Nog één zomer afzien: de bierfiets blijft nog even

Bierfiets

Burgemeester Van der Laan wil de bierfiets nu per november verbieden. Verhuurders stappen opnieuw naar de rechter. „Dit is symboolpolitiek.”

Foto Thomas Schlijper

De strijd om de bierfiets begint een beetje te lijken op de worsteling met de scooter op het fietspad. Beide vervoersmiddelen – dé symbolen van een drukke stad – zijn doornen in het oog van de gemiddelde Amsterdammer. Beide conflicten duren al jaren – soapachtig haast. En telkens als een besluit in zicht is, duurt het toch weer wat langer.

Ook het nieuws van deze week dat burgemeester Van der Laan de bierfiets vanaf november wil verbieden in het centrum, kan anders worden gezien. Namelijk: de bierfiets blijft nóg een zomer. Als het aan de burgemeester had gelegen, was de groepsfiets al begin dit jaar uit de binnenstad verdwenen.

Op 30 september 2016 schreef hij de gemeenteraad dat overlast en geluidshinder door bierfietsers té erg waren, ondanks eerdere maatregelen. Vier verhuurders waren het er niet mee eens en stapten naar de voorzieningenrechter. Die bepaalde in december dat de gemeente met een betere onderbouwing moest komen. Bovendien zou Van der Laan niet zorgvuldig hebben gekeken naar de gevolgen voor de exploitanten. De gemeente had immers niet voorzien in een corridor om van de stalling in het centrum naar de stadsdelen te bierfietsen.

Die corridor komt er dit keer ook niet, schrijft de burgemeester deze week. Maar door het verbod tot november uit te stellen, hebben de verhuurders volgens hem genoeg tijd om van stalling te veranderen. Zo wordt rekening gehouden met iedereen.

Daar is Jobien Monster, juridisch adviseur van de verhuurders, het niet mee eens. Ze stappen dus opnieuw naar de rechter, met dezelfde argumenten als vorige keer.

Symboolpolitiek

Monster: „De reden van het besluit is dat de gemeente de bierfiets een gevaar acht voor de openbare orde. Maar is het echt een gevaar, of gewoon hinderlijk? In een vrije samenleving verbieden we geen dingen die alleen ergerlijk zijn. Voor een verbod en een beperking van vrijheid moet er wel meer spelen.”

Pure symboolpolitiek, vindt ze. „Van der Laan slaat hard met zijn vuist op tafel en wil laten zien dat hij een krachtige bestuurder is.” Volgens haar wordt niet genuanceerd gekeken naar hoe de stad met drukte omgaat. Die kritiek uitte ook de Amsterdamse Rekenkamer Amsterdam eind december in een rapport over de drukte-aanpak.

Monster wijst erop dat nog nooit een bekeuring is uitgedeeld aan de bierfiets. Volgens een woordvoerder van de burgemeester is dit alleen maar omdat anders alle personen op de fiets moeten worden beboet: „We willen de exploitanten aanpakken, niet de gebruikers.”

In het gevecht tegen de bierfiets staat de gemeente niet alleen. Stichting Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad (VVAB) verzamelde in 2015 zesduizend handtekeningen van bewoners die de ‘kroeg op wielen’ liever kwijt zijn. Hun argument: bierfietsen maken veel lawaai, zorgen voor oponthoud en trekken niet het soort toeristen die je als stad wil.

Hierna trof de gemeente maatregelen, zoals een alcohollimiet, verkorting van de ritten en een verbod op geluidsinstallaties aan boord. Maar de overlast nam niet af: tot en met augustus 2016 heeft de gemeente 63 meldingen ontvangen over bierfietshinder: 27 meer dan een jaar eerder.

De VVAB: „Wachten op het verbod duurt intussen erg lang. We willen dat de bierfiets in de hele stad wordt verboden.”

Volgens de verhuurders van de bierfietsen is dat een elitair standpunt: ook dagjesmensen uit de provincie verdienen vermaak, niet iedereen wil naar een museum. Bovendien, zegt Monster, is het gek dat de burgemeester niet de bier- maar de groepsfiets verbiedt. „Op een groepsfiets bewegen toeristen op een positieve manier. Veiliger dan als ze alleen op een fiets zitten.”

Wordt vervolgd.