Zelfs experts worden stil van verhalen over misbruik in de sport

De afgelopen week bracht NRC de verhalen van vier oud-sporters die tijdens hun carrière seksueel misbruikt zijn. We vroegen experts naar hun reacties.

Foto Robin Utrecht

Voormalig zwemster Karen Leach uit Ierland deed pas na meerdere zelfmoordpogingen haar verhaal. Ex-turnster Gloria Viseras uit Spanje werd ‘geout’ via een haatcampagne op social media. Oud-judoka Anita Staps deelde haar geheim aanvankelijk alleen met intimi. Oud-profvoetballer Andy Woodward uit Engeland zei niets toen zijn zus trouwde met de jeugdtrainer die hem ook toen nog misbruikte.

Het is de voornaamste overeenkomst in de interviews met misbruikte ex-sporters die NRC deze week publiceerde: pas na jaren doorbraken zij het stilzwijgen. Om mensen bewust te maken van het stille leed dat achter sportief succes schuil kan gaan. En in de hoop dat hun leed andere sporters bespaard blijft. Van klokkenluider werden de vier boegbeeld.

Na deze serie vroeg NRC een aantal deskundigen om de gesprekken te analyseren. Wat viel hen op? Waren de verhalen herkenbaar? Is het begrijpelijk dat slachtoffers zo lang zwijgen? Wat kunnen sportbonden en -clubs van hun verhalen leren?

Kwetsbaarheid

De gesprekken zijn aangrijpend. In de eerste plaats voor de geïnterviewden zelf, voor wie het altijd moeilijk zal blijven hun kwetsbaarheid te tonen. Maar ook lezers bladerden na de eerste alinea’s soms haastig verder. Lector sportpedagogiek Nicolette Schipper-van Veldhoven zei het treffend: „In mijn omgeving hoorde ik van mensen dat ze soms bijna niet konden doorlezen. Ze hadden een gevoel van: dit kan toch niet wáár zijn?”

In navolging van deze bekende slachtoffers hoopt de onderzoekscommissie seksuele intimidatie en seksueel misbruik in de sport – de Commissie-De Vries – dat ‘stille’ slachtoffers de moed hebben zich te melden. Hoe meer getuigenissen, hoe beter het beeld van de aard en omvang van het probleem dat zij in opdracht van sportkoepel NOC*NSF onderzoeken. „Wij zijn iedere keer weer onder de indruk van de schokkende verhalen van slachtoffers van seksueel misbruik in de sport”, zegt Geert Slot, woordvoerder van NOC*NSF. „Deze verhalen in NRC helpen andere sporters om op zijn minst in eigen omgeving te praten over wat zij mogelijk ook hebben meegemaakt. De sporters die ermee naar buiten komen leveren een bijdrage aan wat Slachtofferhulp Nederland zo mooi formuleert in de naam van de hulplijn ‘Verbreek de stilte’. Uit wat deze sporters vertellen wordt telkens duidelijk wat slachtoffers mee moeten maken en wat voor invloed dit ook kan hebben op hun latere leven.”

Interviews met experts

‘Eén verhaal heeft veel meer impact dan al mijn studies samen’

Tine Vertommen is criminoloog aan de Thomas More hogeschool in Antwerpen. Ze doet onderzoek naar ‘interpersonal violence against children in sport’ en leidt het Europese project Voices for truth and dignity.

„Ik wil benadrukken dat ik de interviews ongelooflijk waardevol vind. Het zijn stuk voor stuk moedige mensen die getuigen. De misbruikcijfers in sport zijn bekend. En toch heeft zo’n verhaal veel meer impact dan al mijn studies tezamen. Mensen die dit lezen en iets gelijkwaardigs hebben meegemaakt, vinden steun. In de politiek, waarin ik mij vaak beweeg als onderzoeker, openen zulke verhalen de ogen. Ik heb letterlijk zien gebeuren dat beleidsmakers door zo’n verhaal bij de keel gegrepen worden en de sense of urgency na lezing veel beter begrijpen dan bij een analyse van een wetenschapper als ik. Mensen moeten geraakt worden om in actie te komen.

