‘Promovendi moeten beter worden begeleid’

Nu in Tilburg promovendi begeleid zijn door een schoonheidssalon, roept het netwerk voor promovendi op tot meer toezicht.

Universiteiten moeten strenger toezicht houden op de begeleiding van promovendi. Daartoe roept het Promovendi Netwerk Nederland op. Slechte begeleiding is al langer één van de meest gehoorde klachten van promovendi, maar de actuele aanleiding is de kwestie rond oud-decaan Arie de Ruijter van Tilburg University.

De Ruijter begeleidde als decaan bij de Faculteit Geesteswetenschappen talloze promovendi, en schakelde daarbij de hulp in van een extern bedrijf – een schoonheidssalon in handen van de dochter van zijn zus. De universiteit heeft april vorig jaar aangifte tegen hem gedaan bij het Openbaar Ministerie wegens verduistering en valsheid in geschrifte. De Ruijter zou voor ongeveer een miljoen hebben gedeclareerd voor die externe begeleidingswerkzaamheden.

Volgens voorzitter Rolf van Wegberg van het Promovendi Netwerk Nederland moeten universiteiten „scherper letten” op het uitbesteden van zulke werkzaamheden. Of dit vaker gebeurt, en hoe vaak dan, weet hij niet. Maar de begeleiding van promovendi moet te allen tijde gebeuren door universitair medewerkers, en niet door niet-academische derden, zegt Van Wegberg. Ook zou er meer toezicht moeten komen op geldstromen van promotoren.

Maar de Vereniging van Universiteiten (VSNU) vindt strenger toezicht niet nodig. De kwaliteit van de begeleiding is goed, laat een woordvoerder weten. Er zijn jaarlijks voortgangsgesprekken met promovendi. En elke zes jaar worden onderzoeksgroepen doorgelicht door externe deskundigen. Daarbij worden ook de proefschriften en de begeleiding van promovendi beoordeeld.

Nederland telt zo’n 10.000 promovendi, en nog eens minstens zo veel buitenpromovendi, die aan een proefschrift werken terwijl ze niet in dienst zijn van een universiteit.