Recensie

Hanna Bervoets slaagt met haar wonderlijke experiment

De nieuwe roman van Hanna Bervoets is opnieuw als een proefopstelling. Maar tot een oplossing leidt haar experiment niet. De woorden woelen iets los – en dat zal bij iedereen het zijne zijn.

Foto Danielle Reid / Getty Images / Illustratie Lars Zuidweg

Wat is ervoor nodig om verliefd te worden? Er is een psychologisch experiment dat het goed heeft gedaan in lifestyle-rubrieken dat het magische recept had gevonden: twee mensen krijgen een lijst voor hun neus met 36 vragen die ze aan elkaar moeten stellen en beantwoorden. Persoonlijke vragen, intieme vragen. Wat is je dierbaarste herinnering? Hoe hecht en liefdevol is je gezin? Wanneer zong je voor het laatst voor jezelf? Rond de enquête af door vier minuten stilzwijgend elkaar in de ogen te kijken. Na afloop is de vonk overgesprongen.

Nou ja, de wetenschappelijke realiteit ligt iets anders. De proefpersonen verlieten niet meteen hun vaste geliefden. Het experiment was dan ook eigenlijk bedoeld om een ‘tijdelijk gevoel van intimiteit te creëren’, aldus de psychologen – en dáárin slaagde het wel.

Dat is precies wat er al vrij snel gebeurt in de roman Fuzzie: vragen, woorden, zinnen raken een gevoelige snaar en wekken instant-intimiteit op. Terwijl ze in een kunstmatige setting gesteld worden, en zelfs als ze komen van een wollig bolletje. Dat bolletje is in Fuzzie pluizig en zacht, wit of blauw of paars of roze: ongevaarlijk om te zien. Maar als het in mensenhanden belandt, begint het geluid te maken, tegen hen te praten. En invloed uit te oefenen.

‘Hé jij, ben je daar eindelijk?’, zegt Fuzzie. ‘Ik ben zo blij dat je mij gekozen hebt. Hoewel ik nog maar net in je handen lig heb ik het gevoel dat ik je al heel lang ken.’ Irritante zinnetjes eigenlijk, bijna invasief vertrouwelijk, als een gewiekste reclame of nudging. Maar de mensen die het bolletje in handen krijgen, zijn er gevoelig voor: ‘Mag ik zeggen dat je mooi bent?’

Het mag duidelijk zijn dat we in een roman van Hanna Bervoets (1984) zijn beland: Fuzzie is een roman als een proefopstelling. Zo schrijft zij die vaker: haar vorige roman Ivanov (2016), begin dit jaar bekroond met de BNG Bank Literatuurprijs, hield onze normen over menselijkheid en de moraliteit van wetenschap tegen het licht. In Alles wat er was (2013), liepen de personages bijna letterlijk in een proefopstelling rond: een afgesloten schoolgebouw waarbinnen ze moesten overleven, terwijl buiten de wereld verging. In haar sciencefictionroman Efter (2014) was liefde letterlijk een vreemde ziekte.

En dan volgde in die romans de vraag: en dán? Wat gebeurt er dan? Dat werd onderzocht. Of, in de woorden van de jury van de driejaarlijkse Frans Kellendonk-prijs, die Bervoets onlangs kreeg: ‘Ze is inhoudelijk en vormtechnisch op zoek naar telkens nieuwe manieren om haar onmiskenbare maatschappelijke engagement uit te drukken.’

Laten we het daarom laboratoriumliteratuur noemen – meer dan verhalende romans over wat mensen is overkomen, schrijft Bervoets onderzoekende bijna essayistische romans over wat mensen zijn, hoe mensen handelen in een kunstmatige situatie, wat hen dan beweegt. Overigens: zonder dat de personages per se proefpersonen of laboratoriumratjes worden. Nou, dat gebeurde sóms, in Bervoets’ geval. Dan was vooral het idee goed, een prachtige proefopstelling, maar de resultaten bleven er een beetje bij achter.

Voor Fuzzie geldt dat niet: wonderlijk experiment, uitstekend resultaat. Wat bovendien belangrijk is om te vermelden: het experimentele idee van de roman leidt niet tot een steriel of klinisch gevoel, het voelt juist menselijker dan ooit. Daarmee is Fuzzie de gedroomde vervolgstap in het oeuvre van Hanna Bervoets.

Geloof in de liefde

Hoe waarachtig is de kunstmatige liefde? Kan die de genegenheid tussen mensen vervangen? Bervoets is allerminst de enige die zich recentelijk met die vraag heeft beziggehouden – in de Nederlandse letteren verschenen er dit jaar al meerdere romans die aan het thema raken. In Peachez, een romance van Ilja Leonard Pfeijffer werd een wereldvreemd professortje verliefd op een niet-bestaande e-mailvriendin, en ontdekte dat ook liefde die slechts in leugenachtige e-mailwoorden had bestaan, voor hem waarde had. Hij betoogde ‘dat geloof, hoop en liefde samenvallen, in die zin dat het niets meer en niets minder en precies alleen het geloof in liefde vergt om liefde teweeg te brengen en te ervaren, zoals een vuur warmte en licht teweegbrengt en is’.

