Leuke en struikelende gerechten bij De Oude Melkhandel

Tussen een aantal geslaagde creaties door proeft wel erg veel zout en andere missers bij De Oude Melkhandel in Leidschendam.

Foto Rien Zilvold

Bijzonder

Een lezerstip: De Oude Melkhandel in Leidschendam. Het restaurant zit aan de kade van de Vliet, een kanaal dat in de Middeleeuwen al is gegraven, midden in het historisch centrum – dat op zichzelf al enorm de moeite waard is voor een bezoek aan het oude stadje. Vanaf het terras heb je uitzicht over het oude sluisje en de achtzijdige koepelkerk uit de zeventiende eeuw. In het pittoreske hoekpandje zat, u raadt het, een melkhandel.

Van binnen ziet het er ook leuk uit: blank hout (maar niet op een hipster-manier), Marokkaanse tegeltjes, melkbusjes als lampen en een enorme open keuken op geen enkele manier afgesloten van de rest van de zaak. De vriendelijke jonge (tikje groene) bediening draagt gele bretels. Direct staat er een plankje met olijven, rettich in piccalilly en lekkere, vette, zelfgemaakte, droge, worst op tafel. So far, so good.

Op de kaart

De menukaart ziet er leuk uit met interessante twists als Noordzeekrab met grapefruit en goji-bessen, buikspek met kreeftengelei en klapstuk met zwarteknoflookjus. Er is een wisselend menu van twee tot vijf gangen (voor de zeer schappelijke prijs van 27,50 tot 47,50 euro). Wij nemen eenmaal het vega-menu en daarnaast à la carte.

Goed, laat ik er niet omheen draaien: er is nogal wat op aan te merken. De meeste gerechten zijn echt wel leuk bedacht, alleen halen ze telkens de finish niet omdat ze ergens over hun veters struikelen: waterige saus, te veel zout, asperges op standje bejaardentehuis of een aangebrande beurre noisette bij de zwezerik.

Eerste dat opvalt is de portiegrootte (vooral de toetjes komen na drie of vier gangen als een genadeslag), maar ik heb vaker te horen gekregen: meneer, u moet begrijpen dat gasten buiten de grote stad dat verwachten. En inderdaad horen we aan de tafel naast ons een heer antwoorden op de vraag of alles naar wens was: „Ik heb nog honger.” Dus we laten dat even buiten beschouwing.

Het leukste vanavond is het voorgerecht uit het vega-menu. Dat is echt goed bedacht: een woudje van rechtopstaande stukjes witte asperge van verschillende lengtes, met een fijne salade van groene appel en zeekraal in een saus van yoghurt en munt. Qua smaak niets mis mee, alles zit erin: zuren en wat zilts, mooi in balans. Alleen is de saus een plas water en de asperges zijn zompig.

Het buikspek (12 euro) is ook goed. Het is zacht, vet en knapperig en lekker met de crème van aardpeer, waarin ergens drie dotjes kreeftengelei verdronken zijn (we proeven er weinig van). De gerookte ribeye (12 euro) met zuur-ingelegde pompoen en garam-masala-mayo klopt ook in opzet, alleen het vlees is bremmetje zout. Net als de aardappelmousseline in het vegetarische tussengerecht. Dat verder overigens niet slecht is, met opperdoezer-ronde-krieltjes en anijspaddestoeltjes geglaceerd met pastis. Maar dan ligt er platte citroenschuim op dat als één theelepeltje Dreft de boel om zeep helpt.

Het klapstuk dan (22 euro). Dat is lekker: zacht gestoofd en vervolgens lekker krokant gebakken aan de randjes. De jus met zwarte knoflook (gefermenteerd) plakt prima. Waarom daar dan twee enorme stukken ossenhaas naast liggen… niemand weet het. Erger is dat die twee stukken ossenhaas ook al ergens anders hebben gelegen, onder de warmtelamp, ze zijn lauw. Maar! De tarbot (22 euro) is uitmuntend gebakken, mooi stevig en sappig. Dat moet ook gezegd.

Wijntjes bij de gangen kosten 5 euro per stuk (halve glazen kan ook). Wij drinken een heel aardige Oostenrijkse Veltliner met een heel licht tinteltje (fles 37 euro). De beaujolais kost 40 euro. Voor dat bedrag heb ik wel eens een spannender beaujolais gedronken.

Eindoordeel

De Oude Melkhandel is een heel sympathiek tentje met gezonde ambitie. De chef heeft zeker een aantal goede ideeën. Maar er worden te veel echt basale missers gemaakt. Aan de andere kant: basisfouten zijn makkelijker af te leren dan slechte ideeën.