Zwakke school? Vliegende brigade helpt

Inspectierapport ‘Staat van het onderwijs’

Even slimme leerlingen krijgen op de ene school vmbo-advies, op de andere vwo-advies. Dus moeten zwakke scholen snel beter worden.

Leerlingen die even slim zijn, scoren op de ene school veel slechter bij de eindtoets dan op de andere. Foto Martijn Beekman/ANP

Wat velen dachten blijkt waar: scholen verschillen enorm in kwaliteit. Op de ene school krijgen kinderen een vwo-advies en op de andere een vmbo-advies. Terwijl de leerlingen even slim zijn. Het maakt dus écht uit naar welke school een leerling gaat, zo concludeerde de onderwijsinspectie dinsdag in de Staat van het Onderwijs.

De inspectie heeft voor haar verslag scholen met eenzelfde populatie vergeleken. Zowel in het basis- als voortgezet onderwijs. Leerlingen scoren op de ene basisschool één of soms twee niveaus lager op de eindtoets dan op een andere basisschool. En op de ene middelbare school hebben leerlingen 25 procent minder kans op een diploma dan op de andere middelbare school.

Een duidelijke oorzaak kon de inspectie niet vinden. Wel zien inspecteurs dat op goede scholen, hoe kan het ook anders, goede leerkrachten lesgeven, er één duidelijke visie is, dat er wordt geïnvesteerd in professionalisering van de docenten en dat ouders flink betrokken worden bij de school.

Maar hoe ziet dat er in de praktijk uit? En hoe wordt een school nou goed? Scholen die zwak zijn of het predicaat zeer zwak krijgen van de onderwijsinspectie, kunnen hulp inroepen van de Vliegende Brigade van de PO-Raad (de vereniging van basisschoolbesturen). Een team van onderwijsadviseurs, analisten en andere experts komt de onderwijsinstelling helpen om de boel op orde te krijgen.

De problemen op (zeer) zwakke scholen zijn heel divers, zegt Anneke van der Linde, projectleider bij de Vliegende Brigade. Maar vaak moet het didactisch handelen, het lesgeven, écht verbeterd worden. Meestal hebben leerkrachten moeite om te differentiëren, legt ze uit. Om de lessen goed af te stemmen op de leerlingen. Het ene kind heeft meer uitdaging nodig, de ander meer uitleg.

Doorsudderen

En, dat ziet Van der Linde ook, soms doen scholen het helemaal niet echt verkeerd. Maar hebben ze te lang doorgesudderd. Dan zit de directeur er al járen, en het team ook. Niemand voorziet elkaar van feedback. En is het allemaal heel langzaam afgegleden. Dan is het zaak om de mensen even wakker te schudden. En misschien is het nodig dat er een nieuwe directeur komt. Dat er een frisse wind gaat waaien.

Soms hebben scholen ook gewoon simpelweg pech, zegt ze. Een goede directeur gaat met pensioen, zijn opvolger wordt ziek, de volgende doet net de verkeerde dingen. Maar met de inzet van de Vliegende Brigade komt het vrijwel altijd goed, verzekert Van der Linde. Bijna iedereen heeft het na een jaar weer op de rit.

Maar ook voor ‘gewone’ scholen, die niet zwak zijn, zijn er extra hulptroepen. Zo zijn er tal van organisaties die graag helpen scholen beter te maken. Neem de Stichting LeerKracht, waarbij deskundigen de juffen en meesters helpen om elkaar continu van feedback te voorzien. Zodat er een verbetercultuur ontstaat, legt initiatiefnemer van de stichting Jaap Versfelt uit – actief op 467 scholen. Er moeten hechte teams ontstaan die het onderwijs beter maken. De leraren moeten samen lessen voorbereiden, met elkaar meekijken in de les en feedback geven. En, ook belangrijk, ze moeten de leerlingen naar hun mening vragen. En dan niet via een „sullige jaarlijkse enquête”, maar door elke week aan de leerlingen de vraag te stellen: hoe kunnen we onze lessen nóg beter maken? En dat werkt, verzekert Versfelt.

Die visie delen meer deskundigen. Zoals Theo Magito, directeur van de CED-groep – dat staat voor Centrum Educatieve Dienstverlening. Hij zegt: als team moet je het lef hebben om elkaar feedback te geven, zodat je kunt leren van je eigen fouten. En beter kunt worden. „Soms kom je er achter dat iemand toch niet zo geschikt is en die zul je moeten laten gaan.”

Bovendien is het belangrijk om als school een gemeenschappelijke visie is te hebben, meent Magito. Als iedereen zijn eigen ding doet, wordt het natuurlijk een chaos.

Op Integraal Kindcentrum De Ark in Vlaardingen is dat ook een belangrijke insteek: één visie. Maar er is meer. Ouderbetrokkenheid bijvoorbeeld, en: professionalisering van de leerkracht, zegt directeur Berry Hakkeling. Zijn school ontving drie keer het predicaat excellent van het ministerie van Onderwijs. Op de Ark zitten 320 kinderen van 38 nationaliteiten.

De ouders worden op verschillende manieren bij de school betrokken. Zo is er een speciale famillieklas waar ouders met hun kinderen komen. „We werken dan aan opvoedingsvaardigheden van de ouders. Zodat kinderen zich beter kunnen ontwikkelen.” Stel een kind is erg verlegen en durft nauwelijks te praten, dan heeft dat effect op zijn of haar functioneren, zegt Hakkeling. „We proberen te ontdekken waar de verlegenheid vandaan komt en hoe we het euvel kunnen wegnemen.” Zo leert het kind omgaan met zijn „eigen kenmerken”.

Het is een van de belangrijke punten op onze school, zegt de diercteur. „We willen bij leerlingen zo jong mogelijk blokkades wegnemen zodat ze kunnen floreren.”

De Ark investeert ook veel in de leerkrachten, zegt Hakkeling. „Ik geef leraren complimenten, toon interesse en ze mogen opleidingen volgen.” En dat werkt, zegt hij. „Onze leraren hebben veel passie voor hun werk.”

Die passie moet er voor zorgen dat de juffen en meesters het leren leuk maken. Dat is het allerbelangrijkste, zegt Hakkeling, dat de kinderen plezier hebben in het leren. Als ik de leerlingen met een glimlach binnen zie komen, weet ik: we doen het goed.