Steeds meer Chinezen willen liever Jezus dan Mao

Officieel is China nog altijd een communistisch land, maar kerken worden gedoogd en het aantal christenen groeit snel. Vooral onder jongeren. Dat gaat goed, zo lang de kerken zich niet te veel met de politiek bemoeien.

Foto Kevin Frayer/Getty Images

Zelden hoor je in een drukke straat in de communistische Volksrepubliek China de geluiden van zondagse kerkgang. Maar vlakbij een anoniem kantoorgebouw in de zuidwestelijke metropool Chengdu overstemmen een orgel en een kerkkoor met Psalm 51 (Witter dan sneeuw) het getoeter van scooters en het geblèr van popmuziek uit de naburige winkels.

Bij de ingang van de gereformeerde Vroege Regen-kerk verwelkomt dominee Wang Yi (43) de honderden kerkgangers met een persoonlijk woord, een handdruk of een aai over een kinderhoofd. Jonge medewerkers van de voormalige mensenrechtenadvocaat hebben op 800 blauwe klapstoeltjes bijbels, het liederen-blad en het plan van de dienst al klaargelegd.

Voor een, formeel genomen, illegale bijeenkomst, heerst er de ontspannen, vrolijke sfeer van, zeg, een tochtje naar Shanghai Disneyland. En, hoogst ongebruikelijk voor ‘samenscholingen’, staan er op straat geen argwanend kijkende agenten van de openbare veiligheidsdienst. De enige drie jonge politiemannen hebben het druk met het dirigeren van de duurdere middenklassers, waarin menig kerkganger en familie komt aanrijden.

Wang Yi lacht breeduit als ik verbaasd kijk naar de omvang van zijn kudde waarin het grote aantal twintigers en dertigers met meer dan één kind opvalt. Het aantal bejaarden is, in tegenstelling tot de boeddhistische tempels, opmerkelijk laag. Bij het koor in paars-witte jurken zitten groepjes studenten en scholieren.

Dat is het belangrijkste probleem, het vuil in jullie harten dat alleen gereinigd kan worden met het bloed van Jezus.

dominee Wang Yi tijdens een preek

„Het christendom groeit heel snel in China, de kerken zitten, net als de tempels trouwens, steeds voller. Hier in het zuidwesten van China, ver weg van het oosten met veel meer kerken, is dat niet anders”, zegt de dominee die ik voor het eerst ontmoette in 2008, kort na de aardbeving waarbij 87.000 Sichuanners omkwamen en die delen van provinciehoofdstad Chengdu verwoestte. Wangs kerkvereniging bestond toen uit zes leden, onder wie drie van zijn collega-advocaten, en zijn appartement diende als geheime ‘thuiskerk’ die alleen op voorspraak te vinden en via omwegen te bereiken was.

Een kerkdienst. Foto Oscar Garschagen.

Alle kerken worden gedoogd

Er zijn inmiddels twintig met de Vroege Regen-kerk vergelijkbare protestantse kerken in deze metropool van 14 miljoen inwoners. En al deze kerken worden – en dat is betrekkelijk nieuw – gedoogd door de plaatselijke autoriteiten. „Als wij maar binnenblijven en niet in de parken gaan evangeliseren, worden wij getolereerd. Nog even en we hebben meer dan duizend 1.000 leden. Groter wil ik niet worden want dat valt te veel op, we splitsen dan op in kerken met twee-200, driehonderd 300 leden”, vertelt hij. Aan iedere kerk zijn bijbelklassen verbonden en Wang koestert plannen voor een christelijke school en zelfs een universiteit. „Eens beschikt China over het grootste christelijke onderwijssysteem in de wereld”, voorspelt hij.

De opmars van het christendom is zonder twijfel een van de belangrijkste veranderingen in de afgelopen tien jaar in China. Kerken zijn bovengronds gekomen. Openheid is onderdeel van de strategie. In Wangs geval een radicaal soort openheid zelfs, die ook het karakter heeft van een beschermend schild.

„Worden wij vervolgd dan worden wij vervolgd. Wij zullen ons niet verzetten. Als het Gods wil is dat wij worden opgepakt dan zij dat zo. Het heeft geen zin om ondergronds bijeen te komen. Als wij bang zijn, kunnen wij beter met elkaar in alle openheid en in Gods licht bang zijn”, redeneert Wang, op dit moment een van de belangrijkste protestantse baanbrekers in China.

Zijn preek, deze laatste zondag voor Goede Vrijdag en Pasen, is van het zwaardere soort. „Als Jezus terugkomt in Chengdu en vraagt wat jullie het belangrijkste probleem vinden, dan zeggen jullie de luchtvervuiling. Maar kunnen de mondmaskers die jullie dragen jullie beschermen tegen het vuil in jullie harten? Want dat is het belangrijkste probleem, het vuil in jullie harten dat alleen gereinigd kan worden met het bloed van Jezus.”

