Druk, drukker, drukst

Om me heen dwarrelt een storm. Hij is een jaar of zes en is met zijn moeder mee naar het spreekuur. Hij komt net boven mijn bureau uit. Zijn blonde haren staan alle kanten op. Zijn ledematen zijn constant in beweging en zijn mond, lippen en tong blijven niet achter. Ik probeer zijn moeder te verstaan.

„Ja dokter ik heb al een tijd last van…..”

Het laatste gedeelte van de zin is niet aangekomen. In mijn ooghoeken zie ik hoe het speelgoed dat doorgaans netjes wordt behandeld nu door de kleine man wordt getest op duurzaamheid. Het autootje dat al jaren dienst doet als zoethouder komt nu met een zwaai tegen de verwarming aan. Een schelle knal dendert door de spreekkamer, gevolgd door een grote glimlach van de kleine jongen.

„Sorry wat zei u, ik kon u niet verstaan. Kunt u dat laatste nog eens herhalen?” vraag ik licht geïrriteerd.

Ik probeer me weer te focussen op de woorden die ruimte in worden geslingerd. Het lukt me weer niet om het laatste gedeelte van de zin te ontleden. Terwijl ik mijn opperste best doe om me zoveel mogelijk af te sluiten van de storm die in mijn kamer raast, zie ik dat er nu met nieuwsgierige ogen naar de boekenkast wordt gekeken.

„Mama, mama, mama, mama ik wil die!” De kleine man wijst naar een boek zo groot als zijn hoofd. Een boek waar ongetwijfeld een antwoord te vinden zal zijn op het drukke gedrag dat het joch nu al het hele consult laat zien.

„Effe niet, ik ben bezig met de dokter”, zegt de moeder rustig

Als de vrouw verder probeert te gaan met haar verhaal, dat ik voor de tweede keer niet heb kunnen verstaan, grijp ik in. „Is het mogelijk dat uw zoon even naar de wachtkamer gaat”, probeer ik.

Ze twijfelt even een moment en zegt: „Hij kan er niets aan doen dat hij druk is. Zijn vader heeft het ook. Het is een familiekwaal.”

Het joch staat nu op de onderzoeksbank en test de veerkracht van dit onbuigzame meubilair.

Voor mij is dit de druppel. Ik pak de jongen op en zet hem in de wachtkamer. Als ik terugkom zit zijn moeder nog op haar stoel.

„Was dat nodig?”, zegt ze.

„Ja! Ik kan maar een ding tegelijk, het is een mannenkwaal”, zeg ik.

Huisarts schrijft over zijn praktijk.