Column

Stervend

Het is geen origineel thema in de columnistiek, maar toch: ook onze Duttie is waarschijnlijk stervend. De langharige kat, een ongeveer twintig jaar oude Heilige Birmaan, en ik hebben nooit een hechte band gekregen. Dat lag niet aan mij.

Ze is een jaar of vier in mijn leven geweest, lang genoeg om haar nooit te vergeten. We zijn goed voor haar geweest: de meeste baasjes voor ons hielden het minder lang vol.

Duttie was een schreeuwerige, harige kluwen, vanaf het moment van binnendragen heeft ze onophoudelijk gemauwd, het ging vaak door merg en been.

Klagerige klaroenstoten waren het, zo hard dat zelfs onze dove buurvrouw er soms over belde.

De dierenarts die we er ooit naar lieten luisteren zei dat het ‘psychisch’ was. Duttie had volgens hem bij een van die vorige baasjes iets gruwelijks meegemaakt of gezien, dit ging nooit meer stoppen.

„Heel veel aandacht geven”, was zijn advies.

Gevraagd naar hoeveel ‘heel veel’ in zijn ogen was zei hij: „U zou haar bijvoorbeeld non-stop kunnen aaien.”

Daarvoor hadden we helaas geen tijd.

En dus ging het lawaai door.

Tot vorige week het schreeuwende miauwen veranderde in een zacht loeien. Pijn leek ze niet te hebben, maar tijdens het eerste golfje kraamvisite mislukte een sprong richting de bank zo jammerlijk dat een van de buurvrouwen ongevraagd begon te roepen hoe of dit ging aflopen.

„Dat dier is op! Die gaat hartstikke kapot!”, kraaide ze. Met haar echtgenoot was het ook begonnen met een gebroken heup. De zin ‘naar de dierenarts gaan is wegbrengen’ bleef ons maar door het hoofd spoken.

Het was niet zo dat we opeens van Duttie hielden, maar we gingen wel anders doen. De oudste dochter (1) zette nog voorzichtiger een bakje brokjes onder haar neus, de vriendin leek minder boos dan ze normaal zou zijn als ze vlak na het wakker worden alweer bijna in een plasje kots stapte en ik hoorde mezelf voor ik naar bed ging opeens ‘welterusten Duttie’ tegen het dier zeggen. Het bellen van de dierenarts stelden we uit.

„Laat haar hier nog maar een dagje genieten.”

Vandaag gaan we dan alsnog, op het moment van schrijven wordt ze in haar kooitje gedreven. Ik had naar gedroomd. Over dat Duttie helemaal niet stervend is, dat ze gewoon iets duurs aan haar nieren heeft en dat ze ons nog jaren kwelt met haar geluid.

Want zo’n kat was/is het.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.