‘Het moet in één keer goed zijn’

Wendelien van Oldenborgh vertegenwoordigt Nederland vanaf volgende maand op de Biënnale van Venetië met het project ‘Cinema Olanda’. Ze maakte een nieuwe film.

Foto Lars van den Brink

Het regent op de februaridag dat Wendelien van Oldenborgh met haar filmteam is neergestreken in de Sint Bavokerk in de Rotterdamse wijk Pendrecht. De weervoorspellingen beloven geen verbetering. Een tegenvaller voor de kunstenaar die Nederland dit jaar zal vertegenwoordigen op de Biënnale van Venetië. „Ik baal. Als de zon door die gekleurde ramen schijnt, dan worden de muren zo mooi hier.” De oplossing? „We zullen er lampen op zetten.”

Drie dagen later zal ze de film Cinema Olanda opnemen die in Venetië voor het eerst zal worden vertoond. Met het budget dat een uitverkoren kunstenaar van het Mondriaan Fonds krijgt, kan Van Oldenborgh steviger uitpakken dan ze gewend is. Haar productieteam is groter. Ze kan apparatuur inzetten die anders buiten haar bereik ligt.

De film is voor haar ook een experiment: ze zal alles opnemen in één lang shot. „Doodeng”, zegt ze. „Ik ben gewend eindeloos te kneden met uren materiaal dat ik heb geschoten. Nu moet het in één opname allemaal goed zijn.” Het nieuwe werk is een van de drie filmwerken in de installatie die Van Oldenborgh heeft ontwikkeld voor de tentoonstelling die ze samen met curator Lucy Cotter heeft gemaakt voor het Nederlandse paviljoen.

De kerk, in de jaren vijftig ontworpen door H.N.M. Nefkens, is uitgekozen als locatie vanwege de architectuur. Van Oldenborgh viel voor de toren die losstaat van het schip, voor het dak dat lijkt te zweven in zeven betonnen spanten. Zoals in veel van haar films brengt ze in Cinema Olanda architectuur en muziek samen met postkoloniale verhalen die hun sporen tot in het heden hebben. In haar eigen woorden: „Locatie, mensen en muziek. Die resoneren samen tot één werk. Met elkaar krijgen ze betekenis.”

Stratenpatroon

De Bavokerk ligt in het hart van Pendrecht, een tuinstad die in de jaren vijftig met een rechthoekig stratenpatroon in Rotterdam-Zuid werd aangelegd en waar zich een nieuwe gemeenschap moest vormen. Er is in de bebouwing weinig veranderd aan het ontwerp van stedenbouwkundige Lotte Stam-Beese. Hoog- en laagbouw wisselen elkaar af.

De kerk is in die naoorlogse periode gebouwd als ontmoetingsplek. „Nog steeds heeft de kerk een echte rol in de gemeenschap”, vertelt Van Oldenborgh. „Een grote groep parochianen is Antilliaans, maar er zijn ook aparte missen voor de Afrikaanse en de Syrische gemeenschap. Ik heb ze uitgenodigd om zaterdag mee te doen als figuranten.”

Ze vormen een aanvulling op de protagonisten die in de film de lijnen verwoorden die lopen van de jaren vijftig tot het heden. Zo komt Hanneke Oosterhof, die eind dit jaar promoveert op Stam-Beese, aan het woord. Stam-Beese was hoofdarchitect van de gemeente Rotterdam en hielp voor de oorlog mee bij het aanleggen van steden in de nieuwe Sovjet-Unie.

Een tweede centrale figuur is Otto Huiswoudt, een Afro-Nederlandse activist die in de jaren vijftig actief was in de ‘Vereniging Ons Suriname’ en vanaf de jaren twintig intensieve contacten onderhield met de internationale socialistische beweging. Een derde verhaallijn zijn de Indonesische migranten die na de Tweede Wereldoorlog naar Nederland kwamen. „300.000 Indo’s en Molukkers. Nu, in 2017, lijkt dat een geruisloze integratie te zijn geweest en zijn ze bijna troetelallochtonen geworden. Maar dat waren ze toen niet.”

Verwacht geen biografische verhalen. In haar films laat Van Oldenborgh in de interacties tussen haar gasten nieuwe gedachten en verbanden naar het heden vrijuit meanderen. Behalve de sprekers zullen ook twee Indorockers aanwezig zijn bij de shoot. „Met hetzelfde showelement in hun spel als Andy Tielman in de jaren vijftig.” En er is een optreden van een band van zeventienjarigen, die ieder uit een ander land afkomstig zijn, maar nu allemaal in Nederland wonen.

Van Oldenborgh gaat de gesprekken niet regisseren. Ook zijn er geen repetities. Op vrijdag loopt ze met het team alle camerabewegingen door. Op zaterdag moet het dan gebeuren. „Van mijn andere projecten heb ik geleerd dat wat op die dag tussen mensen ontstaat, nog belangrijker is dan wat er op film komt te staan. Van mijn vorige film Prologue: Squat/Anti-Squat zijn de mensen alweer bij elkaar gekomen om verder met elkaar te praten. Zo’n effect is voor mij het grootste compliment.”

