Column

Pulitzerprijs gewonnen, vrienden verloren

‘Hi, this is Art Cullen.’ De ochtend nadat hij de Pulitzer Prize heeft gewonnen voor een serie van tien van zijn redactioneel commentaren, neemt de hoofdredacteur van The Storm Lake Times gewoon zelf de telefoon op. Het is kwart over zeven in de ochtend, plaatselijke tijd. Ik had eigenlijk niet verwacht dat er iemand op zou nemen toen ik het nummer belde dat op de website staat.

In de lijst met winnaars trekt Cullen meteen mijn aandacht. The Storm Lake Times heeft een oplage van drieduizend kranten. De redactie bestaat uit negen man. Art is hoofdredacteur en eigenaar, samen met zijn broer John, die ook uitgever is. Zijn zoon Tom is redacteur. Zijn vrouw en schoonzus werken er ook.

Toen hij op de livestream zag dat hij de meest prestigieuze prijs in de journalistiek had gewonnen voor zijn commentaren, en dat hij daarmee The Washington Post en de Houston Chronicle had verslagen, rende hij schreeuwend op zijn broer af om hem te omhelzen. En hij riep iets. Als ik hem vraag wat, wil hij eerst niet antwoorden. „Some barnyard language.” Ach kom, hij kan toch wel vertellen wat? Het blijft even stil. „Holy shit, we won!”

Dat moet een feest zijn geweest op de redactie, vraag ik. Maar Cullen doet niet aan feesten. Hij had één slok champagne genomen, en dat was het. Er moest nog een krant gemaakt worden. Zijn drieduizend lezers verwachten woensdag het laatste nieuws op hun mat, prijs of geen prijs.

Cullen won de prijs voor zijn commentaren over de vervuiling van het drinkwater door grote landbouwbedrijven in de regio. Hij maakte er geen vrienden mee. „No, but that’s not our job. If I wanted to have friends, you know, I would be a bartender.” Iowa bestaat voor een groot deel uit boerenbedrijven. Zijn stukken kostten hem wel vrienden en adverteerders.

Het Pulitzercomité prijst hem voor zijn vasthoudendheid en voor zijn indrukwekkende expertise, waarmee hij de machtige agrarische bedrijven in Iowa wist uit te dagen.

Een fragment: „To use a barnyard euphemism, every once in a while even a blind pig finds a nut. We are not so polished, but our snout smells something that is being hidden. We can’t see very well right now. But we can smell it.

Wie de serie leest, ziet hoezeer het onderwerp hem aan het hart gaat. Het is prachtig om te lezen hoe een kleine krant zich met bravoure stort op een onderwerp dat voor grote vijanden kan zorgen. Cullen blijft er nuchter onder. De vervuiling is een nationaal probleem, dat toevallig plaatsvindt in zijn voortuin. Hij hoopt dat de prijs aandacht voor de zaak oplevert. En ja, misschien een handjevol abonnees.

Hij is er trots op dat een krant uit the middle of nowhere zo’n prijs kan bemachtigen. Het is ook surreëel. „Omdat je als commentator uit een gebied als deze nooit denkt dat je het kan winnen van grote kranten als The Washington Post. Je dénkt er niet eens aan.”

Het is wat Cullen betreft ook een erkenning voor de manier van journalistiek die zijn krant bedrijft, hij noemt het community journalism. „We doen ons best om elke dag een hond, een brand en een baby op de voorpagina te zetten.” De voorpagina op de woensdag nadat hij de prijs heeft gewonnen gaat grotendeels over de vastgoedbelasting voor scholen. En ja, ook een klein berichtje over het winnen van de prijs.

Heeft hij nog een advies voor een journalist die alleen kan dromen van een prijs zoals die hij nu in zijn bezit heeft? Cullen moet even nadenken. Dan klinkt het oude motto van The Chicago Times: „Print the truth and raise hell.” That will do.

Lamyae Aharouay werkt als redacteur bij BNR, @LamyaeA