Een heel leuke taalcursus

Twee nieuwe theatervoorstellingen vertellen over hoe nieuwe Nederlanders worstelen met onze taal.

Foto Getty Images en illustratie Martien ter Veen

Een woord als lullig, bijvoorbeeld. In de voorstelling Zohre, een Afghaans Nederlandse soap vraagt theatermaker Marjolijn van Heemstra (36) aan haar Afghaanse oppas Zohre Norouzi (22) of ze weet wat dat betekent. ‘Ja hoor’, antwoordt Norouzi, ‘die hebben wij heel veel in Afghanistan.’

Verbaasde stilte.

‘Zo’n lange pijp, waar water uitkomt of brandstof.’

Nou nee, zegt van Heemstra, tot grote hilariteit van Norouzi: ‘Het is een lul, van een man, zeg maar.’

De eigenaardigheden van een nieuwe taal, dat is één aspect waar nieuwe Nederlanders mee worstelen bij hun integratie. De komende twee weken gaan twee theaterproducties in première die daar (deels) over gaan: Zohre, een Afghaans Nederlandse soap van Van Heemstra en Norouzi en Vijfduizendtweehonderd woorden van Melih Gençboyaci bij Zina Platform.

De eerste is een geestig en lyrisch duoverslag van Zohres moeizame inburgering in Nederland en Van Heemstra’s soms wanhopige hulp daarbij. De tweede een intuïtieve en abstracte taalperformance, die Gençboyaci baseerde op een jaar research waarbij hij tien nieuwe Nederlanders vroeg hem elke week een woord te sturen dat ze hadden geleerd. ‘Sneeuw’ bijvoorbeeld. ‘Gefeliciteerd’. Aangenaam. Mierenneuker. 52 keer tien woorden.

Geldproblemen

De aanleiding voor Zohre, een Afghaans Nederlandse soap, vertelt van Heemstra, was een praktische. „Zohre heeft grote geldproblemen. Als je in Nederland geen netwerk hebt en geen financiële buffer, en je kan de brieven en incasso’s die je krijgt niet lezen, stapelen de problemen zich razendsnel op. Ik heb haar wel eens financieel uit de brand geholpen maar kan dat niet blijven doen…”

Zohre: „Dat is ook niet goed.”

„…Maar wat ik wél kan doen is haar inhuren voor mijn voorstelling. Ik heb nu als het ware haar verhaal gekocht.”

Maar Zohre had géén idee wat theater inhield, vertelt ze. „Ik fantaseerde soms wel over actrice zijn, maar dat was alleen in mijn hoofd.”

Van Heemstra: „Toen ik haar vroeg, keek ze me een beetje glazig aan. Zo van: een voorstelling, oké, whatever works.” En tegen Zohre: „Maar dat je heel erg van praten houdt, wist ik wel.”

Om Zohre een idee te geven van wat theater inhoudt, nam ze haar mee naar haar eigen voorstelling Bommenneef, waarin Van Heemstra op toneel een dialoog aangaat met een radicale verzetsstrijder, gespeeld door Herman Gillis. Zohre dacht dat hun voorstelling ook zo zou moeten worden. „Ik dacht: theater, dat is Marjolijn en een soldaat. Maar ik kan toch geen soldaat spelen?”

Toen dat misverstand eenmaal was opgehelderd, was er een volgende hobbel: de tekst. Zohre: „Ik moet eerst leren: wat betekent het? Dan hoe het uit te spreken, en daarna het allemaal onthouden. En het is niet één zin, of paragraaf, het is bijna een roman!”

Van Heemstra: „Toen we de eerste keer samen door de tekst gingen, sprak ze elk woord uit als een afzonderlijk eiland.”

Zohre: „Heel veel woorden weet ik niet!”

Van Heemstra: „Maar nu doet ze de tekst vloeiend. Daar was ik verrast over, hoe snel ze dat oppikte. Deze voorstelling is dus eigenlijk een versnelde taalcursus.”

