Column

Wat Franz Kafka naar de zwijgende film trok

Peter de Bruijn

‘Naar de bioscoop geweest. Gehuild.’ Zo luidt misschien wel de beroemdste dagboekaantekening van Franz Kafka. Gedateerd: 20 november 1913, toen de filmkunst zo’n twintig jaar oud was. Film was volksvermaak, dat dichter bij de kermis stond dan bij de hoge cultuur. Maar Kafka was door film gefascineerd, zoals hij ook geïllustreerde tijdschriften verslond, en diep onder de indruk was van het Kaiserpanorama: een kijkkast waarin stilstaande beelden te zien waren in 3D.

Beelden fascineerden Kafka evenzeer als verhalen. „Schrijven is dus, zoals we bij Kafka bijzonder goed kunnen zien, kijken”, noteerde collega-schrijver Reinhard Lettau. „Je zou kunnen zeggen dat het schrijven slechts een korte onderbreking is van een langdurig kijken.”

Lettau wordt aangehaald in Hanns Zischlers klassieke studie Kafka Geht ins Kino, waarvan onlangs een nieuwe, uitgebreide editie verscheen, prachtig geïllustreerd met filmbeelden, affiches en oude foto’s. Zischler kon profiteren van het onderzoek naar de vroege film om zijn boek aan te vullen, dat twintig jaar geleden voor het eerst verscheen.

De vroege film beïnvloedde het werk van Kafka. Maar hoe precies? „Filmbeelden hebben, artistiek verhuld, talrijke scènes van Kafka’s proza geïmpregneerd. Hoe die transformatie precies is geslaagd, zal zijn geheim blijven.”

Twintig jaar geleden was Zischler een van de eersten die zich stortten op het onderwerp Kafka en film. Maar de filosoof Theodor Adorno legde het verband als eerste. Adorno merkte al in 1934 in een brief aan Walter Benjamin op, dat het werk van Kafka „misschien de laatste, verdwijnende tekstuele verbinding is met de zwijgende film”.

Zischler komt nog het dichtst bij een verklaring wat film precies voor Kafka betekende, als hij Kafka’s verhouding met film vergelijkt met die van zijn vriend Max Brod. Brod was nog een klassieke literaire intellectueel, met diepe wortels in de negentiende eeuw. Brod verzon hele verhalen bij de rudimentaire melodrama’s, komedies en detectiveverhalen die de vrienden zagen. Maar voor Kafka betekende film iets anders: Kafka was gefascineerd door de beelden, zonder al te veel onderling verband. Beelden leken de werkelijkheid zelfs te kunnen vervangen. De verhalen interesseerden hem minder.

Kafka moet een van de eersten zijn geweest die, terwijl hij naar buiten keek vanuit het raam van een rijdende trein of een taxi, het gevoel bekroop dat hij naar een film keek. Die sensatie dat de werkelijkheid kon oplossen in beelden was voor Kafka soms een opluchting, maar op andere momenten was dat juist belastend. „Van menselijke betrekkingen genieten is me gegeven, eraan deelnemen kan ik niet”, noteert hij na een eenzaam bioscoopbezoek in Verona.

Misschien waren de stilstaande, driedimensionale beelden van het Kaiserpanorama hem toch liever. Zulke beelden gunden hem „de rust van de werkelijkheid” in plaats van „de onrust van de beweging” in de bioscoop. In zijn notities deed Kafka noeste pogingen om ten minste een deel van die snel voorbij flitsende beelden vast te houden. Maar dat was natuurlijk onbegonnen werk: het tijdperk van bewegende beelden was niet meer te remmen.

is filmrecensent.