„Het gevaar van zo’n serie is dat mensen denken dat alleen sporters uit de jaren 80 en 90 zijn misbruikt. Dat is absoluut niet het geval. Seksueel misbruik in de sport is geen historisch verschijnsel.

„Ook viel mij op dat jullie alleen ex-topsporters interviewden. Dat is logisch, want bij topsporters kun je de competitiedruk, prestatiegerichtheid en het intensieve contact met coaches heel gedetailleerd beschrijven. Het zijn vaak ook boegbeelden die zo’n thema bespreekbaar maken en dingen kunnen doen veranderen. Maar dat wil niet zeggen dat niet-topsporters geen slachtoffer kunnen worden. Ook bij recreatieve sport of bij sport op een lager competitieniveau komt seksueel misbruik voor. Procentueel gezien krijgen topsporters er vaker mee te maken, maar de absolute aantallen zijn bij niet-topsporters vele malen groter.

„De sporters die jullie interviewden zijn verkracht. Maar er zijn ook andere vormen van grensoverschrijdend seksueel gedrag. De coach die onaangekondigd de kleedkamer binnenloopt, zijn pupillen aanstaart of seksueel getinte moppen vertelt: ook dát gebeurt vaak. En het zijn niet alleen coaches die sporters misbruiken. Tussen sporters onderling kunnen ook machtsrelaties ontstaan. Een zestienjarige jongen die een elfjarige jongen dwingt zich uit te kleden of foto’s van zijn half ontblote lichaam in de kleedkamer op Facebook zet bijvoorbeeld; het gebeurt vaker dan je denkt. Die relatief ‘kleine’ zaken maken de weg vrij voor ernstigere delicten.

‘Dit is ook herkenbaar buiten de sport’

Marianne Cense is als onderzoekster verbonden aan kenniscentrum Rutgers. In opdracht van NOC*NSF deed ze in de jaren negentig onderzoek naar seksueel misbruik en intimidatie in de sport.

„Deze verhalen vertonen veel overeenkomsten met de verhalen in De andere kant van de medaille, het boekje dat we schreven op basis van het onderzoek uit 1997 in opdracht van NOC*NSF.

„Het zijn zeer herkenbare, aangrijpende verhalen, met name in de topsport. Door de ambities, alles ervoor aan de kant zetten, het niet kunnen vertellen omdat je alles op het spel hebt gezet, de ambigue gevoelens voor de topcoach, dankbaarheid, verliefdheid, niet tegen hem op kunnen, manipulatie, bang voor hem zijn en de hunkering naar aandacht en gezien worden. Die mix beschrijft Anita Staps heel goed.

„Maar dit is ook herkenbaar buiten de sport; het feit dat slachtoffers zich schuldig voelen en denken dat zij de enige zijn die het is overkomen. De schaamte, het stilhouden en later de woede. Zoals in het verhaal van Andy Woodward. Zijn masker en de diep ingrijpende pijn, stress-symptomen, die het functioneren onmogelijk maken.

„Ik vind het helemaal niet vreemd dat ze hun mond hebben gehouden, zo lang, door die gevoelens van schaamte en schuld. Soms is er concrete dreiging van de dader. ‘Als je het je ouders vertelt gaat je sportcarrière eraan.’ En minder concreet. ‘Niemand zal je geloven, jij hebt het zelf uitgelokt, je ouders zullen verdriet hebben als je dit zegt.’

„Dat blijkt vooral uit het verhaal van Karen Leach. Haar moeder pleegde zelfmoord nadat Karen het had verteld. Dus het is niet voor niks dat kinderen hun mond houden. Je ouders gaan er kapot aan, dat wil je niet, als (volwassen) kind, want je vindt niet dat het hun schuld is. Tegelijk kun je niet voorkomen dat ze zich erg voelen falen. Dat is vreselijk natuurlijk, dat een dader niet alleen het kind direct kwetst, maar ook diens sociale omgeving en daarmee nogmaals het kind.

„De verhalen laten de kracht van de mensen zien, hun gevecht en hoe ze erbovenop komen, hoe ze daarmee hoop geven aan mensen die nu nog worstelen met misbruik. De oproep om erover te praten, niet alleen ermee te blijven zitten, is zeer terecht, want dan kunnen mensen helen, weer verder met hun leven. Goede therapie is belangrijk. Het verhaal hoeft niet altijd publiek verteld, of publiek gemaakt naar de sociale omgeving.”

