Verbouwing Nieuwe Kerk in Delft mag doorgaan

Archeologen wilden de onderliggende grond bestuderen, terwijl de Nieuwe Kerk slechts een deel van die grond beschikbaar wilde stellen voor onderzoek.

De Nieuwe Kerk van Delft. Foto Guus van Schoonewille/ANP

De Nieuwe Kerk in Delft mag doorgaan met de verbouwing van haar gebouw zonder volledig archeologisch onderzoek van de onderliggende grond. Dat heeft de Raad van State vandaag besloten. De Vereniging van Vrijwilligers in de Archeologie en de Oudheidkundige Werkgemeenschap Delft spanden eind 2015 een rechtszaak aan tegen het bestuur van de Nieuwe Kerk, omdat de kerk bij de verbouwing maar twintig procent van de onderliggende grond voor archeologisch onderzoek beschikbaar stelde. Daarmee zou de verbouwing sneller gaan, maar zou volgens de archeologen een hoop waardevol materiaal ongezien verdwijnen.

Onder de Nieuwe Kerk liggen zo’n tweeduizend skeletten van Delftse burgers, begraven tussen de veertiende en de achttiende eeuw. De Nieuwe Kerk is sinds 2010 bezig met een renovatie en verbouwing. Van de gemeente had het kerkbestuur toestemming gekregen om maar 20 procent van de ondergrondse skeletten te laten onderzoeken. Tot frustratie van de archeologen: die willen juist alle skeletten onderzoeken. Volgens de Vereniging van Archeologen is het besluit van de kerk en de gemeente bovendien in strijd met het Verdrag van Malta, dat stelt dat partijen die willen bouwen op archeologisch waardevolle grond altijd moeten voorzien in volledig onderzoek.

Toch oordeelt de Raad van State vandaag in het voordeel van de kerk. Tegen die uitspraak geen hoger beroep mogelijk. Mogelijk heeft de uitspraak gevolgen voor archeologisch onderzoek bij andere bouwprojecten. Organisaties die bij een verbouwing geen of beperkt onderzoek willen doen, zouden zich kunnen beroepen op dit vonnis.

Onder de Nieuwe Kerk bevindt zich ook de grafkelder van het Koninklijk Huis, waarin onder meer prins Claus, prins Bernhard en koningin Juliana begraven liggen. Het verzoek van de Vereniging van Archeologen had geen betrekking op die graven.