Column

‘The Passion’ is een gemiste kans

Japke-d. Bouma schrijft elke week over taal. Vandaag: waarom moet ‘The Passion’ van de EO in het Engels?

Passie is overal is in de samenleving. Want had je vroeger alleen passie in de liefde, tegenwoordig ligt het gewoon op straat en in de supermarkt. Zo heb je brood met passie, prei met passie, geitenyoghurt met passie, accountants met een passie voor cijfers en er is natuurlijk dat ene mediaconcern met „een passie voor media”. Ik hou mijn hart vast voor het moment dat iedereen tegelijk tot ontlading komt, maar goed, daar schreef ik al eerder over.

Waar het mij deze week om gaat, is die andere betekenis van het woord passie en die is „het lijdensverhaal van Christus”. Overal ter wereld worden deze week passies opgevoerd – vieringen van dat lijden. Die van Johannes en Matthäus zijn natuurlijk de bekendste, maar er was donderdag natuurlijk ook een passie in Leeuwarden. Een tv-programma van de EO waarin het lijden van Jezus wordt nagespeeld. Het is al sinds 2011 op de buis en het wordt elk jaar een groter spektakel.

Nou had het mij zo mooi geleken als de EO dat evenement de naam De Passie had gegeven. Om het woord nu eens niet als opgehypte term te gebruiken, maar gewoon, zoals het bedoeld is. Ook mooi als tegenhanger voor alle Duitse Passionen en om het Nederlandse karakter van het programma te eren.

Maar nee hoor. Het heet „The Passion”. Of, zoals het meestal wordt uitgesproken: „duh Pesjun”.

Het zal wel weer aan mij liggen hoor, maar wat een gemiste kans. Want waarom moet het nou weer in het Engels? Is het Nederlands niet goed genoeg voor Jezus? Waren ze bij de EO bang dat mensen zouden denken dat het een pornofilm was? Of was het woord passie al door de bakker van Albert Heijn geclaimd?

Lees ook het interview met Dwight Dissels: ‘Ik ben ook de eerste kale Jezus’

Ik stel me zo voor hoe dat ging bij de EO, zes jaar geleden, toen de naam bedacht moest worden. En dat zo’n hippe contentmanager op „sneakers” toen zei dat „de exitstrategie van Jezus met zijn twaalf contentmanagers tijdens de Laatste Avondscrum een stukje story telling was dat je het beste internationaal kon aanvliegen”.

Jezus is natuurlijk ook een exportproduct van heb ik jou daar. Duh Pesjun is al aan allemaal landen verkocht. Heel Noord-, Midden- en Zuid-Amerika zit er straks naar te kijken alsof het een ‘The Voice-Kids-BZV-totaal-concept’ is. En Jezus werd natuurlijk ook pas écht beroemd toen hij Jesus Christ Superstar werd genoemd hè, zo gaan die dingen.

Maar ik blijf het droef vinden, al dat Engels in Nederland. Net zoals V&D deze week is doorgestart onder de naam „Frendz” en er geen Nederlands bedrijf, gemeente, universiteit of sportclub meer is met een Nederlands motto – alles moet tegenwoordig in het Engels. Anders missen we de boot en moeten we over het water lopen. Ofzo.

Maar van Jezus vind ik het extra erg! Of die man niet hip genoeg is van zichzelf. Een man die al 2.000 jaar een merk is waar je u tegen zegt. Een merk dat zichzelf verkoopt in alle talen over de hele wereld met een verhaal dat iedereen begrijpt. De Passie heeft geen Engelse vertaling nodig.

Als er één omroep is die dat zou moeten weten, dan is het de EO wel.

Taaltips? Dat kan op Twitter via @Japked