voor vreemde uitslagen zorgen: kinderen die het Vierde Gymnasium op de eerste plek hebben staan, moeten mogelijk wijken voor kinderen die deze school juist op drie of vier hebben, maar die zijn uitgeloot op het Amsterdams Lyceum of het Hyperion – twee van de populairste scholen op dit moment. Ook komt het voor dat twee kinderen op elkaars eerste keus terechtkomen, terwijl ze die school zelf juist laag op hun lijst hadden staan.

Zuidoost en gülenscholen

Veel ouders uitten vorig jaar kritiek op het matchingsysteem. Een aantal van hen spande zelfs een kort geding aan bij de rechter, in een poging onderling ruilen tussen leerlingen die op elkaars eerste keus terecht waren gekomen alsnog mogelijk te maken. Maar de rechter oordeelde dat dit niet mocht. Voor Bauke zat er dus weinig anders op dan te gaan kijken op scholen die niet in zijn top-12 hadden gestaan. Hij wilde graag naar een categoraal gymnasium, maar in Amsterdam zaten die allemaal vol.

Dit jaar zijn er weer 44 kinderen die, net als Bauke, ondanks hun lange keuzelijst geen plek op een school hebben gevonden die hun leuk lijkt. Volgens het gezamenlijk overleg van VO-schoolbesturen (OSVO) hadden 27 van hen een ‘risicovolle lijst’, waar minder dan twaalf scholen op stonden. En hoewel het natuurlijk heel vervelend is om te worden uitgeloot, benadrukt OSVO-voorzitter Rob Oudkerk dat er nog van alles kan gebeuren. „Veel kinderen krijgen via de reservelijst alsnog plek op de school die ze willen.”

Opvallend is dat er intussen in Amsterdam ook scholen zijn die juist plek over hebben. Op de Open Schoolgemeenschap Bijlmer (OSB) hebben ze bijvoorbeeld nog twintig lege plaatsen bij havo en vwo. En dat is niet de eerste keer. „Wij hebben daar altijd plek over”, zegt adjunct-directeur Paul Baartman. Dat komt waarschijnlijk doordat de OSB geen categoraal havo- of vwo-onderwijs aanbiedt, denkt hij. „Ouders van kinderen met een havo- of vwo-advies zijn minder geneigd hun kind in de klas te zetten met kinderen die een lager opleidingsniveau volgen”, zegt Baartman, en de OSB heeft juist een tweejarige brugklas waarbij alle niveaus door elkaar zitten. „Mijn kind heeft er geen belang bij om bij een vmbo’er in de klas te zitten, zeggen ouders dan.” Jammer, vindt Baartman. „Zo raakt de onderwijsmarkt steeds verder gesegregeerd.”

Daarnaast vermoedt Baartman dat het „slechte imago” van Zuidoost ook een rol speelt in het lage aanmeldingscijfer op havo en vwo bij de OSB. „Nog steeds zijn er ouders die moeite hebben met het idee dat hun kind in de Bijlmer op school zit”, zegt hij.

De OSB is niet de enige met lege stoelen. Ook het Metis Montessori Lyceum – vlak naast het Tropenmuseum, zogezegd op een A-locatie – heeft nog plekken over. Volgens Renate Klinkenberg, managementassistent onderwijs op het lyceum, komt dat vooral omdat de school nog relatief nieuw is. „We bestaan nu acht jaar. Het eerste jaar hadden we 80 leerlingen, inmiddels zijn dat er 850.” De school moet nog even groeien, zegt ze, en wat meer naamsbekendheid krijgen.

Bij het Metis speelt misschien ook mee dat de school vorig jaar genoemd werd als een van de Nederlandse ‘gülenscholen’, gelieerd aan de Turkse geestelijke Fethullah Gülen. Al denkt Klinkenberg niet dat dit veel effect heeft gehad. „We hebben dit jaar niet minder aanmeldingen dan het jaar ervoor.” Sowieso is het Metis geen ‘Turkse school’, zegt ze. „In de bovenbouw zijn de leerlingen nog wel overwegend van Turkse afkomst, maar in de lagere klassen is dat veel meer gemengd. Daar heeft nog zo’n 15 procent Turkse ouders.”

Foto Tammy van Nerum

Niet bij Marokkaanse kinderen

Oudkerk vindt het heel jammer dat ouders zich „blind blijven staren” op prestige-scholen als het Barlaeus en Vossius, en daarmee „fantastische scholen” als de OSB en Reigersbos – ook in Zuidoost – links laten liggen. „Die ouders willen hun kind niet op school zetten tussen de zwarte en Marokkaanse kinderen”, zegt Oudkerk. „Die willen hun kind niet naar Zuidoost laten fietsen.”

Volgens de OSVO-voorzitter laat dat goed zien „hoeveel werk er nog aan de winkel is”. De OSVO wil komend jaar een oplossing zoeken voor het feit dat sommige scholen binnen korte tijd ‘uitverkopen’, terwijl andere halfleeg blijven. „Het zou kunnen dat er dan een aantal scholen moet sluiten, of fuseren”, zegt Oudkerk. Welke scholen dat dan zullen zijn, is nog niet duidelijk.

Prima scholen

De OSB en het Metis: op papier zijn het prima scholen. Toch heeft ook Elisabeth Bootsma, de moeder van Bauke, ze allebei niet overwogen voor haar zoon. De OSB omdat die tamelijk ver van huis ligt en de kans op ‘afglijden’ naar havo en vmbo daar inderdaad groter lijkt. En Montessori-onderwijs is voor Bauke niet zo geschikt; daarmee viel ook het Metis af. Een lichtpunt was het dus toen ze via een collega hoorde van het Felisenum, een categoraal gymnasium in Velsen-Zuid. Ze gingen direct de volgende dag kijken.

„We werden zo hartelijk ontvangen”, vertelt Bootsma. Bauke klaarde helemaal op. Want niet alleen was het Felisenum een leuk categoraal gymnasium, er was ook nog plek.

Inmiddels zit Bauke er in de eerste klas: hij fietst elke dag naar Sloterdijk, neemt daar de bus naar IJmuiden, en stapt in Velsen-Zuid op zijn andere fiets naar school. Tja, wel een beetje vreemd dat het Barlaeus en het Vierde Gymnasium intussen allebei op nog geen tien minuten fietsen van zijn huis staan. Maar zijn ouders zijn allang blij dat hij een school heeft gevonden die hij leuk vindt.

Een paar van de kinderen die zijn uitgeloot hebben al gebeld met Bauke, om te horen hoe het op school is in Velsen-Zuid. Zij willen nu ook naar het Felisenum. Die school bekijkt inmiddels of er een pendelbusje geregeld kan worden voor alle Amsterdamse leerlingen.