Cultuur

Interview

Interview

De Zuid-Afrikaanse burgerrechtenadvocaat Bram Fischer (gespeeld door Peter Paul Muller) en de gearresteerde leden van het ANC.

‘Zijn altruïsme ontroert me’

Jean van de Velde

„Een blanke Zuid-Afrikaan kon deze film niet maken”, zegt de regisseur van Bram Fischer, over de witte boer die streed tegen apartheid.

Verbazingwekkend dat er in Zuid-Afrika nog geen film was gemaakt over Bram Fischer, een van de iconen van de anti-apartheidsstrijd. De Vlaamse Nederlander Jean van de Velde (60) kreeg de eer dit fascinerende dubbelleven te verfilmen.

Bram Fischer (1908-1975) was een telg uit een prominente Afrikaner familie uit Oranje Vrijstaat, getrouwd met Molly Kriger, nicht van veldmaarschalk Jan Smuts. Deken van de orde van advocaten, drie kinderen, villa met zwembad: een beetje linksig, verder geheel establishment. Fischer leidde de verdediging van Nelson Mandela en de ANC-top, onder meer bij het Rivonia-proces van 1963-1964: bij een inval op een schuiladres waren vergaderende ANC’ers betrapt met een plan voor bomaanslagen: operatie Mayibuye. Mandela was al eerder gearresteerd.

De doodstraf dreigde, de rechter vonniste levenslang, op Robbeneiland. En na afloop werd Fischer ontmaskerd als secretaris-generaal van de verboden communistische partij, toen twee handen op één buik met het ANC. Alleen door toeval was hij tijdens de inval niet zelf op dat schuiladres in Rivonia geweest.

„Het grote probleem bij een film over Fischers leven: het is te veel”, zegt Jean van de Velde. „Het is een miniserie: dramatische rechtszaken vóór Rivonia, daarna ondergronds als een soort Scarlett Pimpernel strijdend tegen de apartheid. Kaalgeschoren, met ringbaardje en valse papieren.

„Mijn voordeel is dat ik een buitenstaander ben, Zuid-Afrikanen zijn bang hun vingers aan Bram Fischer te branden. Zeker nu president Zuma en zijn corrupte vrienden de erfenis van Mandela om zeep helpen en hun aanhang ophitsen met ‘black power’. Zuid-Afrika kan zomaar Zimbabwe achternagaan. Als een blanke Afrikaner dan deze film maakt, dreigt een context van: kijk eens wat wij Boeren ook hebben betekend in de strijd tegen apartheid. Terwijl de Boeren de apartheid toch echt hebben uitgevonden.”

Hoe kwam u op het idee van een Zuid-Afrikaanse film?

„Ik filmde daar al twee keer. Bij Wit licht deed Zuid-Afrika dienst als Oeganda, bij Hoe duur was de Suiker als Suriname. Bij die laatste opnamen gaf producent Richard Claus me het boek The State Versus Nelson Mandela. Ik zag er meteen een film in, een rechtbankdrama.”

In 2017 kan een communist weer een held zijn?

„Je moet zijn communisme in context zien. Fischer bezocht als student de Sovjet-Unie, maar hij was niet van Marx, kolchozen en sovchozen. Voor hem stond communisme voor gelijkheid, ook van zwart en blank. Amerika steunde de apartheid, de CIA tipte in 1963 de politie bij de arrestatie van Mandela, zo bleek onlangs.”

De joodse aanklager Percy Yutar was extra fel tegen de ANC-top omdat daar joden in zaten.

„Percy Yutar wilde bewijzen dat joden wel degelijk loyale burgers zijn. Een geval van rücksichtslose overcompensatie, dat eigenlijk een aparte film verdient. Yutars familie emigreerde uit Litouwen, hij wilde de eerste joodse procureur-generaal van Zuid-Afrika worden. Daarin is hij geslaagd. Maar hij had ook een gokverslaving en stierf berooid.”

Bram Fischer was toch ook deels joods?

„Er zat joods bloed in zijn familie, maar Fischer voelde zich in de eerste plaats Afrikaner, een Boer. Hij had een pesthekel aan de Engelsen maar stuurde zijn dochter wel naar een Britse school, want dat had de toekomst. Die dochter vertelde me dat ze zich doodschaamde als Bram haar demonstratief in Afrikaner tenue van school ophaalde, met korte broek en sokken.”

In de film vertelt Fischer dat hij als jochie op de boerderij met zwarte kinderen speelde. Later schudde hij een zwarte man de hand en voelde opeens afkeer.

„Die handdruk was een soort bekering, zijn Damascus. Ik ben zelf in Burundi opgegroeid en weet wat hij bedoelt. Als kind zie je geen verschil, daarna opeens wel. Dat wordt je geleerd.”

U identificeert zich met hem?

„Van iedereen hoor je hoe zachtaardig en redelijk hij was. Bij zijn rechtszaken was er altijd respect en begrip voor de tegenpartij. Maar vooral zijn altruïsme raakt me: zijn bereidheid om zijn goede leventje op te geven in andermans belang. Zeker nu we zo achter narcisten aanlopen. Trump, Wilders, Poetin, Erdogan: stuk voor stuk kolossale ego’s die roepen dat eigenbelang en groepsbelang het enige is wat telt in de wereld.”