‘Benoem kindermisbruik in het regeerakkoord’

Corinne Dettmeijer is Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen.

„Door de sterke afhankelijkheidsrelatie tussen sporter en coach zijn sporters niet alleen kwetsbaar, maar ze wegen het leed van het misbruik ook af tegen het bereiken van hun sportieve doelen. Dat is een proces waar sportverenigingen en -bonden zich heel bewust van moeten zijn.

„Uit de interviews met de sporters blijkt dat het groomingproces verder strekt dan het slachtoffer. Ook op gezinsleden heeft het een vernietigende impact. Deel van die grooming is dat coaches tegen ouders zeggen: wij zorgen ervoor dat jouw kind olympisch goud gaat halen. Dat is nogal wat. Als een kind dan ook nog eens droomt van een wereldtitel of olympische medaille, dan wordt het extra kwetsbaar. Het kind zal denken: misschien moet ik dit doormaken om dat podium te bereiken.

„Als binnen een sportvereniging of een sportbond meer oog is voor seksueel misbruik – het bestaan ervan, de gevolgen en hoe het probleem kan worden aangepakt – dan wordt er ook beter gereageerd op sporters die met hun verhaal over seksueel misbruik naar buiten komen.

„Wij hebben een Commissie-Gunning gehad, over de kinderdagverblijven. Een Commissie-Deetman, over het misbruik in de kerk. Een Commissie-Samson, over het misbruik in de jeugdzorg. Nu een Commissie-De Vries over het misbruik in de sport. Wie weet komt er ooit een commissie over seksueel misbruik in de theaterwereld. Of in scouting – om maar wat te noemen. Seksueel misbruik komt óveral voor.

„Een op de drie kinderen maakt voor zijn of haar achttiende jaar een vorm van strafbaar seksueel geweld mee in Nederland. Daar zit een enorme gradatie in. Lang niet alle kinderen maken mee wat de geïnterviewden meemaakten. Maar de omvang van de problematiek zou de overheid wat mij betreft tot actie moeten aanzetten. Het woord ‘kindermisbruik’ zou in het regeerakkoord moeten staan. Het is zo’n belangrijk probleem dat wij dat als land zwart op wit moeten erkennen. Door het in het regeerakkoord te benoemen, geef je erkenning aan degenen die er het slachtoffer van worden.”

‘Slachtoffers raken verstrikt in het web van hun coach’

Nicolette Schipper-van Veldhoven is lector sportpedagogiek aan de Hogeschool Windesheim. Ze is tevens programmamanager Onderzoek bij NOC*NSF.

„Het zijn portretten van mensen die als jonge kinderen de droom hadden iets moois te presteren en daarbij aanliepen tegen een vaderfiguur die hen naar de top kon loodsen. Een kampioenenmaker. Iemand die jarenlang een band met hen opbouwt en vaak ook goed omgaat met de ouders. Iedereen denkt: aardige vent. Daarom worden kinderen vaak overvallen als zo’n man ook een andere kant blijkt te hebben. In alle verhalen is angst en bedreiging een grote factor.

„Ook hier zie je dat de daders vaak niet doorhebben dat ze fout zitten. Ze zijn God. Behalve bij de trainer van Andy Woodward, daar is het een vermoeden, lijken het geen pedoseksuelen. Eerder machtmisbruikers, narcisten. De meisjes krijgen straf als ze een vriendje krijgen, worden een team lager gezet. Dat is typerend voor de dominantie die hier vaak mee gepaard gaat. Dat zie je ook in deze verhalen.

„Zeker bij de vrouwen zie je dat groomingproces heel duidelijk in hun verhaal. Slachtoffers worden ingepalmd, ingesloten en raken geïsoleerd. De ander bepaalt hun leven, kan hun carrière kapot maken. Je herkende in de verhalen ook wat wij een dubbele binding noemen. Slachtoffers accepteren de pijn omdat ze via dezelfde weg ook de goedkeuring krijgen die ze nodig hebben, zoals Anita Staps. Ze raken verstrikt in het web van hun coach. Dat ze er niet over praten, komt vaak doordat ze op die leeftijd vooral normaal gevonden willen worden. Ze stoeien met onzekerheid.

