Opgevoed: ‘Wat doe ik met een kind dat liegt?’

Elke week legt Annemiek Leclaire een lezersvraag over opvoeding voor aan deskundigen. Deze week liegende kinderen.

Illustraties Martien ter Veen

Moeder: „Hoe ga je om met een kind dat liegt? Mijn zoon van negen pakt vaak stiekem snoepjes. Als ik hem er op aanspreek, liegt hij. Ik zeg: ‘Je doet nu twee slechte dingen: je steelt én je liegt’. Maar dat maakt geen indruk. Ik ben een beetje bezorgd of hij verslaafd is aan snoep, hij begint echt te dik te worden.

„Hij liegt soms ook als hij zijn zusje van vier heeft gepest of een klap heeft gegeven. Vaak zie ik dat hij de schuldige is, maar dat is natuurlijk niet altijd zo. Op deze manier weet ik niet meer wanneer hij wél de waarheid spreekt.

„Problemen op school ontkent hij ook. Ik hoor van de overblijfjuf dat er gedoe is geweest met hem, maar als ik ernaar vraag, zegt hij: ‘Nee hoor, niks gebeurd’. Ik ben extra gevoelig voor ontkennend gedrag omdat zijn vader, mijn ex, een vermijdende natuur heeft en veel heeft gelogen. Denk ik: als-ie maar niet hetzelfde patroon ontwikkelt.

„Mijn zoon is erg gevoelig voor kritiek. Doet dingen graag goed. Ik praat wel met hem over de scheiding, maar hij is een binnenvetter en een oud mannetje in een jongenslichaam; hij neemt veel verantwoordelijkheid.

„Aan de andere kant loog ik zelf vroeger ook over de Koetjesrepen die ik pikte, en dat is ook goed gekomen. Maak ik me onterecht zorgen?”

Naam en woonplaats zijn bij de redactie bekend. De rubriek Opgevoed is anoniem, omdat moeilijkheden in de opvoeding gevoelig liggen.
Wilt u een dilemma in de opvoeding voorleggen? Stuur dat naar opgevoed@nrc.nl. Ook reacties zijn welkom.

Ernst

Bas Levering: „Van liegen spreken we pas vanaf het zevende jaar. Kinderen tot een jaar of vier kunnen geen onderscheid maken tussen waar en onwaar. Als zij iets onwaars zeggen, heet dat fantaseren. In de fase daarna heet het ‘jokken’: ze kennen het verschil tussen waar en onwaar, maar ze hechten weinig belang aan de waarheid. Als je zegt: ‘Jij jokt hè!’ zullen ze je overtuigd toeknikken. Stelen in deze fase moet ook gezien worden als oefenen met wat mag en niet mag. Van ouders wordt gevraagd hier coulant mee om te gaan, en vriendelijk het belang van de waarheid spreken en het onderscheid tussen mijn en dijn steeds te onderstrepen.

„Maar een kind van negen hoort dat te weten. Daar moet u uw zoon dus op aanspreken. Wat zijn zwijgzaamheid over conflicten buitenshuis betreft: kinderen vinden het niet nodig alles aan hun moeders te vertellen. Dat hoeft geen probleem te zijn.

„Nu zijn er misschien wel problemen die niet onbesproken mogen blijven. Het is aan u om te bepalen of de ernst van zijn mogelijke snoepverslaving dat van uw gestolen Koetjesreep te boven gaat.”

Groot voordoen

Marga Akkerman: „Liegen kan een uiting zijn van in de knoop zitten met jezelf. Het is vaak een manier om kwetsbaarheid te verdoezelen. Ik krijg de indruk dat uw zoon in het gezin de rol van volwassene op zich wil nemen. Het lijkt alsof hij zich verantwoordelijk voelt voor het wel en wee van zijn dierbaren. Die rol is voor zijn leeftijd veel te hoog gegrepen. De beheersing die daarbij hoort, brengt hij natuurlijk niet op. Als het niet lukt, valt hij uit zijn rol, en voelt hij zich falen. Als hij daar dan vervolgens op aangesproken wordt, gaat-ie liegen, want hij wil dat niet onder ogen zien.

„Liegen is niet erfelijk, maar ontstaat door situaties. Wat u kunt doen is minder hameren op het liegen, proberen zich voor te stellen in wat voor ingewikkelde knoop hij zich bevindt, vaak een arm om hem heen slaan en hulp voor hem zoeken bij een kinderpsycholoog. Laat uw zoon merken dat hij zich niet groter voor hoeft te doen dan hij is; dat hij een negenjarig kind mag zijn, niks meer en niks minder.”