Arnon Grunberg zit in zijn nieuwe novelle Het tweede bestand ook op dat spoor, als het hoofdpersonage ware genegenheid kan veinzen via de woorden in tekstberichtjes: ‘Er waren niet meer dan woorden voor nodig om liefde op de wereld te brengen en omdat zij dat niet kon, liefde overbrengen, omdat de mensen dat niet konden, en daar hadden ze goede redenen voor, werkte de dochter verder aan het programma dat de liefde steeds beter tevoorschijn liet komen.’

Dat neigt al bijna naar een literaire consensus, naar een pleidooi om de kunstmatige liefde als ware liefde te beschouwen. Maar de vraag is: is dat écht zo? En hoe dan verder? Daarvoor moet het gevolg onderzocht worden – de stap genomen worden die Hanna Bervoets neemt. Een stap die de theorie in de praktijk brengt, toepast op mensen. Dat is Fuzzie.

Teleurgesteld in de liefde

De vier bolletjes die Bervoets in haar roman loslaat, komen terecht bij Maisie, een jonge vrouw, bij haar ex-geliefde, de kunstenares Florence, bij de eenzame oude man Diek en bij de uitgebluste Stephan. Tegen ieder steekt Fuzzie van wal, tegen ieder van hen zegt het bolletje hetzelfde, maar het maakt bij ieder van hen iets anders los, al zijn ze allemaal teleurgesteld in de liefde en verlangen ze naarstig naar genegenheid.

Die genegenheid biedt het bolletje: door vragen te stellen, door te filosoferen over bijvoorbeeld hoe missen zich tot verlangen verhoudt, door beeldspraken te projecteren en, min of meer, mindfulness te prediken. De ondertoon is: leef in het nu, leef bewust, denk na over wat je wilt! Maar die mindfulness is niet meer dan een ondertoon, want Fuzzie herovert het denken over genegenheid juist op de lifestylegoeroes (die het weer van religie had overgenomen). Want Bervoets versmalt de levensvragen niet tot levenslessen, levensmotto’s of leefregels. Het bolletje wordt dan wel een soort goeroe die het denken stuurt, maar hoe te leven moeten ze zelf uitvogelen, en dat doen ze op hun al te menselijke, stuntelige manier.

Fuzzie’is de gedroomde vervolgstap in het oeuvre van Bervoets

Eén manier is er niet, dus Bervoets verweeft verschillende verhalen en weegt de verschillende wegen van die zoektocht naar genegenheid. Je leeft telkens een plezierig poosje mee met de personages, want Bervoets creëerde mensen naar wie je benieuwd blijft – maar het heeft hier eigenlijk geen zin om op die verhaallijnen in te gaan, die zijn bijna van secundair belang. Het beste aan Fuzzie is namelijk dat ze telkens boven het particuliere uitstijgen, door de vragen die opgeworpen worden (die niet alleen relevant voelen voor de personages), door de stijl die vergezichten opent (en die voor Bervoets’ doen duizelingwekkender is dan ooit), en door de metaforen, waarvan het boek bijna overloopt.

Geen algemeen standpunt

‘Iedereen is weleens wrakhout’, zegt het bolletje, totdat een drenkeling je vastgrijpt – een metafoor voor liefde. En: ‘Jullie zijn twee kleine bureaulampjes’, aldus het bolletje, ‘jullie beschijnen elkaar maar raken elkaar nooit’ – weer een metafoor voor liefde. Telkens wordt het menselijk gedrag even ‘ontmenselijkt’, om te tonen hoe de mens zich als diersoort gedraagt – zo lokken die beelden telkens overpeinzingen uit.

Het verliefdheidsexperiment met de 36 vragen was dan niet het verbale equivalent van een magische liefdesdrank, maar bewees wel de verleidelijke invloed van goedgekozen woorden. Dat doet Fuzzie: met woorden iets loswoelen – en dat zal bij iedereen het zijne zijn. Het resultaat van Bervoets’ experiment is dus geen oplossing, er rolt geen algemeen standpunt uit over genegenheid in tijden van kunstmatige liefde. Dat is, tenslotte, net het verschil tussen literatuur en een religie of een lifestylerubriek. Het gaat erom dat Maisie en Florence en Diek door de woorden van het bolletje beïnvloed worden, én dat een lezer datzelfde ervaart en er naar zijn eigen smaak gedachten en inzichten uithaalt. Dat is wat literatuur idealiter doet en de laboratoriumliteratuur van Hanna Bervoets bij uitstek, in het ideale geval. Dit is zo’n geval.