„Vaak gaat het gepaard met fysieke klachten. Als een jong talent onderpresteert, vaak buikpijn heeft, zouden altijd de alarmbellen moeten rinkelen. Kinderen mag nooit wat verweten worden. In al deze gevallen ligt de verantwoordelijkheid bij de volwassene. Voorheen schaarden sportbestuurders zich nog weleens achter de trainer, keken ze weg in het belang van de sport. Maar in Nederland zijn we inmiddels wel zover dat we niet wegkijken als de dader een kampioenenmaker is. Want tegelijk geven deze slachtoffers aan dat ze hun potentie niet hebben kunnen waarmaken. Kampioenenmakers hebben zo dus net zo veel mogelijke kampioenen afgebroken.

„Belangrijk is wel dat wij uit de cijfers weten dat dit ook gebeurt in de amateursport. Dit zijn verhalen van topsporters, die boegbeelden zijn, maar het gebeurt ook in ons dagelijks leven op de sportclub.”

‘Daders hebben meerdere strategieën’

Marjan Olfers is hoogleraar sport en recht aan de Vrije Universiteit. Ze is betrokken bij een onderzoek naar grensoverschrijdend gedrag in de sport in opdracht van Politie en Wetenschap. Ook doet zij onderzoek naar ongewenste omgangsvormen bij wielerbond KNWU.

„Mij trof vooral het verhaal van de Spaanse ex-turnster Gloria Viseras. Bij haar is duidelijk sprake van ‘secundaire victimisatie’: ze wordt een tweede keer slachtoffer van hetzelfde delict, door uitsluiting, ongeloof en een slopende rechterlijke procedure. ‘Het bezoedelde imago van de turnsport’ wordt haar in de schoenen geschoven. Je ziet het veel vaker: dat slachtoffers van seksueel misbruik niet geloofd worden als ze na jaren van wikken en wegen met hun verhaal naar buiten komen.

„Ik heb vaker meegemaakt dat clubs eerder geneigd zijn de dader dan het slachtoffer te geloven. Omdat slachtoffers veel verdriet en onvermogen met zich meedragen. En daders vaak mannen met macht en gezag zijn, van wie iedereen afhankelijk is. Als clubs erkennen dat een coach gruweldaden heeft verricht, moeten ze daar ook naar handelen. Dat blijkt niet zo eenvoudig.

„In 2014 kreeg ik te maken met een zaak waarbij zes judoka’s in de leeftijd van tien tot vijftien jaar melding maakten van seksueel misbruik door hun coach. Eén van hen was jarenlang zeer ernstig misbruikt door zijn trainer. Er werd een informatiebijeenkomst gehouden. Veel mensen waren overtuigd dat het om een complot ging. Die coach was toch niet tot gruweldaden in staat? ‘Er is niks gebeurd’, viel op social media te lezen. ‘Mijn kind zit ook op de club’. Voor de slachtoffers was dat heel moeilijk.

„Daders hebben meerdere strategieën. Eén ervan is de schuld bij de ander te leggen en héél hard te ontkennen, zoals de coach van Viseras deed. Vaak zijn er geen getuigen van het misdrijf, het is zijn woord tegen dat van zijn pupil. Ik heb meegemaakt dat de dader naar de politie ging of dreigde met een smaadzaak. Het slachtoffer schrikt natuurlijk van zo’n dreigement.

„Tegelijkertijd zie ik dat slachtoffers soms all the way gaan als ze naar buiten komen: ze noemen de naam van de dader, leggen aanplakbiljetten achter de autoruit, willen met een pot verf ‘pedoseksueel’ op het sportcentrum kalken. Het ventiel is er af, maar de vraag is of zij met ‘oog om oog, tand om tand’ hun doel bereiken. Wat is je doel, vraag ik. ‘Als je je belager wil raken, is vergelding op deze wijze dan de juiste? Het gevaar van smaad ligt op de loer.”