Terreurverdachte Laura H. ‘wilde niemand pijn doen’

Laura H. spreekt, maar te zien is ze niet. Ze wordt op deze zitting voor haar privacy afgeschermd in een container.

„Edelachtbare, ik ben geen terrorist.” De stem van Laura H. (21) blijft beheerst. „Ik vraag u mij als mens te zien, een moeder met kinderen, en niet als een gek.” Het is de eerste keer dat terreurverdachte H., die afgelopen zomer terugkeerde uit het IS-kalifaat, uitgebreid haar verhaal doet. De rechter heeft voor haar betoog weinig geduld. „Ik wil niet vervelend doen”, vraagt hij halverwege, „maar hoe lang gaat dit nog duren?”

Laura H. spreekt, maar te zien is ze niet. Ze wordt op deze zitting voor haar privacy afgeschermd in een container.

In september 2015 vertrok H. samen met haar man Ibrahim en twee kleine kinderen naar het kalifaat. Vol hoop dat ze daar gelukkig zou worden. „De grootste fout van haar leven”, zegt ze nu. Ibrahim bleef haar mishandelen, nam wapens mee het huis in en zei dat hij „het recht had yezidi-vrouwen te verkrachten”. Die seksslavinnen zouden online worden verhandeld, met „vlammetjes” die aangaven „hoe heet” de vrouwen zijn. Ze wilde terug.

Lees ook hoe de vader van Laura H. haar terugkreeg uit het kalifaat: ‘Ik hoopte dat ze een beetje menselijk was geëxecuteerd’

Op Schiphol werd Laura H. in augustus meteen gearresteerd. Sindsdien zit ze vast in de zwaarbeveiligde gevangenis in Vught. De vraag die volgens het OM op tafel ligt: is Laura H. inderdaad een gedesillusioneerde terugkeerder of is ze gestuurd met een opdracht van IS om hier kwaad aan te richten?

‘Een soort Kafka’

„Daar moet het maar eens mee afgelopen zijn”, zegt haar vader Eugène, vandaag voor het eerst aan het woord. Eugène vertelt over de rol die hij speelde bij Laura’s terugkeer, zoals hij onlangs al in NRC onthulde. Hij betaalde een Duitse organisatie 10.000 euro om haar ontsnapping te faciliteren.

„Een soort Kafka”, noemt Eugène het, dat Laura nog steeds op de terroristenafdeling zit, bij jihadisten als Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh. „Ik ben een jaar lang bezig geweest om haar te bevrijden uit de handen van de mensen waar ze nu tussen zit in Vught”, zegt hij. „En inmiddels ben ik een jaar bezig om haar uit handen van de Nederlandse overheid te krijgen.”

Hij heeft Laura „met hulp van de Nederlandse overheid” uit Irak weggehaald, stelt hij, en alle informatie over haar ontsnapping is gedeeld. Waarom dan nog steeds die verdenking?

Laura, haar vader en haar advocaat doen een dringend beroep op de rechter om haar het proces in vrijheid te laten afwachten – een verzoek dat vorige week achter gesloten deuren al werd afgewezen.

Het OM twijfelt aan Laura H.’s betrouwbaarheid. „Ze verzint gemakkelijk een verhaal.” Vrijlating zou „niet aan de orde zijn”.

„Edelachtbare”, besluit Laura haar betoog, „ik heb nooit de intentie gehad om iemand pijn te doen. Alleen mijn ouders heb ik voor de zoveelste keer gekwetst.” De rechter gaat er niet in mee, Laura H. blijft vastzitten. Op 4 mei wordt het proces hervat.