NRC Checkt: ‘Aantal afgetreden burgemeesters en wethouders neemt toe’

Dat stelt de Raad van State in zijn jaarverslag over 2016. Klopt dat?

Het jaarverslag over 2016 van de Raad van State tijdens de presentatie in Nieuwspoort. Foto: ANP / Koen van Weel

De aanleiding

De Raad van State, een adviesorgaan van de regering en de hoogste bestuursrechter van Nederland, maakt zich in zijn jaarverslag over 2016 zorgen over het functioneren van de vertegenwoordigende democratie.

De Raad meent dat burgers de rol van volksvertegenwoordigers niet meer begrijpen. Zij denken dat die vooral peilingen moeten gehoorzamen of in ieder geval de mening van hun eigen achterban. Ook sommige volksvertegenwoordigers zijn zichzelf zo „gaan zien en gedragen”.

Dat geldt niet alleen voor de Tweede Kamer, maar volgens de Raad van State ook voor lokale politiek. In het jaarverslag staat: „In sommige gemeenten wordt de besluitvorming ernstig gehinderd doordat gemeenteraadsleden blijvend in de verkiezingsstand staan. Constructief op besluitvorming gericht ‘gemeen overleg’ is dan moeilijk. Een symptoom daarvan is het toegenomen aantal burgemeesters en wethouders dat aftreedt.” Dat laatste checken we.

Waar is het op gebaseerd?

De Raad van State blijkt bij navraag „geen cijfermatige onderbouwing” te hebben, de vicepresident wilde een sfeer beschrijven. In februari verscheen een rapport over de gevolgen van decentralisatie en interbestuurlijke verhoudingen, en in dat kader is met alle bestuurslagen gesproken.

En, klopt het?

Het Genootschap van Burgemeesters houdt wel bij hoeveel burgemeesters voortijdig opstappen en waarom. Gemiddeld zijn dat er 5,3. In 2016 ging het om twee burgemeesters: die van Renkum nadat hij in opspraak was geraakt na een dronken avondje uit toen hij piketdienst had, en die van Doetinchem vanwege privéomstandigheden. Beiden dus niet omdat „gemeen overleg” moeilijker is geworden.

In 2015 stapten 12 van de 393 burgemeesters voortijdig op. Drie noemen specifiek de slechte sfeer in de gemeenteraad, bij drie anderen was er sprake van politiek geruzie. Bij de overige zes speelden integriteits- of privékwesties. In 2014 ging het weer om twee burgemeesters, waarbij de ene aangaf dat hij werd geïntimideerd door wethouders. De ander trad af vanwege een integriteitskwestie. Ook in zeven eerdere jaren gingen lang niet alle burgemeesters om politieke redenen weg.

Dan wethouders. De site De Collegetafel houdt in opdracht van het tijdschrift Binnenlands Bestuur bij hoeveel van de circa 1.450 wethouders opstapten. In 2016 waren dat er om politieke redenen 116, in 2015 74, in 2014 28. Dat is een toename.

De Wethoudersvereniging ziet dit echter als „een dynamiek die bij het democratisch proces past”. Plaatsvervangend directeur Jeroen van Gool zegt: „In het eerste jaar na gemeenteraadsverkiezingen stappen er nagenoeg geen wethouders op, in het tweede jaar gunt men hun het voordeel van de twijfel, pas in het derde stappen er aanzienlijk meer op. Dat is haast een wetmatigheid.” En laat 2016 nu het derde jaar zijn.

Volgens Van Gool zijn in jaar drie de ambities van B en W verwezenlijkt. „Dan wordt het weer zinvol om een herkenbare politiek te bedrijven.” „Wonderbaarlijk” genoeg daalt het aantal opstappers in het vierde jaar. Daar heeft hij geen verklaring voor. Wel vindt Van Gool dat er „te veel” wethouders opstappen: „Soms worden ze te snel naar huis gestuurd.”

Eenzelfde patroon is te zien in de periode 2010-2013: 40 in het eerste jaar, 90 in het tweede, 105 in het derde, 79 in het vierde jaar. Vergeleken met de huidige periode (zonder jaar vier mee te rekenen omdat 2017 nog gaande is) zijn het er nu dus minder.

Conclusie

De Raad van State heeft het over „het toegenomen aantal burgemeesters en wethouders dat tussentijds aftreedt”. Bij burgemeesters schommelt dat aantal. Bij wethouders is die toename er wel, maar die volgt een vast patroon. Wij beschouwen de stelling dan ook als grotendeels onwaar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt