Waarom hebben fietskoeriers toch die reuzenrugzakken?

De eet-rugzakken van fietskoeriers zitten niet erg logisch in elkaar. Waarom zijn ze zo groot, zo kubusachtig en bekleed met folie?

Het ligt voor de hand om pizza’s onder een hoek van 45 graden in de rugzak te plaatsen. Dan liggen ze en route horizontaal. Foto Reuters

Eindelijk een koerier van zo’n online bezorgplatform zover gekregen dat hij in zijn rugzak liet kijken. Hij zat op een bank langs de Bloemgracht kalm uit eigen zak te eten: soep uit een piepschuimen beker. De zon scheen, de rugzak stond naast hem. Bereidwillig trok hij de ritsen open.

Er zat niets in, alleen een los tussenschot. Hij had net ergens een warme lunch afgeleverd en wachtte nu op nieuwe opdrachten. Die konden hem elk moment over de mobiel bereiken.

De rugtas bleek een licht en tamelijk wrak geval, opgetrokken uit platen verschuimd polystyreen en aan de binnenzijde bekleed met aluminium folie. Een kubus van 40 bij 40 bij 40 cm, zoiets. In vol beladen toestand meestal niet zwaarder dan vijf of zes kilo, schatte de koerier, maar natuurlijk aanmerkelijk volumineuzer dan een gewone rugzak. Toch konden restaurants die gastronomisch flink uithaalden hun piepschuimen bakjes en pakjes vaak maar moeilijk kwijt.

Waarom toch die reuzenrugzakken en niet gewoon een bak van identieke afmetingen achterop de fiets of de brommer? Dat wist de koerier ook niet. Wat hij wel wist was dat het formaat van de rugzakken was afgestemd op bezorging van pizza’s. Die moeten zoveel mogelijk horizontaal vervoerd worden om te voorkomen dat kaas en tomaten gaan glijden, denk ook aan de olijven en stukjes ansjovis. De geofysica van ’t geheel is niet anders dan die van aardverschuivingen en modderstromen, landslides en mudflows. Als de hellingshoek van berghellingen groter is dan 25 of 30 graden kan vochtverzadigd sediment pardoes in beweging komen.

Het eigenaardige is dat deze kritische waarde juist op de rug van de koerier zo makkelijk overschreden wordt. Zie de foto. Hoeken van 45 graden lijken eerder regel dan uitzondering. Wat ligt er meer voor de hand dan de pizza’s al op voorhand onder een hoek van 45 graden in de rugzak te plaatsen, zodat ze en route horizontaal komen te liggen? Bijkomend voordeel is dat de rugzak minder diep hoeft te worden uitgevoerd, dat scheelt wel 30 procent. Wordt hij tegelijk 40 procent hoger gemaakt dan is het volume behouden, maar komt het zwaartepunt van de etenswaar een stuk dichter bij de rug te liggen.

Het loont altijd om het zwaartepunt van de rugzak vlakbij de rug te brengen

Proefondervindelijk onderzoek, overigens vooral militair onderzoek, heeft aangetoond dat het altijd loont het zwaartepunt van een rugzak dicht naar de rug te brengen. Dat scheelt evenredig in de energie die voor het dragen nodig is. De theorie had dat al voorspeld: het koppel dat de last op de drager uitoefent moet zo klein mogelijk zijn.

Onbeantwoord is nog steeds de vraag of rugzakken zó moeten worden bepakt, de zwaarste spullen bovenin, dat het zwaartepunt heel hoog komt te liggen, of juist andersom: heel laag. Beide varianten zijn getest met ‘backpackers’ die op een loopband liepen, steeds was het zuurstofverbruik de maat voor de verrichte inspanning, maar de uitkomsten waren niet eenduidig. Men neigt tot de conclusie dat een hoog zwaartepunt gunstig is in vlak, goed begaanbaar terrein, maar dat het nut heeft het zwaartepunt te laten zakken als de weg moeilijker is of als er gestegen wordt. (Google Scholar: effect of load positioning.) Het valt op dat de proeven steeds maar een paar minuten duren, dat de proefpersonen heel jong zijn (22 of 23) en dat de te dragen last varieert van 10 tot 40 procent van het lichaamsgewicht. Het zal nog wel even duren voor de wetenschap eruit is. Voor de koeriers van Foodora, Deliveroo en UberEats zal het niet veel uitmaken.

Maar nu wat anders. De binnenzijde van de isolerende piepschuimen panelen waaruit de culi-rugzakken zijn samengesteld is, zoals gezegd, bekleed met aluminiumfolie. Die moet, mag je aannemen, de warmte die het eten uitstraalt terugkaatsen. Daardoor blijft dat langer warm.

Het klinkt aannemelijk, maar zou het echt zo werken? Neem een eenvoudig model in gedachten: een holle bol van piepschuim, inwendig bekleed met folie, en in het bolcentrum een oneindig kleine warmtebron. Volg het lot van een hittestraal die vanuit het centrum naar de periferie wordt gezonden. Hij weerkaatst tegen het folie, wordt voor 10 procent geabsorbeerd en reist met 90 procent van de oorspronkelijke hoeveelheid energie naar de overkant, ondergaat daar hetzelfde lot, komt met 81 procent weer terug, dan 73, later 66 en 59 procent, enzovoort, enzovoort, dit alles met de snelheid van het licht, en het wordt duidelijk: binnen zo’n afgesloten systeem wordt de straling altijd volledig geabsorbeerd, zelfs als de hittebron eindig is en het folie bovengemiddeld weerkaatst. (De 10 procent absorptie was willekeurig gekozen.)

Het folie heeft helemaal geen zin! Of toch? Een experiment met twee kartonnen postpakketdozen van GW (21x16x11,5 cm) moest uitsluitsel geven. Eén doos werd vanbinnen dofzwart geverfd, de ander werd met folie beplakt. Als warmtebronnen dienden blikjes Sisi No Bubbles (150 ml) die waren opgewarmd tot 75 graden. Dozen dicht en na anderhalf uur weer open. In de zwarte doos was de Sisi afgekoeld tot 36,5 graden, in die met folie maar tot 40,5. Het folie had wèl gewerkt. Maar hoe dan? Misschien zit ’t ’m in de luchtspouw tussen folie en karton. Misschien niet.