Omstreden beeld

Een week voordat ze begin april met Van Oldenborgh in Venetië het paviljoen gaat inrichten, werkt Lucy Cotter in haar kantoor in een bedrijfsverzamelgebouw in Amsterdam-West nog hard aan de catalogus, „die we pas kunnen afronden, nu we weten hoe de film is uitgepakt”. Ze wil graag benadrukken dat het denken over hun inzending is begonnen bij het Rietveld Paviljoen, het modernistische gebouw waar elke twee jaar de Nederlandse inzending wordt gepresenteerd. „In de jaren vijftig ging Nederland een modern zelfbeeld scheppen. Ook met dit paviljoen. Het is een beeld dat nog sterk resoneert in het heden en toch niet klopt. Het is altijd een projectie geweest”, zegt de Ierse kunsthistoricus. „Rond de verkiezingen merkte je weer een nostalgisch gevoel naar de jaren vijftig. Maar Cinema Olanda benadert de jaren vijftig juist als een sleutelperiode voor transformaties die tot in het heden doorlopen.”

Met haar film wil Van Oldenborgh in de woorden van Cotter „beelden en geschiedenissen van mensen toevoegen aan het beeld dat we nu van die tijd hebben en laten zien dat mensen toen al veel globalistischer waren dan we nu denken. Ook waren ze vaak verbonden met het internationale socialistische gedachtengoed – dat is nogal uit het oog verdwenen.”

Cotter was tot de filmshoot nog nooit in Pendrecht geweest. „Sinds ik een jaar of tien geleden het boek Moderne Leegte van Camiel van Winkel heb gelezen, ben ik me bewust hoe architectuur in Nederland werd gebruikt tijdens de Wederopbouw om nieuwe maatschappelijke vormen te ontwikkelen. In Pendrecht voel je dat gelijk aan, als je uit de metro stapt kom je direct in een andere sfeer terecht.” Van Lotte Stam-Beese had ze nog niet eerder gehoord. „Heel gek eigenlijk, want als je over haar gaat lezen, zie je hoe invloedrijk is ze geweest.”

Ook een andere film van Van Oldenborgh die ze in Venetië tonen, moet clichébeelden van Nederland doorbreken. In Prologue: Squat/Anti Squat laat Van Oldenborgh in het leegstaande gebouw Tripolis in Amsterdam-Zuid van architect Aldo van Eijk vergeten Surinaamse en Antilliaanse krakers uit de Bijlmer van de jaren zeventig gesprekken voeren met activisten van nu. „De films zijn tegelijkertijd ontwikkeld en gaan met elkaar een dialoog aan”, legt Cotter uit. „Ook doordat je goed kunt zien dat Wendelien in verschillende vormen werkt. Voor Prologue zijn twee volle dagen gefilmd, daaruit heeft ze het werk gemonteerd. Zo voel je de filmische spanning, het risico dat Wendelien heeft genomen, door Cinema Olanda in één take op te nemen.”

Saamhorigheidsgevoel

Het is vier weken na de opname. De avond tevoren heeft Van Oldenborgh de soundedit van Cinema Olanda afgerond. De tafel in haar atelier ligt vol met boeken, papieren en foto’s. „Je hebt altijd meer tijd nodig om het materiaal te leren kennen dan je inschat. De eerste week ben ik drie dagen bezig geweest met het kijken naar het beeld. De tweede week ben ik pas gaan luisteren. Ik heb er wel vijf keer naar geluisterd en alle teksten uitgeschreven. Het duurt lang voor je begrijpt wat er precies gebeurt.”

Vier takes heeft ze genomen op die zaterdag in februari. „De eerste twee keer ging er steeds iets mis. Een gitaarversterker die niet werkte, mensen die voor de camera langs liepen. De angst bekroop me dat we aan het eind van de dag niets zouden hebben.” De laatste poging voor de lunch ging goed, maar tevreden was ze nog niet. „Stukje bij beetje viel alles op zijn plek. De camerachoreografie werd beter. De gesprekken kregen een steeds hoger inhoudelijk gehalte. De protagonisten ontdekten dingen in hun gesprekken. Daarom wilde ik nog één take nemen.”

En daarin gebeurde het. „Je voelde dat iedereen nog iets extra’s wilde geven. Ik was bang dat ze na een hele dag boos zouden worden, als ik voorstelde nog een ronde te doen. Maar zij gaven zich ook nog een keer helemaal. Voor de camera gebeuren dan dingen die je niet kan scripten, er ontstaat een realiteit die ik anders had proberen te zoeken in de montage. Dat is magisch.”

Hoe het weer was? „De dag voor de opnames regende het pijpenstelen”, vertelt Van Oldenborgh. „We hebben toen prachtige opnames gemaakt van de zijmuren van de kerk waar het water vanaf stroomde. Maar we zullen die beelden niet gebruiken. Het past niet. Op de opnamedag regende het een beetje. Het was heel grijs. Dat maakte het monumentaal.” Ze is opgetogen hoe de architectuur van de kerk tot uitdrukking is gekomen en het religieuze aspect niet helemaal doorschemert. „De kerktoren lijkt nu een sculptuur van Rodtsjenko. En de ruimte waar de band speelde – waar vroeger het koor zong – heeft een industrieel karakter met bakstenen muren en beton waardoor het een club lijkt.”

De grootste verrassing noemt ze de figuranten, tussen de twintig en dertig mensen. „Met die mensen had ik nog niet gesproken. Ze kwamen helemaal opgedoft, de vrouwen in de kleurige Afrikaanse kleding. Je voelde gedurende de dag de saamhorigheid groeien. Ik hoorde gisteren van de kerkleiding dat de dag een bijzondere herinnering heeft opgeleverd. De kerk bedankte ons? ‘Wat!?’, dacht ik. Hoe kan dat? We hebben daar vier dagen alles overhoop gegooid.”

De Biënnale van Venetië opent op 13 mei en duurt tot en met 26 november.