Liefde vinden we bij God

Tranen lopen over de ronde wangen van mijn buurvrouw Yin Pei (32), een literatuurdocente op een van de universiteiten. Haar man Li Hui (35), een ingenieur, reikt haar papieren zakdoekjes aan. Na de dienst vertelt ze dat zij uit een christelijke familie komt en dat zij ooit in het diepste geheim is gedoopt. Uit liefde voor God zal zij de kerk nooit verlaten. „Wij zijn geen robots die alleen maar werken en dingen maken. Wij zijn mensen, wij hebben elkaar nog, wij hebben liefde nodig en die vinden wij in God en niet in de ideologie van de Communistische Partij”, vertelt zij over haar motieven.

Op de vraag waarom hij naar de kerk gaat grijnst haar man Li Hui: „Anders wilde zij niet met mij trouwen.” Hij heeft er zelfs het lidmaatschap van de Communistische Partij voor opgegeven. „Ik was door mijn vader lid gemaakt omdat dat goed was voor mijn toelating tot de universiteit en later om een baan te krijgen. Voor heel veel partijleden is dat de reden waarom zij lid zijn”, wil hij wel kwijt. De overstap van de machtige, materialistische partij naar het geloof in een onzichtbare hogere autoriteit dan de partijleider is en blijft een hypergevoelige zaak.

Yin Pei, Li Hui en hun kindje. Foto Oscar Garschagen

Wang Yi vertelt dat Li Hui beslist niet de enige is die de Communistische Partij heeft verlaten voor de kerk. Acht leden hebben zelfs hun overstap publiekelijk gemaakt tijdens een dienst. „De samenleving is kil geworden. Familiebanden, de banden in dorpen, wijken en werkgemeenschappen zijn heel los geworden. Er vindt in heel China een wedergeboorte van religie plaats, niet alleen het christendom groeit. Er is in deze ‘mens-eet-mens-samenleving’ een grote behoefte aan nieuwe gemeenschapszin, een gemeenschap die het verfoeilijke communisme niet biedt. De partij is een koude, efficiënte en vaak ook corrupte organisatie, geen warme plek voor iedereen”, redeneert Wang, een fel criticus van de staat. Hij ziet zelfs al overeenkomsten tussen de ondergang van het Heilige Romeinse Rijk en de Chinese eenpartijstaat die volgens hem in verval is.

Campagnes tegen abortus

President en partijleider Xi Jinping is het daar volstrekt mee oneens, maar ook hij weet dat er een volksopstand ontstaat als hij terugkeert naar het tijdperk van de Grote Sprong Voorwaarts en de Culturele Revolutie toen alle geloven verboden waren en gelovigen werden vervolgd. Van de echte kameraden verwacht hij ‘onwrikbaar atheïsme’, maar anderen mogen hun gang gaan mits zij de ‘socialistische kernwaarden’ maar accepteren.

Een kerkdienst. Foto Oscar Garschagen.

En daar schuilt de spanning in de verhouding tussen de kerken en de staat. Waar de erkende, officieel toegestane katholieke en protestantse kerken zich verre houden van politieke activiteiten, komen dominees als Wang Yi in het geweer. Onderaan het liederenblad staan de bankrekeningen van de fondsen voor de hulp aan families van politieke gevangen en de campagnes tegen abortus afgedrukt. Met de hervorming van de wet die tot twee jaar geleden bepaalde dat een Chinees paar maar een kind mag krijgen, zijn de antiabortusacties verminderd. Maar er is steeds meer geld nodig om de families van politieke gevangenen te helpen.

Geen politiek doel

„We hebben als kerk geen politiek doel, maar steunen wel degenen die door de staat verdrukt worden – en daar zijn er heel veel van in Chengdu”, vertelt Wang. Vorige maand is, ondanks stille diplomatie van de EU en de VS en openlijke protesten van Human Rights Watch, zijn vriend en geloofsgenoot Chen Yunfei tot vier jaar cel veroordeeld. Chen, een kunstenaar, had het graf bezocht van een vriend die in de nacht van 3 op 4 juni 1989 was vermalen door de tanks waarmee de grote Tiananmen-demonstraties werden onderdrukt. „Wij zorgen nu voor zijn vrouw, dochter en zijn ouders die als gevolg van zijn veroordeling in de problemen zitten”, zegt de dominee. Dat doet hij samen met minstens twintig andere kerkleden die bekend staan als dissidenten.

Dominee Wang organiseert ook ieder jaar op 4 juni een speciale gebedsbijeenkomst om de honderden slachtoffers van het geweld te herdenken. Ieder jaar wordt hij daags daarna door de politie gearresteerd en verhoord. Tot een veroordeling, die ongetwijfeld zou leiden tot een groot internationaal incident, is het nog niet gekomen.

Ieder jaar stellen de agenten dezelfde vragen. En als hij dan na een paar dagen weer op vrij voeten is gesteld, wordt hij in de kerk met veel applaus, bloemen en tranen verwelkomd. „En dat is altijd weer een diep ontroerend moment”, zo omschrijft hij zijn terugkeer in „de stad op de heuvel”, zoals hij zijn kerk noemt. Een spirituele stad die in China met het jaar groter wordt.