Recht & Onrecht

Zeer gewaardeerde wetgever! Schaf het hoger beroep toch af

Het strafrecht zit behoorlijk verstopt en pogingen om dat op te lossen zijn tot nu toe mislukt. Miranda de Meijer bepleit in een ‘open brief aan de wetgever’ een radicale oplossing. Volsta met één instantie.

Zeer gewaardeerde wetgever! Het is niet mijn gewoonte om mij op deze wijze tot u te richten. Maar wellicht trekt het uw aandacht.

U weet dat de Nederlandse strafrechtsketen nogal verstopt zit. Dat wordt al een tijdje op verschillende manieren onder uw aandacht gebracht. Het is inmiddels een verstopping van jewelste. Daar kan geen loodgieter of ontstopper meer tegenop. Een extra leidinkje leggen, een sterkere flush? Laat maar. De drol blijkt toch steeds weer groter dan de buis, om nog maar even in de overdrachtelijke zin te blijven spreken. Niet oneerbiedig bedoeld overigens.

Waarom twee?

Maar even serieus: Waarom toch steeds die berechting in twee feitelijke instanties, éérst de rechtbank en dan het hof? Waarom zo ingewikkeld doen? Zoiets als een grondwettelijk of verdragsrechtelijke recht op hoger beroep bestaat niet. Het recht op een eerlijk proces garandeert dat ook niet. Maar dat weet u ook wel. U kwam immers met allerlei ideeën om het hoger beroep aan banden te leggen. Zoals een ‘verlofsysteem in bagatelzaken’ of ‘het voortbouwend appèl’. Maar enige verlichting of ontlasting brengt het niet. Het verlofsysteem bleek namelijk toch niet zo’n goed idee.

De praktijk laat namelijk nog wel eens te wensen over. Dat vonden het Europese Hof voor de Rechten van de Mens en het VN Mensenrechtencomité ook. Dan het voortbouwend appèl. Heeft u wel eens geprobeerd om aan een verdachte of aan een slachtoffer uit te leggen wat  dat inhoudt? En denkt u dat een advocaat daar boodschap aan heeft? Nee, toch? Voor je het weet ben je vier jaar verder en heb je een bouwwerk van jewelste. Hele wolkenkrabbers. En geef ze eens ongelijk.

Lekker Hollands

Het overvloedige patriottisme in aanloop naar de recente verkiezingen, dat we toch vooral lekker Hollands moeten blijven, bracht me op een idee. Vroeger in het Oude Holland – en dan heb ik het over best een tijdje terug – deden we niet zo moeilijk. In die tijd moest men het in grote zaken doen met enkel het Provinciale Hof. Niet eerst nog een Rechtbank. Nee, gelijk het echte werk. Met alle toeters en bellen, stel ik mij zo voor. Dat dan weer wel. Pas toen de Fransen kwamen, ergens rond 1800, ging het fout. Toen werd het hoger beroep ingevoerd. Twee keer in het pak genaaid houdt beter, dacht men toen vast. Nou, dat vraagt inmiddels om een excuus van Franse zijde. En een flink bedrag aan schadevergoeding voor ons verstopte systeem. Een tegoedbon mag ook. Ik denk dat Dijsselbloem dat wel voor elkaar krijgt.

Schaf het af

Tot besluit mijn voorstel, zeer gewaardeerde wetgever: schaf het hoger beroep in grote zaken gewoon af. Laten we het in die zaken houden bij berechting in één feitelijke instantie: het Gerechtshof. De officier van justitie doet daaraan voorafgaand het opsporingsonderzoek. De advocaat heeft daarin voldoende positie. De advocaat-generaal (dat is – zeg maar - de officier van justitie bij het Hof) pakt de zaak over als de zaak naar zitting kan. Eventueel gaat de ‘opsporingsofficier van justitie’ mee. Zij vervullen hun taak grondig en goed. Zij krijgen daar van u genoeg tijd en geld voor. U zorgt er voor dat het OM in rap tempo weer op sterkte komt. Snoeien in de economische vrieskou was toch ook geen goed idee. Maar daar moeten we het op een later moment nog maar eens over hebben.

Tot zover, voor nu. Ik dank u voor uw aandacht en vertrouw – in plaats van op een voortbouwende – op een voortvarende aanpak.

De Togacolumn wordt wekelijks geschreven door een officier, advocaat of rechter.

Blogger

Miranda de Meijer

Miranda de Meijer studeerde rechten in Rotterdam en werkte bij Spong advocaten in Amsterdam. Zij promoveerde op de rol van het OM in civiele zaken, werd officier van justitie, later advocaat-generaal bij het ressortsparket, gespecialiseerd in cassaties, in Den Haag. Zij is tevens hoogleraar op de bijzondere leerstoel Openbaar Ministerie van de faculteit rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Amsterdam. Zij doet daar onder meer onderzoek naar ondermijnende criminaliteit. (Foto UvA Jeroen Oerlemans)