Sophie de Lint nieuwe directeur van De Nationale Opera

Opvolger

Sophie de Lint volgt Pierre Audi op als directeur van De Nationale Opera. De Lints profiel als ervaren manager en niet-kunstenaar onderscheidt haar van andere favorieten.

Sophie de Lint Foto Stefan Deuber

Al maanden zoemde en borrelde het, de laatste weken met steeds meer zekerheid. Totdat echt alle voorwaarden uitonderhandeld waren, en haar benoeming vanmiddag een feit is geworden: Sophie de Lint (42) is de nieuwe directeur van De Nationale Opera als opvolger van Pierre Audi. Ze begint op 1 september 2018, de datum waarop Audi na precies dertig jaar aftreedt – een internationaal record in de operawereld.

In Nederland is Sophie de Lint, hoe Hollands haar naam ook klinkt, buiten een kleine kring van operaprofessionals onbekend. Echt soepel Nederlands spreekt ze ondanks haar Nederlandse nationaliteit niet (meer), zeggen ingewijden. Liever schakelt ze na een paar minuten over op Engels, Frans of Duits.

De Lint werd in 1974 geboren in Rotterdam. Ze groeide op in Zwitserland en studeerde er viool, gevolgd door studies bedrijfskunde en kunstmanagement. Na diverse functies binnen het operabedrijf (artiestenmanagement, artistiek coördinator, regieassistent) is ze sinds 2009 directeur van de opera in Zürich, als „tweede man” naast intendant-regisseur Andreas Homoki. De interne constructie in Zürich (1.100 stoelen t.o.v. 1.600 in Amsterdam, iets meer producties en iets meer beroemde solisten) is vergelijkbaar met die bij De Nationale Opera nu: Andreas Homoki is, net als Pierre Audi, als regisseur internationaal werkzaam en in Zürich vooral de visionaire leider van het hele huis. De Lint bestiert het dagelijks artistiek reilen en zeilen – een functie waarvoor in Amsterdam hoofd artistieke zaken Jesús Iglesias Noriega verantwoordelijk is.

Zakelijk en rechtdoorzee

Algemeen DNO-directeur Els van der Plas is „heel blij” met de benoeming van De Lint: een „expert met hart voor de kunsten”. De Lint zelf wil pas wanneer ze over anderhalf jaar aantreedt worden geïnterviewd, maar noemt DNO in het persbericht een van haar favoriete gezelschappen. „Men voelt een speciaal elan in dit huis, dat ervoor zorgt dat de kunstvorm met visie en op het hoogst mogelijke niveau wordt gepresenteerd. Het is een grote eer en een spannende uitdaging om voort te mogen bouwen op de bijzondere artistieke erfenis van Audi. […] Daarnaast is de terugkeer naar mijn Nederlandse wortels een droom die werkelijkheid wordt.”

Sophie de Lint is „zakelijk, energiek en rechtdoorzee”, aldus een oud profiel in de Zwitserse Tages-Anzeiger. Ingewijden in de operawereld noemen haar desgevraagd „sympathiek, maar zeker ook streng, fel en licht ontvlambaar”. Haar internationale netwerk wordt gekenschetst als „goed, maar nog niet zo wijdvertakt als dat van Audi” en velen spreken er hun verbazing over uit dat voor een tophuis als Amsterdam niet breder is geworven.

Doorslaggevend lijkt De Lints profiel als ervaren manager en niet-kunstenaar, eigenschappen die haar onderscheiden van andere favorieten in de opvolgingsrace, zoals regisseurs Lotte de Beer en Floris Visser. Sophie de Lint zal daardoor meer aanwezig kunnen zijn als directeur. Hoe ongekend rijk ook de artistieke nalatenschap is van Pierre Audi (zonder hem was DNO geen DNO), kenners van de organisatie denken dat het goed en ook nodig is dat iemand na dertig jaar de bedrijfscultuur van het operahuis opnieuw doorlicht. Iemand die alle geledingen – koor, productie, enzovoorts – fris motiveert.

Koers DNO consolideren

De benoeming van De Lint werd binnen de raad van toezicht van DNO met name gestimuleerd door Peter Jonas, het enige raadslid met eigen sporen in de operawereld.

Naar algemene verwachting zal ze de artistieke koers van DNO consolideren. Anders dan Audi, die in 1988 een noodlijdend operabedrijf zonder reputatie aantrof en dat uitbouwde tot het internationaal vermaarde huis dat DNO nu is, springt De Lint op een rijdende trein waarbij veel operaproducties internationaal worden gepland en geproduceerd. Daarnaast kent ze vanuit haar ervaring in Zürich de eredivisie van operaregisseurs en -dirigenten.

De benoeming van een artistiek tweede naar eerste positie is in operakringen overigens zeer gebruikelijk. Enige zorg is er juist daarom over het aanblijven van het hoofd artistieke zaken in Amsterdam, Jesús Iglesias Noriega. Hij nam zijn baan immers aan onder een andere omstandigheid – Pierre Audi de feitelijke baas maar relatief veel afwezig – dan straks onder De Lint de praktijk zal zijn. Noriega’s voorgangers, Hein Mulders en Peter de Caluwe (beiden geen kandidaat bij deze benoeming) klommen na hun post als tweede man in Amsterdam eveneens zelf op tot intendant, Mulders in Essen, De Caluwe bij de Koninklijke Muntopera in Brussel.

Omdat in de opera lang vooruit wordt gepland, zal het seizoen 2020-’21 het eerste zijn dat Sophie de Lint bij De Nationale Opera integraal programmeert.