Ze moorden, bikkelhard en emotieloos

Onderwereld

Justitie eist tot 18 jaar cel tegen vier mannen voor een liquidatie. „Ze kunnen en willen alleen maar leven van de misdaad.”

Foto Evert Elzinga/ANP

Ze worden verdacht van moord: Qio, Genaro en Karim. En toch kijken de drie jonge mannen – twee twintigers en een dertiger – tijdens hun rechtszaak constant ongeïnteresseerd voor zich uit.

Karim geeft geen krimp als zijn moeder geëmotioneerd de zaal verlaat nadat de officier van justitie donderdag 17 jaar en 9 maanden celstraf tegen hem heeft geëist. Ook Qio en Genaro reageren niet als de eis, 18 jaar cel respectievelijk 14 jaar en 9 maanden, wordt uitgesproken.

Hoge straffen, aldus de officier van justitie, „maar het lijkt erop dat de verdachten alleen van de criminaliteit kunnen en willen leven”. Preventief zal de straf niet of nauwelijks werken en daarom moeten we de samenleving maximaal beschermen, stelt de officier. „Het risico dat ze opnieuw slachtoffers maken is groot.”

De drie waren op 5 november 2015 met twee anderen in Diemen betrokken bij de aanslag op Pjotr R., een beroepscrimineel met een aanmerkelijke staat van dienst in het Amsterdamse milieu. De moordpoging mislukte.

Onderwereldleger

Qio, Genaro en Karim zijn drie soldaten uit het leger van de onderwereld. Huurmoordenaars die gezien hun „bikkelharde belevingswereld” en „gebrek aan empathie” er niet voor schromen iemand dood te schieten uit „financieel gewin.” Wie zijn deze jongens? En hoe zijn ze in dit milieu terechtgekomen?

Qio C. (Amsterdam, 1989) belandde al op zijn 13de in de gevangenis voor diefstal en bouwde een lang strafblad op voor diefstal en geweldsdelicten. Uit rapporten van de reclassering blijkt dat hij minder dan gemiddeld intelligent is, een serieuze gedragsstoornis heeft en zich laat leiden door sensatiezucht. Hij wordt ook verdacht van betrokkenheid bij een andere liquidatie en was aanwezig bij een moord in Amsterdam in 2014. Qio is volgens het Openbaar Ministerie een van de twee schutters.

Genaro L. (Amsterdam, 1992) en Karim S. (Eindhoven, 1982) hebben een korter strafblad. Genaro maakte zich schuldig aan openlijke geweldpleging, belediging van een ambtenaar in functie en valsheid in geschrifte. Over wat hem drijft wil hij niks kwijt. L. was betrokken bij de voorbereiding van de mislukte liquidatie van Pjotr R.

Karim heeft vooral verkeersdelicten op zijn naam. Hij raakte naar eigen zeggen verzeild in de misdaad om schulden af te lossen. Volgens de reclassering blijkt uit een rapport van het Pieter Baancentrum dat hij functioneert op zwakbegaafd niveau, maar zijn daden hem wel kunnen worden toegerekend. Karim bestuurde op de dag van de aanslag de vluchtauto.

Twee andere verdachten in deze zaak hebben ook een strafblad. Het gaat om Alejandro P., (Hoofddorp, 1988) en Atif M. (Amsterdam, 1982). Alejandro, die is gevlucht, zou betrokken zijn bij de voorbereidingen. De behandeling van de zaak tegen Atif, volgens justitie de tweede schutter, vindt later plaats vanwege ziekte van zijn advocaat. Dat is ook de reden dat de uitspraak tegen alle verdachten pas in juli wordt verwacht.

Vier van de vijf verdachten werden – zeer uitzonderlijk – op de dag van de liquidatie aangehouden. Toen getuigen het kenteken van de vluchtauto enkele minuten na de aanslag in Diemen doorgaven, had de politie direct een vermoeden van de identiteit van de verdachten. Ze waren maanden eerder al in beeld gekomen nadat de politie bij een toevallige verkeerscontrole gestolen nummerplaten en bijzondere kleding had gevonden in de auto waarin ze reden.

Na die vondst besloot de politie hun telefoons af te luisteren en een auto te voorzien van afluisterapparatuur. Het leverde een grote hoeveelheid bewijs op, die nog wordt gecompleteerd met berichtenverkeer uit onkraakbaar geachte PGP-telefoons die na de arrestatie van de verdachten toch werden ontsleuteld. Zelden is in een liquidatiezaak zoveel bewijsmateriaal aangetroffen.

Hoge strafeis

Dat Pjotr R. de aanslag overleefde, had weinig met de intentie van de schutters te maken: ze vuurden zeker 34 kogels af – vermoedelijk met twee kalasjnikovs – en troffen zeven keer doel. In de woorden van Karim: „Die man heeft kanker geluk gehad.”

Als het OM een aantal gesprekken in de rechtszaal laat horen, luistert Karim emotieloos naar zijn eigen woorden. „Weet je wat ik denk: dat die kankerlijer nog leeft. Als de officier van justitie aan het einde van behandeling van de gebeurtenissen in Diemen vraagt of Karim zich herkent in de uitwerking van de opgenomen gesprekken, voelt hij zich niet aangesproken: „Zwijgrecht. En ik wil naar de wc.”

Dat zwijgen hoort bij de mores van het criminele milieu. Het vergroot volgens justitie hun status in de onderwereld en verhoogt de carrièrekansen. „Waar ze precies staan op de criminele carrièreladder weten we niet”, aldus de officier, „maar het lijkt erop dat ze goed op weg zijn.”