Zohre: „Een heel leuke taalcursus.”

Mierenneuker

Acteur/performer Melih Gençboyaci (39) herkent die strubbelingen met een nieuwe taal. Hij is in Duitsland geboren uit Turkse ouders en twaalf jaar geleden naar Nederland gekomen. „Ik spreek zeven talen, en geen van alle perfect. Ik heb vaak kortsluiting in alle talen.” Lang redde hij zich in het internationaal georiënteerde Amsterdam met een mengelmoes van Nederlands, Engels en Duits, maar toen hij anderhalf jaar geleden afstand deed van zijn Turkse nationaliteit en officieel Nederlander werd, kwam daar plots een nieuwe verantwoordelijkheid bij. „Nederlander zijn, wat houdt dat precies in? Hoe doe je dat? En hoe ontwikkel je je identiteit in een nieuwe taal?”

Na veel ontmoetingen en gesprekken hield hij een groep van tien nieuwe Nederlanders over: vluchtelingen, migranten, remigranten, expats: een Palestijnse, een Turkse Duitser, een Irakees, een Syriër, een Canadese. Ze bespraken eerste Nederlandse woorden (‘Verstandskies’. ‘Korting’), gekkigheden in die nieuwe taal, en problemen waar ze op stuitten: „In het Arabisch heb je geen u-klank. Dus voor Arabisch sprekende mensen is het heel moeilijk u, nu of nieuw te zeggen.”

Sommige woorden wekten hilariteit omdat ze letterlijk werden geïnterpreteerd, zoals apetrots. Of mierenneuker: „Moet je proberen dat voor je te zien!”

Taal en taalverandering zeggen veel over de samenleving waarin je leeft, merkte Gençboyaci. „Als gevolg van de vluchtelingenstroom en het populisme raken andere woorden in zwang. Hier bijvoorbeeld: ‘zelfzorgarrangement’, dat betekent dat je het zelf maar op moet lossen. En in Duitsland is onder invloed van de AfD een oud, nationalistisch woord als ‘völkisch’ weer helemaal terug. Door de normalisering van dat soort woorden herken ik mijn moedertaal niet meer. Bepaalde woorden overheersen én verkleuren het debat; je kan niet meepraten als je die niet gebruikt. Daarom heb ik mezelf op toneel een paar woorden verboden, zoals: ‘allochtoon’, en ‘minder’.”

Woorden die je veel gebruikt, zeggen iets over wie je bent en waar je je mee bezighoudt, zegt hij. „De eerste woorden van een Palestijnse transgender waren anders dan die van de Irakese fysiotherapeut die ergonomie ging studeren.”

Kentucky Fried Chicken

Veelzeggend is het dan dat veel Nederlandse woorden die Zohre kent, met geld te maken hebben – of met het gebrek daaraan. Ze is er zelfs trots op dat ze het woord failliet kan spellen, „met twee ll’en! Niet faïd, maar faj-liet. Dat vind ik grappig.”

Naast haar werk voor Van Heemstra verdient Zohre in de avonduren bij bij Kentucky Fried Chicken. Van Heemstra: „Daarom vind ik het leuk om haar spreekwoorden met ‘kip’ erin te leren.”

Zohre: „Ik heb vaak gezegd, aan de telefoon met de gemeente: ‘Mevrouw, mijn rekening is leeg. Van een kale kip kun je niet plukken.’”

