Column

Perverse jungle

Na bijna 27 jaar zit de Rotterdamse Jack the Ripper dan eindelijk achter slot en grendel. De nu 58-jarige man werd twee weken geleden – na een toevalstreffer in de DNA-databank - aangehouden in zijn woning in Schiedam. Hij verzette zich niet en reageerde zelfs verbaasd op zijn arrestatie, is het verhaal. In de jaren negentig had deze man heel Rotterdam in zijn ban, door een serie gruwelijke moorden op tippelaars van de G.J. de Jonghweg, destijds de luguberste plek van de stad.

En ik zie ik ze zo weer voor me, die meisjes van de G.J. de Jonghweg. Geen gezichten, maar anonieme silhouetten, die zich bij elke passerende auto vooroverbuigen om contact te maken met de bestuurder. In korte rokken, op hoge laarzen, met wankele benen zich vastgrijpend aan een lantarenpaal. En bij die herinnering groeien het ongeloof en de verontwaardiging. Waarom hebben we die tippelzone toen in godsnaam gedoogd? Waarom lieten we toe dat zieke vrouwen bij nog ziekere mannen in de auto stapten voor goedkope, perverse en levensgevaarlijke seks? Op TV Rijnmond zag ik een oud-bewaker van de tippelzone in snikken uitbarsten, toen hem gevraagd werd naar zijn herinneringen aan de G.J. de Jonghweg. „Ik heb godverdomme vijftig jaar niet gehuild”, snikte hij, geschrokken van zijn eigen emoties. Het was de hel, een perverse jungle.”

Lees ook De ripper van Rotterdam, een reconstructie uit 2016 over de zaak

En een hel was het. Ik heb er de inmiddels gepensioneerde wijkagent Hans Vos regelmatig over horen vertellen. Vos was nota bene degene die in 1984 de tippelzone heeft geschapen. Om een einde te maken aan de overlast, markeerde brigadier Vos op de G.J de Jonghweg met krijtstrepen een gedoogzone. In het gebied tussen de krijtstrepen (kruisjes op lantarenpalen) zouden de prostituees niet beboet worden, zo beloofde hij. Op hoogtijdagen tippelden er zo’n 150 vrouwen en travestieten. Mensonterend was het. Volgens Vos reden zuinige klanten net zo lang rondjes tot heroïneprostituees (er stond er zelfs een met één been) uit wanhoop al voor een paar gulden hun ding deden.

De tippelzone verhuisde in de jaren negentig naar de Keileweg, een afgesloten terrein met speciale afwerkplekken. Maar het moorden ging door. Toenmalig wethouder Marianne Van den Anker nam uiteindelijk het dappere besluit om de straatprostitutie uit Rotterdam te verbannen, maar het is en blijft een zwarte bladzijde in de geschiedenis van de stad. Ook met het oplossen van deze moorden kan en mag die periode niet zomaar worden weggepoetst. En daarom pleit ik voor een standbeeld, een soort gedenkplek eigenlijk. Een robuust beeld van Keetje Tippel bijvoorbeeld, midden op de G.J. de Jonghweg. Voor al die (anonieme) vrouwen die in Rotterdam het slachtoffer zijn geworden van pooiers, drugsdealers, perverselingen, lustmoordenaars en slap gemeentebeleid.

(@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.