Cultuur

Interview

Interview

Temples. Vlnr: Thomas Walmsley, James Bagshaw, Adam Smith, Samuel Tom. Foto William Beaucardet

‘Zelfs in de supermarkt zien we er goed uit’

Retrofuturistisch

Een ontmoeting met zanger James Bagshaw en toetsenman Adam Smith van de neopsychedelische band Temples is als een stap in een tijdmachine.

‘De toekomst van onze planeet hangt af van dit album”, jubelde Noel Gallagher over het debuut Sun Structures van Temples. De Britpopheld van Oasis mag bekend staan om zijn boude beweringen; zijn enthousiasme over de band uit het Engelse Kettering kwam niet zomaar uit de lucht vallen. Sun Structures (2014) bracht een briljante synthese tussen melodieuze sixtiesinvloeden (The Byrds, The Zombies) en de neopsychedelische sound van bands als Foxygen en Tame Impala.

„Retrofuturistisch” werd Temples genoemd en daar kan het viertal goed mee leven, zo lang we vaststellen dat hun tweede album Volcano meer naar de toekomst dan naar het verleden wijst. Een ontmoeting met zanger James Bagshaw en toetsenman Adam Smith is als een stap in een tijdmachine: de een lijkt sprekend op een jonge versie van Marc Bolan en de ander heeft zowel de gelaatstrekken als het kapsel van The Kinks’ Ray Davies.

Die gelijkenissen cultiveren ze niet, zeggen ze, maar ze zorgen dat ze er goed uitzien en ze hebben een lichte voorkeur voor een vintagestijl van kleding. „Zelfs als we naar de supermarkt gaan om een pak melk te kopen zien we er goed uit”, zegt Smith zonder ironie. „We hebben nu eenmaal geen andere kleren.”

Neopsychedelische vakbroeders

De raakvlakken tussen het Engelse Temples en het Australische Tame Impala lijken overduidelijk in Temples’ nummer ‘Oh the Saviour’ met de strofe „Standing up like a wild impala.” Een eerbetoon aan muzikale geestverwanten? „Geloof het of niet,” zegt Bagshaw, „maar bij dat zinnetje heb ik geen moment stilgestaan bij een artistieke bloedlijn. Tame Impala is een fantastische band, maar onze muziek staat op zichzelf. Volgens mij is er geen wereldwijd netwerk van neopsychedelische vakbroeders. Iedereen maakt de muziek die hem het dierbaarst is. Bij het creatieve proces proberen we invloed van buiten juist zoveel mogelijk uit te schakelen.”

Technologische ontwikkelingen zijn niet aan Temples voorbijgegaan. Zanger en gitarist James Bagshaw kan er hartelijk om lachen als zijn groep tot de gitaarbands met een klassieke Small Faces-bezetting (gitaar, orgel, bas en drums) wordt gerekend. „Veel van de geluiden op onze plaat die klinken alsof ze uit een orgel of een synthesizer komen, zijn in werkelijkheid gitaarsounds. Ikzelf speel de melodielijnen van ‘Certainty’ op ons nieuwe album. De solo aan het eind van ‘Open Air’ klinkt als een synthesizer, maar is gespeeld op een gitaar. Bands die hun vizier constant op de sixties richten en die het liefst alleen oude spullen en instrumenten gebruiken, komen niet toe aan innovatie.”

Ontwapenende naïviteit

In hun samenzang hoor je de liefde die Bagshaw, Smith, bassist Thomas Walmsley en drummer Samuel Toms koesteren voor het popverleden. Songs als ‘In My Pocket’ en ‘I Wanna Be Your Mirror’ hebben de ontwapenende naïviteit van de beste platen uit 1967, het jaar van de Summer of Love. Ze prijzen de muziek van de Nederlander Jacco Gardner, die het Pink Floydgevoel uit dat magische jaar volgens hen het best heeft begrepen. Smith: „In onze kleedkamer staat zijn muziek op de playlist, net als die van Love en de betere psychedelische liedjes van The Beatles. Het herinnert ons eraan dat we geen Syd Barrett willen zijn en dat we ons niet gek moeten laten maken door nostalgie naar een tijd die nooit meer terugkomt. Met alle respect voor Jacco, want hij doet het goed en hij geeft er een eigen draai aan.”

Na enig aandringen willen Bagshaw en Smith wel toegeven dat hun song ‘Roman God-Like Man’ een nauwelijks verhulde ode is aan ‘David Watts’ van The Kinks, vooral in het herkenbare fa fa fa-koortje. „Je zou een musicoloog moeten zijn om alle invloeden thuis te brengen die in onze muziek zijn gekropen”, verdedigt Bagshaw zich. „Wij zijn te jong om de ontwikkeling van de popmuziek vanaf het begin gevolgd te hebben. Ik ben ervan overtuigd dat er iemand is die in een van onze liedjes een citaat van een nummer uit de jaren dertig kan aanwijzen. Muziek zit in het collectief geheugen. Elke songschrijver die nu aan een nieuw liedje begint, zou zijn hersenpan eerst helemaal leeg moeten schrapen om met iets volstrekt origineels te komen. Als muzikant kun je alleen maar hopen dat je iets toevoegt.”

Volcano is uit op Heavenly/PIAS.
Concerten: 14/4 Doornroosje Nijmegen , 15/4 Paradiso Noord, Amsterdam.