Hier ben je ook zonder diploma welkom

Openbaar vervoer

Het Rotterdamse vervoersbedrijf RET kampt met vergrijzing. Met een nieuwe opleiding lokt het jonge metrobestuurders.

Beginnend metrobestuurder Marijke Nell met ervaren collega Dennis Kirkpatrick in de simulator van de RET, bij metrostation Wilhelminaplein in Rotterdam. Hij is leermeester, zij is gezel. Foto Andreas Terlaak

De gemiddelde leeftijd van het personeel van het Rotterdamse vervoersbedrijf RET is 52 jaar. De piek ligt tussen 55 en 60 jaar. Eenderde van de ruim 1.200 tram-, metro- en busbestuurders gaat de komende tien jaar met pensioen.

Verjonging van het personeelsbestand is dus noodzaak. Maar welke twintigjarige denkt aan een baan in het openbaar vervoer?

De RET zet middelen in waarmee ook andere organisaties jongeren kunnen trekken: een relatief hoog salaris, een interne opleiding en een mentor-traject. Ook zijn er geen eisen meer qua vooropleiding.

Marijke Nell (24) haalde haar mbo-diploma zorg, maar twijfelde of ze wel in die hoek wilde werken. Haar tante, net als haar oom werkzaam bij de RET, wees haar op een advertentie: ze zoeken mensen bij de RET.

Na een aantal tests – „De moeilijkste was de concentratietest, ik moest een half uur lang naar een stipje blijven kijken” – begon Nell op 1 juni aan de opleiding. Sinds december is ze gecertificeerd metrobestuurder. Ze rijdt op vier van de vijf Rotterdamse metrolijnen. „De A- en B-lijn vind ik het leukst. Ik ben niet zo van Zuid. Ik kom uit Capelle, noord is vertrouwder.”

In een nagebouwde metrocabine, opgesteld in een hoge ruimte onder het Rotterdamse Wilhelminaplein, laat Nell zien wat ze heeft geleerd. De simulator is state of the art, zegt de instructeur trots. Bij het Amsterdamse vervoerbedrijf GVB hebben ze zoiets moois niet. Een Frans bedrijf heeft software gemaakt voor de Hoekse Lijn, de oude treinlijn waarop vanaf september RET-metro’s gaan rijden. Alle nieuwe stations komen voorbij, elke schommeling op het traject is voelbaar.

Beginnen om kwart voor 5

De RET heeft jonge mensen veel te bieden, zegt Sietske van Rossum, verantwoordelijk voor de ‘duurzame inzetbaarheid’ van het personeel. Zij probeert een verjonging door te voeren bij de 280 metrobestuurders die RET in dienst heeft. „Er is zicht op een vaste baan, dat geeft stabiliteit in een levensfase waarin twintigers grote veranderingen ondergaan. Ze gaan zelfstandig wonen, krijgen kinderen. Ze beginnen met een salaris van 2.000 euro bruto per maand, dankzij de onregelmatigheidstoeslag.”

De eerste metro rijdt om 04.45 uur. Jonge mensen moeten vaak wennen aan de ploegendiensten, met vroege en late werktijden. Voor Nell is het geen probleem, haar vriend werkt bij DSM in Delft ook volgens een continurooster. Bovendien weet ze nu al tot augustus wanneer ze moet werken. Bij de eerste en laatste dienst worden bestuurders thuis opgehaald en gebracht door een busje van de RET.

Omgang met reizigers

In de strijd tegen vergrijzing heeft de RET een extra wapen ingezet. Marijke is een van de 18 jonge metrobestuurders die binnenkwam via een nieuwe route: de ov-leerbanen. Die banen zijn bedoeld voor mensen onder de 28. De toelatingseis van een mbo 3 of 4-diploma is losgelaten. Met die eis zou 60 procent van de nieuwe lichting zijn afgewezen.

In plaats daarvan selecteert de RET de kandidaten op competenties en potentie. Vooral de omgang met reizigers en servicegerichtheid wegen zwaar. Vier kandidaten vielen af tijdens de opleiding. De gemiddelde leeftijd is 25, een kwart is vrouw.

Waar nieuwe metrobestuurders via de reguliere opleiding beginnen met een nulurencontract via een uitzendbureau, komen de bestuurders van ov-leerbanen meteen in dienst bij de RET. De opleiding duurt iets langer.

De meest opvallende vernieuwing is de invoering van een leermeester-gezel model. De jonge bestuurders worden tijdens de opleiding en de eerste periode daarna begeleid door een oudere collega. Vijftiger Dennis Kirkpatrick moest even wennen aan het idee – „waarom ik?” – maar is nu enthousiast. „Ik heb vijftien jaar op de bus gereden, tien jaar op de metro, dit is weer iets anders.”

Kirkpatrick fungeert als mentor, ook voor persoonlijke zaken. „Ik zie andere normen en waarden bij jongeren. Ze nemen veel bagage mee van thuis, vaak hebben ze problemen. Ze moeten leren om te gaan met wat een eerste baan van ze eist: op tijd komen, minder telefoongebruik, dat soort dingen.”

Routine voorkomen

Volgens Van Rossum snijdt het mes aan twee kanten. Het werken met leermeesters is ook bedoeld om oudere bestuurders actief te houden, om routine te voorkomen. „Met langer doorwerken worden opleiding en loopbaanontwikkeling belangrijker, ook voor mensen die al lang in dienst zijn.”

Marijke Nell vindt het prettig dat haar leermeester permanent aanspreekbaar is, via WhatsApp. In de simulator moet ze reageren op een brandje in de metro. Alle handelingen moeten in de juiste volgorde worden uitgevoerd. Kirkpatrick, die naast haar staat, knikt tevreden. „Dat zit er goed in.”