Bij beide voorstellingen wordt de verkenning van de Nederlandse taal vanzelf een verkenning van de Nederlandse samenleving, en de problemen rondom inburgering en integratie. Van Heemstra: „Veel Nederlanders beschouwen het vluchtelingenprobleem als iets acuuts: je helpt even en dan is het opgelost. Maar integratie is een langduriger traject, dat veel meer van ons vraagt. De realiteit is dat heel veel mensen zoals Zohre hier moeten gaan meedoen, en dat ze ongelofelijk vastlopen in dat proces.” Ergerlijk vindt Van Heemstra de behoefte van Nederlanders aan dankbaarheid na de hulp. „En als die uitblijft, haken ze af. Dat is geen duurzame aanpak.” Hulp aan Zohre integreren in haar dagelijks leven, te weten: haar theaterwerk, leek de meest haalbare optie. „Al moet ik ook realistisch zijn: dit is voor haar een fase. Een goeie fase, dat wel, maar het blijft tijdelijk.”

Alhoewel: Zohre zou misschien wel door willen in het theater. „Eerst vond ik het heel moeilijk, met de tekst enzo, en dacht ik: alleen deze keer, doei. Maar nu vind ik het heel leuk dat ik van Marjolijn de kans krijg om te spelen. Als iemand mij nog een keer zou willen: heel graag.”

Dat schrijven we op.

En wat heeft de samenwerking Van Heemstra gebracht? „Dit project confronteert mij continu met mijn eigen hulpverlenerscomplex, met mijn naïviteit, en opportunisme, ook wel. Maar bovenal hoor ik van Zohre geweldige verhalen, die raken aan alles wat mij als theatermaker interesseert. Zohre praat heel graag en gretig. Thuis noemen wij haar ‘radio Zohre.’ ‘Radio Zohre staat weer aan!’”

‘Muhatab’

Gençboyaci vraagt zich in zijn voorstelling af wat de taal van de nieuwkomers kan toevoegen aan het ‘land van aankomst’. „Ik wil zelf graag een nieuw woord in het Nederlands introduceren uit het Turks: muhatab – dat betekent zowel gesprekspartner als tegenpartij. Dat daar geen Nederlands equivalent van is, zegt volgens mij iets over de Nederlandse maatschappij. Je had hier natuurlijk wel polderen, maar dan ontwijk je de gevoeligheden. Polderen werd polariseren, en daarmee benadrukken we vooral de kloof tussen mensen. De wil om in gesprek te blijven, terwijl je het met elkaar oneens bent, daar ontbreekt het hier vaak aan. We moeten meer ‘muhatab’ worden met elkaar.”

Toch is Nederland natuurlijk een prettig land om in terecht te komen, denkt Van Heemstra. „De vrijheid is groot. In principe kan je zijn wie je wilt.” Anderzijds: de bureaucratie en overregulering maken het proces van inburgering nodeloos ingewikkeld, frustrerend en traag. „Plus: je krijgt wel hulp, maar het blijft professioneel, en op afstand. Nederlanders nodigen je niet gauw bij hen thuis uit. Daardoor is het voor veel nieuwkomers moeilijk een netwerk te creëren. Veel van hen zijn eenzaam. Ik las laatst dat het 17 jaar kost, voordat iemand hier een leven heeft opgebouwd.”

Zohre is sinds 2012 in Nederland. Ook zij was vaak eenzaam, en had veel stress. Haar haar viel ervan uit. Maar dit theaterproject en de bijbehorende reeks Facebookfilmpjes hebben haar veel gebracht. Ze krijgt veel berichten, en ontmoet nieuwe mensen. „Nu ben ik minder eenzaam.” Na de zomer begint ze aan een nieuwe opleiding, tot laborant. De toelatingstest doorliep ze glansrijk, óók de taaltoets. „Normaal krijg je een brief, maar die man belde mij zelf. Hij zei: wij willen graag dat jij bij ons student bent.”

Zohre, een succesverhaal?

Van Heemstra lacht. „Ja, zo had de kunst toch een heilzaam effect.”

Vijfduizendtweehonderd woorden is vanaf 13/4 te zien in Podium Mozaïek, Amsterdam. Inl.: zinaplatform.nl Zohre, een Afghaans Nederlandse soap speelt vanaf 20/4 in Theater aan het Spui in Den Haag. Inl: theateraanhetspui.nl