Na een belletje voelt een kind zich beter

Kindertelefoon

Jongens en meisjes met kleine zorgen of grote problemen kunnen de Kindertelefoon bellen. Maar hoe lang nog?

Nina Goemans (22) kan op haar desktopscherm zien dat een chatter zich meldt. Een anonieme tiener met een probleem. Vertel, typt ze dan, ik zie dat je het ergens over wilt hebben. Via internet zijn naaktfoto’s bij een verkeerd iemand beland, typt de tiener. Straks verspreidt die ze nog. Wat nu?

Een dag op bezoek bij de Kindertelefoon. De organisatie is in het nieuws omdat ze afstevent op grote onzekerheid. Vanaf 2018 dreigt de organisatie niet langer centraal te worden gefinancierd, maar door bijna vierhonderd gemeenten afzonderlijk. Het betekent dat de organisatie honderden contracten moet afsluiten, met waarschijnlijk grote administratieve rompslomp en financiële druk tot gevolg: van late betaling tot de noodzaak extra boekhouders in te huren. Ook staat het gemeenten vrij om de functie van vertrouwelijke vraagbaak voor kinderen zelf in te vullen – dus zonder die bij de Kindertelefoon in te kopen. Directeur-bestuurder Erik Ott vreest voor het voortbestaan van de organisatie. En ook al beloofde staatssecretaris Van Rijn (VWS, PvdA) prompt dat het probleem „netjes en praktisch” opgelost zal worden, heerst bij medewerkers op het hoofdkantoor in Utrecht onrust. „Eerst zien, dan geloven”, aldus vaste beroepskracht Annemiek Hoitink (52) over Van Rijns woorden.

Intussen gaat het werk door, op de zeven locaties in het land, waaronder bij dit team op het hoofdkantoor in Utrecht. Hier – in een kantoorruimte gevuld met weinig meer dan een viertal bureaus met desktops – komen de telefoontjes en chatgesprekken van kinderen binnen. Een scherm op de hoek registreert de aantallen. Om 12:00 uur ’s middags, een uur na het opengaan van de lijnen, hebben landelijk 350 kinderen de Kindertelefoon gebeld. Soms bellen ze om daarna direct weer op te hangen of om te grappen, maar even vaak bellen ze met problemen en brandende vragen. De telefoontjes (540.000 in 2015) en chatverzoeken (80.000) worden beantwoord door opgeteld een kleine zeshonderd vrijwilligers. Ze worden getraind door de beroepskrachten, onder meer op gesprektechnieken. Belangrijke les: stel de vragen open, niet gesloten. Vul niets voor de kinderen in.

En dus typt Nina in het chatgesprek met de tiener van de naaktfoto’s niet: ken je de persoon aan wie je de foto’s stuurde goed? Want dan volgt er een moeilijk peilbaar ja of nee. Hoe heb je elkaar leren kennen, is daarom een betere vraag. En, een standaardvraag in al deze gesprekken: wat zou je het liefst willen? In dit geval van gedeelde naaktfoto’s is de situatie verre van ideaal: je bent afhankelijk van de grillen van anderen. En dus verwijst Nina de tiener aan het eind van zulke gesprekken naar meldknop.nl, een door de politie ondersteunde meldsite.

Belangrijke gespreksonderwerpen zijn pesten, mishandeling, seksualiteit. Soms zijn de vragen recht voor z’n raap: hoe moet je pijpen? Hoe moet je neuken? Hoe moet je tongzoenen? En soms zijn ze problematisch. Vrijwilliger Carmen Dekkers (23), net als Nina pedagogiekstudent in Utrecht, vertelt over een telefoontje van maanden geleden. Het was avond en weekend – de lijnen zijn ook dan tot acht uur ’s avonds open. Een kind van nog geen tien belde op. Het voelde zich alleen. De ouders waren vaak weg, ook ’s avonds, hun kind moest dan zelf voor het eten zorgen. Ook nu kwam de standaardvraag voorbij. Wat zou je het liefst willen? Het kind antwoordde: een keer een spelletje doen met mijn ouders. De volgende stap in zo’n gesprek is het samen komen tot een doel, dat het kind verder brengt. „Dus gingen we brainstormen”, zegt Carmen. Het resultaat: het kind ging een briefje schrijven aan de ouders, want praten was te direct. Hoe het verder is gegaan, weet Carmen niet: de kinderen bellen anoniem, nummers worden niet genoteerd. Terugbellen is uitgesloten.

Bij ernstige of acute problemen ligt het anders. Dan komt Veilig Thuis in beeld, meldpunt voor kindermishandeling en huiselijk geweld. De vrijwilliger van de Kindertelefoon vertelt het kind eerst wat zo’n melding zou betekenen, dat er dan mogelijk een onderzoek komt, dat het kind dan naam en contactgegevens moet geven. Zegt het kind ja, dan kan er meteen een driegesprek volgen: de vrijwilliger neemt contact op met Veilig Thuis terwijl het kind nog aan de lijn zit. Carmen en Nina hebben het allebei meegemaakt: in het ene geval werd een meisje geslagen door haar moeder, in het andere werd een meisje seksueel misbruikt door haar vader.

Zowel na een chatgesprek als na belcontact met de Kindertelefoon voelen kinderen zich beter, zo concludeerden pedagogen Jo Hermanns en Ruben Fukkink al in 2007 na onderzoek onder 902 kinderen. Het welbevinden van kinderen ligt hoger, en de ervaren ernst van het probleem is bij de meeste kinderen verlicht – direct na het gesprek en ook een maand later. Volgens beide onderzoekers is de Kindertelefoon moeilijk vervangbaar door een nieuw op te zetten lokaal alternatief. Fukkink: „De meerwaarde van een nieuwe lokale variant ontgaat mij. Kinderen bellen over onderwerpen die de jeugd in alle streken bezighoudt, van een depressie tot hoe je moet tongzoenen. Het lijkt mij niet dat een Apeldoorns meisje daar plots een Apeldoorns recept voor zal krijgen.”